Italiaanse schoolboeken onder vuur

Dat Stalin tegenstanders liet vermoorden is volgens sommige Italiaanse schoolboeken een bewijs van zijn wens om een einde te maken aan privileges. Rechts gaat in de aanval tegen indoctrinatie van staatswege.

Als rechts aan de macht komt in Italië, betekent dit een einde aan de indoctrinatie van staatswege, zo heeft mediamagnaat en oppositieleider Silvio Berlusconi beloofd. Dan ,,hoeven onze kinderen geen geschiedenisboeken meer te bestuderen vol marxistische afwijkingen''.

Dit salvo van Berlusconi past in een offensief van Italiaans rechts tegen de geschiedenisboeken op staatsscholen. De mediamagnaat heeft eerder gewaarschuwd dat de communisten kinderen eten. Nu zwakt hij dat iets af en beschuldigt hij hen van een grootschalige hersenspoeling.

De communisten: daarmee bedoelt Berlusconi de grootste regeringspartij, de Linkse Democraten, voortgekomen uit de Italiaanse Communistische Partij PCI. Het rechtse blok klaagt al jaren over een culturele hegemonie van links op de scholen en de universiteiten. Nu gaan zij over tot actie.

De voorhoede in deze aanval is de Nationale Alliantie AN, erfgenaam van de neofascistische partij. AN-voorman Franco Storace, voorzitter van de regio Lazio, kreeg vorige week het voltallige regiobestuur achter een motie voor een commissie die de inhoud van schoolboeken moet gaan controleren. In andere regio's willen AN-politici vergelijkbare moties indienen.

Storace en de zijnen willen grenzen stellen aan de bestaande vrijheid van scholen om zelf te bepalen wat voor lesboeken ze gebruiken. Veel tegenstanders zien dit als een poging om de geschiedenis te herschrijven en te proberen de periode van de fascistische dictatuur in Italië te herwaarderen.

,,Het is zinloos om het te verbergen: hier wil men censuur instellen'', zegt Gherardo Bianco, voormalig leider van de eens oppermachtige christen-democratische partij. Bijna iedereen ter linkerzijde zegt het hem na. ,,Wanneer krijgen we de eerste brandstapel met boeken?'' vroeg Leone Pasermane, een joodse leider in Rome.

Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, bestrijdt dat dit een poging tot herwaardering van het fascisme is. ,,Het gaat niet om censuur, niet om historisch revisionisme, maar simpelweg om het onschendbare recht om de intellectuele eerlijkheid van schoolboeken te verifiëren'', zei hij.

Het Vaticaan heeft zich aanvankelijk achter dit rechtse offensief geschaard. De schoolboeken over geschiedenis zitten vol ,,ideologische snippers'' in de vorm van anti-kerkelijke en progressieve opvattingen, schreef de Osservatore Romano. Alleen ideologische vooringenomenheid verklaart volgens de krant dat in sommige lesboeken vraagtekens worden gezet bij Christus als historische figuur en bij het optreden van paus Pius XII tijdens de holocaust. Een dag later nam de krant gas terug met de uitspraak dat iedere vorm van censuur op tekstboeken ontoelaatbaar is.

Maar het begrip vanuit het Vaticaan viel weg tegen de felle politieke reacties. Premier Giuliano Amato verdedigde woensdag in de Kamer de keuzevrijheid van scholen. Berlusconi werd in de loop van vorige week een stuk voorzichtiger. Zelfs binnen de eigen partij is er kritiek. AN-fractieleider Gustavo Selva zei tegen La Stampa dat zijn regionale collega's zich gedragen als ,,onwetende amateurs''.

De filosoof Lucio Colletti, een voormalige marxist die zich heeft aangesloten bij het rechtse blok, vindt de kritiek op veel schoolboeken terecht, al deelt hij Storace's idee van een controlecommissie niet. Sommige lesboeken staan vol ,,buitengewoon vulgaire en arrogante politieke propaganda''.

Medestanders van Storace hebben een aantal concrete voorbeelden gegeven. Zij maken bijvoorbeeld bezwaar tegen het lemma foibe in een woordenboek. Dit zijn diepe spleten in het Carso-gebergte in het noordoosten. In de uitleg van het woord wordt gesuggereerd dat hierin aan het einde van de Tweede Wereldoorlog slachtoffers van de nazi's zijn gegooid, terwijl er juist duizenden mensen in zijn geworpen die door de linkse partizanen van de Joegoslavische leider Tito waren gedood, vaak als represaillemaatregel.

Een ander voorbeeld is een tekst over de voormalige Sovjet-Unie. In een geschiedenisboek staat over Sovjet-dictator Stalin dat het land in zijn tijd behoefte had aan rust en dat Stalin die bood ,,met zijn immense autoriteit en zijn stevige greep op de macht''. Dat Stalin zijn tegenstanders liet vermoorden ,,kan ook worden geïnterpreteerd als het bewijs van een grote wens tot gelijkheid, [een poging om] privileges op te heffen''. Stalin is in dit opzicht de incarnatie van een rechtvaardige en gelijkmakende revolutie. Een derde schoolboek merkt op dat de Goelag archipel, het systeem van strafkampen dat onder Stalin is opgezet, voortkomt uit ,,de utopische poging om [het communistische idee van gelijkheid als voorwaarde voor vrijheid] onmiddellijk om te zetten in daden''.

De meeste critici vrezen dat het hoofddoel van dit rechtse offensief is om een ander beeld van de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog te geven. Rechts zou de partizanen die tegen de nazi-bezetters vochten en de fascistische aanhangers die met die bezetters heulden, op hetzelfde niveau willen stellen, en de periode 1943-1945 willen afschilderen als een soort burgeroorlog waarin iedereen evenveel schuld heeft.

Maar het zijn teksten als die over Stalin die ook een gerespecteerde rechtse commentator als Sergio Romano doen zeggen dat de kanttekeningen bij veel geschiedenisboeken terecht zijn. In een controlecommissie ziet hij niets. ,,Misschien kunnen we beter wachten op de wisseling van de wacht van leraren die bijna allemaal komen uit een periode die politiek gezien op een bepaalde richting was georiënteerd'', zegt Romano. ,,Dit is ook een generatieprobleem.''