Jacht op drugsrunners via fiscus

Een speciaal politieteam patrouilleert sinds kort dag en nacht op de A16 tussen de Belgische grens en Rotterdam met nieuwe methoden om drugstoerisme tegen te gaan.

,,Het valt niet mee voor de politie'', zegt agent T. Graauwmans herhaaldelijk. Hij doelt op de ruim 250 `runners' die drugstoeristen naar dealpanden in Rotterdam brengen. Zij wachten bij tankstations op auto's uit het buitenland, die ze met lichtsignalen of gebaren - een vinger tegen de snuivende neus - duidelijk maken de weg te kunnen wijzen naar de panden. Deze drugsrunners kunnen moeilijk aangepakt worden, want voor een buitenlandse auto uitrijden en bij het pand aangekomen weer verdwijnen is niet strafbaar. Lastig voor de politie. Die wil het drugstoerisme wel ontmoedigen, maar heeft daar maar weinig middelen voor.

Tot voor kort zocht de politie haar toevlucht tot boetes voor snelheidsovertredingen en kapotte achterlichten. Maar de drugsrunners, meestal Marokkaanse jongens die volgens de politie soms 75.000 gulden op jaarbasis verdienen, betalen die boetes lachend. Om toch iets te doen is sinds twee weken geleden een nieuw samenwerkingsverband op de snelwegen en internationale treinroutes tussen Rotterdam en de Belgische grens actief. Dit A-Team bestaat uit de politiekorpsen uit Rotterdam, Dordrecht, Breda, van het Korps Landelijke Politiediensten, de spoorwegpolitie en de Belastingdienst. Het team houdt de runners tijdens hun werk op de snelweg en in de trein aan, waarna de politie en de Belastingdienst onderzoeken of de verdachte, ondanks zijn hoge (zwarte) inkomen, nog belastingschulden heeft. Is dat zo, dan moet de runner die contant voldoen, anders neemt de politie zijn auto of andere waardevolle spullen in beslag. Deze methode heet `Alijda' en is vernoemd naar de historische figuur Alijda van Spangen, een Rotterdamse drugsbuurt bij uitstek.

In de praktijk van afgelopen vrijdagnacht wordt pas duidelijk hoe storend de intensievere politie-aanwezigheid en nieuwe methode voor de runners zijn.

Zo zien de agenten G. Labaar en A. Graauwmans 's nachts om half drie tussen Prinsenbeek en Zevenbergschenhoek een verdachte zwarte Nissan staan. Graauwmans pakt een lijst van de Belastingdienst erbij. Daarop staan gesorteerd op nummerbord achter de - meestal buitenlands aandoende - namen alle Rotterdammers met een belastingschuld. De 23-jarige bestuurder staat op de lijst. Hij blijkt 1.550 gulden open te hebben staan. Als de agenten de man zijn schuld willen laten betalen, komt hij gekleed in trainingspak en sportschoenen al brutaal en zelfverzekerd op hen af - als was het een zakelijke transactie. Hij klaagt dat hij twintig minuten daarvoor zijn schuld al heeft voldaan, maar geen kwitantie heeft ontvangen. Graauwmans doet navraag bij de medewerker van de Belastingdienst die op het bureau in Zwijndrecht zit. Het blijkt dat de eigenaar van de Nissan al wist dat hij zijn kwitantie binnen enkele dagen thuisgestuurd zou krijgen. Agent Graauwmans tegen de man: ,,Je speelt het spel goed mee, maar je hebt de knikkers verloren.'' De verdachte: ,,Voor mij is het geen spel, meneer.''

De Rotterdamse officier van Justitie P. Blanken zegt dat van de 250 geregistreerde runners 147 een uitkering hebben. ,,Die mensen kunnen we op deze manier een aanslag op leggen. Via de sociale dienst weten we in welke auto ze rijden, met behulp van de Belastingdienst knippen en scheren we de jongens.''

Volgens Blanken passen de runners zich makkelijk aan de Nederlandse politiesystematiek aan, en dus zijn steeds nieuwe methodes en patrouilles noodzakelijk. Als de éénjaarlijkse proef met het A-Team slaagt wordt het gebied uitgebreid, misschien zelfs wel tot aan het Franse Lille, waar veel drugstoeristen vandaan komen. Deze nacht worden 45 runners en drugstoeristen staande gehouden en een gaspistool gevonden. Het team legt voor 5.000 gulden aan boetes op en de Belastingdienst int in totaal 19.000 gulden.

Het drugstoerisme zit Rotterdam al jaren dwars. Eind 1998 ging de Alijda-methode in Rotterdam van start. Daar kregen in twee jaar tijd 22 personen belastingaanslagen voor in totaal ruim zeven miljoen gulden opgelegd. De politie nam voor meer dan twee miljoen gulden geld, sieraden en inboedels in.

Maar er zijn duidelijke verschillen met het oude, Rotterdamse, project en het nieuwe A-Team. Het nieuwe project hoeft zich niet te beperken tot Rotterdam, en schakelt ook de Spoorwegpolitie in om het hele gebied tussen de grens en Rotterdam te bewaken. Ten slotte werkt het nieuwe team dag en nacht door, terwijl het Rotterdamse project uit eenmalige acties bestond.

Om half twaalf zien Graauwmans en Labaar vanaf een tankstation bij Hendrik Ido Ambacht een verdachte auto vertrekken. De achtervolging wordt ingezet. Terwijl Labaar zijn best doet de grijze Volkswagen Golf bij te houden, onderzoekt Graauwmans of de bestuurder ergens op te pakken valt. Zowel de auto als de bestuurder zijn `duizend', de politiecode voor `niets aan de hand'.

Dan pakken de agenten de lijst van de Belastingdienst erbij. De bestuurder staat er niet op. Als de auto aan de kant staat, brengt Labaar de bestuurder ervan op de hoogte dat er niets aan de hand is. ,,Waarom jij mij aanhouden?'', imiteert Labaar de verbaasde bestuurder even later. ,,Iek niets gedaan hebben, iek goed mens.'' Maar Labaar en Graauwmans twijfelen er niet aan: deze mannen zijn drugsrunners, en staan vanaf nu ook zo geregistreerd bij de politie. Later deze nacht houden andere agenten de mannen nog een keer aan – opnieuw zonder aanwijsbare reden en opnieuw zonder succes. Een kwestie van willekeur? De coördinator van het A-Team, J. Frijters, denkt van niet.

,,De agenten kennen hun pappenheimers. Als die knapen verdacht rijgedrag vertonen, worden ze aangehouden. Een normaal donker gekleurd mens blijft niet bij een pompstation op auto's uit het buitenland wachten.''