Het Omroepkoor tussen uitersten

Brahms' Fest- und Gedenksprüche – het eerste werk op de Matinee van het Groot Omroepkoor – prijst `ein starker Gewappneter' aan, kennelijk verwijzend naar de door Brahms bewonderde `ijzeren kanselier' Bismarck die vrede kan afdwingen. De oorspronkelijke bijbeltekst (Lucas 11,21) spreekt echter van een gewapende man waarmee de Macht der Duisternis wordt bedoeld, de Satan! Wat nu? Brahms was intelligent, rommelde niet en hield bovendien van practical jokes. Of berust het allemaal op toeval?

Brahms' achtstemmig koor a capella werd in eerste instantie geïnspireerd door het Drei-Kaiser-Jahr 1888 met de dood van keizer Wilhelm, zijn zoon Frederik III en diens zoon Wilhelm II. Nadat hij was benoemd tot ereburger van zijn geboortestad Hamburg deed Brahms alsof hij het inmiddels voltooide werk had gecomponeerd voor de burgemeester. De eerste twee delen tonen vervelend maakwerk, zeker in deze niet te harden bulldozer-achtig voortbulderende uitvoering. Het ingetogener derde deel, dat eraan herinnert hoe goed Brahms op de hoogte was met het werk van Heinrich Schütz, door dirigent Marcus Creed en de zijnen veel omzichtiger gepresenteerd.

De uitvoeringen kenmerkten zich door uitersten òf heel hard òf heel zacht. Het Groot Omroepkoor overtuigt in grootschalige werken met symfonieorkest. In verfijnde a capella-zang is men onzeker. Dat bewees ook Benjamin Britten's Sacred and Profane: nogal wisselvallige muziek met een zuinig soort sarcasme zoals in de schildering van de dood: `for the whole world I don't care one jot.'

Met Schumann's Vier Doppelchörige Gesänge vormde Britten na de pauze een minder aantrekkelijk geheel dan Brahms en Kagel ervóór. Kagel heeft iets met de geharnaste weerbarstigheid van de late Brahms en Schumann, al herinnert ditmaal zijn Schwarzes Madrigal (1998-'99) voor koor, trompet, tuba en twee slagwerkers in de eerste plaats aan de ritmische spreekkoren van Vladimir Vogel, met name aan diens Geografische Fuga. De tekst is, uitgezonderd vragen als `Wo?' en `Wohin?' geheel samengesteld uit namen van Afrikaanse dorpen en steden. De steeds verlegde accenten kunnen zelf worden gekozen. Kagel: ,,De schoonheid van namen wordt er niet minder om als die verkeerd wordt uitgesproken, eerder groter.''

Wat overheerst is een virtuoze vrolijkheid. In snelle toonrepetities uitgesproken instrumentaal tegenover het streng geritmiseerde koor staat het argeloos quasi-Afrikaans dorpsgetoeter in de blazers. Als tegenstelling fungeren tere en beeldschone klankwolken op de vragende frases en valt in het centrum een enkele mysterieuze klank op, zoals op Amparafaravola. Opvallend is een voorschrift als `met gewone stem' waar minstens zo vaak `ongewoon' wordt gezongen. Deze uitvoering slaagde aanzienlijk beter. Het koor wist uitstekend raad met de noch ironische noch sarcastische maar ronduit speelse gein, ingelijst door een vervreemdende melancholie waarop alleen Kagel het patent heeft. Vele malen overtuigender dan pas nog de première van de overspannen Entführung im Konzertsaal.

Concert: Groot Omroepkoor o.l.v. Marcus Creed. Gehoord: 18/11 Concertgebouw, Amster-

dam. Radio 4: 23/11 20.02 uur.

    • Ernst Vermeulen