Kindermishandeling is zaak voor de hele samenleving

Kindermishandeling komt in Nederland op ontoelaatbaar grote schaal voor. De overheid zou uit naam van de kinderen moeten worden aangesproken op haar falend beleid, vinden Carla Tromp en Jan Willems.

Kindermishandeling is een grove schending van de mensenrechten, die in het welvarende Nederland op ontoelaatbaar grote schaal voorkomt. Tachtigduizend kinderen worden hier jaarlijks mishandeld en tachtig van hen overlijden volgens de laatste cijfers aan de gevolgen. En dat in het land waar elke burger van de wieg tot het graf `gepamperd' heet te zijn. Het is de hoogste tijd dat de Nederlandse overheid, bij wie deze cijfers al jarenlang bekend zijn, uit naam van de kinderen aangesproken wordt op haar falend beleid.

Het recht van elk kind op een gezonde opvoeding (`optimale persoonsontwikkeling') is het fundament onder het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Vandaag, 20 november, de internationale dag van de rechten van het kind, is dat verdrag elf jaar oud. Recht op gezonde opvoeding wil zeggen dat het kind recht heeft op zowel warmte en geborgenheid als op leiding en begeleiding. Op zowel liefde en ruimte als op duidelijke grenzen en structuur. Want ook verwenning en onvoldoende structuur leiden tot veel persoonlijke en maatschappelijke problemen.

Bij kindermishandeling onderscheiden we lichamelijke mishandeling en verwaarlozing, psychische mishandeling en verwaarlozing, en seksueel misbruik. De ernst ervan loopt uiteen van licht beschadigend opvoeden tot regelrechte marteling. Met de lichte vormen heeft het merendeel van ons in zijn jeugd te maken gehad. Perfecte opvoeders bestaan nu eenmaal niet.

Maar hoe licht of zwaar ook, als beschadigend opvoeden niet goed wordt verwerkt, herhalen we het (onbewust, ongeweten, ongewild) en maken we ons (onbewust, ongeweten, ongewild) schuldig aan nieuwe beschadiging van de nieuwe generatie. Dit noemen we transgenerationele overdracht van psychosociale problemen.

Deze overdracht is geen onontkoombaar noodlot. Zij kan op individueel niveau worden doorbroken door adequate verwerking – al of niet met behulp van psychotherapie. En op collectief niveau door opvoedinformatie en opvoedhulp. Dat dient een drieledig doel: 1. de veilige hechting van de baby aan zijn of haar opvoeders; 2. de bevordering van het inlevings- en invoelvermogen van de ouders met hun kind in zijn specifieke ontwikkelingsfases; 3. de opvoeders inzicht bieden in het verband tussen de eigen opvoeding en de nieuwe opvoedsituatie. Gezien het onomstreden belang van de eerste maanden (en jaren) in een mensenleven, ook voor wat het verdere verloop van de opvoeding betreft, moeten deze hulp en informatie zo vroeg mogelijk, vóór en direkt na de geboorte, aan iedere opvoeder worden aangeboden.

Het huidige systeem biedt geen structurele ondersteuning bij de opvoeding. Ingrijpen is bovendien slechts mogelijk bij zeer ernstige opvoedproblemen en dan vaak pas als die tot overlast voor de omgeving hebben geleid. Met dit systeem houden we de transgenerationele overdracht eerder in stand dan dat we deze bestrijden. Deze moderne misstand – we hebben immers nu de kennis en het geld en daarmee de morele en mensenrechtelijke plicht om kindermishandeling structureel aan te pakken – wordt wel aangeduid als `transisme'. De boodschap achter die term is dat de bestrijding van transgenerationele overdracht net als analfabetisme, alcoholisme, armoede, racisme en seksisme een structureel beleid vergt.

Steeds duidelijker wordt bovendien dat transisme heel wat meer inhoudt dan kinderbeschadiging. Privacy vormt het alibi om ouders aan hun lot over te laten tot alle betrokkenen in het gezin – de kinderen voorop – ernstig lijden, ofwel tot er ernstige overlast voor de omgeving en de maatschappij is ontstaan door bijvoorbeeld gedragsontsporingen in de vorm van jeugdcriminaliteit. Je zou kunnen zeggen dat het ouderschap verwaarloosd wordt.

Geweld tegen kinderen bestaat niet alleen uit direct individueel geweld – actief of passief. Actief: fysiek, seksueel, emotioneel, verbaal. Passief: verwaarlozing, gebrek aan liefde, toezicht, leiding en begeleiding. Geweld tegen kinderen bestaat óók uit indirect, passief, structureel geweld in de vorm van maatschappelijke en politieke ouderschapsverwaarlozing.

Om kinderbeschadiging en kindermishandeling uit te bannen, zullen om te beginnen de consultatiebureaus in ere moeten worden hersteld en zullen hun taken moeten worden uitgebreid. Alle aanstaande en prille opvoeders moeten via die bureaus informatie krijgen over de psychologische ontwikkeling van hun kind. Alle opvoeders die een steuntje in de rug goed kunnen gebruiken, dienen doorverwezen te worden voor hulp. Alle, en met name jonge ouders, hebben immers recht op goede informatie over gezond, niet-beschadigend, opvoeden en in principe recht op opvoedingsondersteuning.

Als ondanks goede hulp het kind geen gezonde opvoeding kan krijgen en zelfs mishandeld wordt, moet de rechter er aan te pas komen. Het recht van het kind op een gezonde opvoeding dient vóór de privacy van ouders te gaan. De rechter kan hulp opleggen of vervangende opvoeding gelasten in een pleeggezin.

Dit alles is in Nederland nog lang niet goed geregeld. Kinderen en ouders voorop, maar in feite de hele samenleving, zijn daar de dupe van. Heel langzaam – en met volstrekt onvoldoende inzet van middelen – begint er verandering te komen in het beleid van de overheid. Althans als we mogen afgaan op de `beoogde resultaten' in het eind vorig jaar tussen rijk, provincies en gemeenten gesloten Bestuursakkoord Nieuwe Stijl Jeugdbeleid in Ba(la)ns, BANS. Dit akkoord betekent een voorzichtige verschuiving naar een meer structurele, preventieve aanpak.

Tienduizenden ernstig mishandelde kinderen per jaar, honderdduizenden kinderen die onnodig van licht tot zeer ernstig beschadigd raken: zoiets is in een rijk land onaanvaardbaar. Het lijden en het geweld als gevolg van kindermishandeling zijn dat evenzeer. Gezond opvoeden is echter een zaak van de hele samenleving. Een overheid die ouders niet van goede informatie en hulp voorziet, maakt zich medeplichtig aan onnoemelijk veel lijden en geweld dat tegenwoordig goed te voorkomen is. Dat getuigt van wreedheid en kortzichtigheid. Het is in strijd met het recht op een gezonde opvoeding en op gelijke startkansen van alle kinderen. De maatschappij draait bovendien op voor de hoog oplopende rekening van ongezond opvoeden. Een rekening die we steeds vaker krijgen gepresenteerd in de vorm van steeds ernstiger `zinloos' geweld en agressief gedrag.

Carla Tromp is journalist en bestuurslid van Defence for Children International Nederland, Jan Willems is verbonden aan het Centrum voor de Rechten van de Mens van de Universiteit Maastricht.