`Het is weer tijd voor een echte rockgroep'

Met een cd vol keiharde gitaren en uitdagende teksten neemt Mike Scott afstand van zijn folkperiode en doen The Waterboys zich weer gelden.

Surfend op internet besloot de Schotse popmuzikant Mike Scott voor de grap eens een zoekmachine op zijn naam los te laten. Het resultaat bracht hem in verwarring. Hij vond slechts enkele sites met verwijzingen naar zijn muziek en zijn solocarrière na The Waterboys, de groep die hij van 1981 tot '95 aanvoerde. Daarnaast stuitte hij op vele andere Mike Scotts, van een loodgietersbedrijf tot een sex-site.

Pas toen hij de oude groepsnaam Waterboys intypte, werd hij rechtstreeks verwezen naar tientallen internetlocaties die betrekking hadden op de muziek van The Waterboys én van de twee solo-albums die hij nadien maakte. ,,Op dat moment besloot ik dat het tijd was om de naam Waterboys in ere te herstellen'', zegt de 41-jarige Scott bij het verschijnen van het nieuwe groepsalbum A Rock In The Weary Land. ,,Tenslotte wàs ik The Waterboys en ben ik het nog steeds, ongeacht de bezetting. Bovendien werd het tijd om weer eens met een echte rockgroep op tournee te gaan, na de folkmuziek die ik in de tussenliggende periode heb gespeeld. Ik heb de folk niet afgezworen, maar ik speel weer graag en veel elektrische gitaar.''

Rode draad in Scotts muziek is zijn hang naar spiritualiteit en Keltische mystiek. Hij begon The Waterboys om gestalte te geven aan de grootse en meeslepende muziek (`The Big Music' uit de gelijknamige song) die in een droom tot hem was gekomen. De groep heet naar een strofe uit het nummer The kids van Lou Reed: `I am the waterboy/ the real game's not over here.'

Een waterdrager wilde hij zijn, voor de popgrootheden die vóór hem waren gekomen. Reed, Patti Smith, Bob Dylan en Van Morrison dienden tot inspiratie voor bevlogen muziek met een weidse en bombastische inslag. Ten tijde van het derde album This Is The Sea (1985) werden The Waterboys beschouwd als een groep die U2 in wereldfaam zou kunnen gaan overtreffen. Zo ver kwam het niet, want Scott verkoos de anonimiteit van het Ierse platteland en richtte zijn blik op de folkmuziek.

Het nieuwe Waterboys-album staat loodrecht op die periode van bespiegeling en kleinschaligheid, met keiharde gitaren en uitdagende teksten. Folk en rock zijn twee verschillende werelden, zegt Mike Scott, en op den duur waren die twee moeilijk te combineren. Het titelnummer My love is my rock in the weary land grijpt terug op de `Big Music' van de oude Waterboys, terwijl Scott als een verontwaardigde protestzanger fulmineert tegen de apathie en de harteloosheid van de hem omringende wereld. `Half of the music is on tape', zingt hij meewarig over de huidige stand van zaken in de popmuziek, terwijl zijn elektronisch vervormde stem het opneemt tegen de vocale stormkracht van het London Community Gospel Choir.

,,Het oude gospelnummer The Lord is my rock bracht me op het idee voor een lied over het houvast dat de liefde kan bieden in moeilijke tijden. Ik voel me niet aangetrokken tot georganiseerde religie, maar ik realiseer me dat de christelijke traditie diep in onze cultuur is geworteld. De bijbel bevat nuttige beeldspraak voor schrijvers, dichters en songschrijvers die een universeel gevoel willen beschrijven. Als kind leerde je dat het geloof een rots was om je aan vast te klampen. Dat is de snaar die ik bij mijn luisteraars wil raken, zonder me met de een of andere religieuze secte te vereenzelvigen.''

Vergeleken bij de folkversie van The Waterboys heeft Mike Scott zijn werkwijze bij plaatopnamen drastisch gewijzigd. ,,Voor de folkplaat Fisherman's Blues werd er in het wilde weg gemusiceerd, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Het opnemen van een plaat werd beschouwd als een lastige bijkomstigheid, waarbij de muzikanten zich beperkt voelden in hun vrijheid om zomaar wat voor de vuist weg te spelen. Niet alleen leverde dat een uiterst rommelig album op, maar na afloop voelde ik me ontdaan van alle energie en inspiratie.

,,Daarna heb ik zelf het heft in handen genomen, eerst met coproducers en nu zelfs helemaal zonder inmenging van buitenaf. Ik ben de baas over mijn eigen muziek en ik had van tevoren al een helder idee hoe het moest gaan klinken. Waar mijn vorige coproducer Niko Bolas vaak geneigd was om te zeggen dat de eerste opname meteen goed was, heb ik er nu meer werk van gemaakt om verfijningen aan te brengen. Daarmee is de muziek niet per definitie gladder of minder spontaan. Zelfs in een ruig gitaarnummer kun je een grotere effectiviteit bereiken door preciezer te spelen of door in de studio met de microfoons te schuiven.''

Het gesprek komt op Mike's grote held Bob Dylan, die berucht is om het feit dat hij nieuwe nummers meestal maar één keer speelt. Op zo'n moment dient de technicus ervoor te zorgen dat de microfoon aan staat en dat de tape loopt. De `Never Ending Tour' die Dylan nu al tientallen jaren onderneemt, is volgens Scott alleen te doorgronden als je zelf muzikant bent.

,,Ik geloof niet dat Dylan het applaus nodig heeft, want dan zou hij er niet zo'n punt van maken om zijn bekende nummers in afwijkende en soms ronduit lelijke versies te spelen. De enige reden waarom een artiest van zijn status alsmaar blijft optreden, is dat hij zijn hele volwassen leven niets anders gewend is geweest. Net als Van Morrison, die waarschijnlijk in het harnas zal sterven. Morrison en Dylan kunnen niet ophouden, omdat ze bang zijn dat ze de routine kwijtraken zodra ze een paar weken niet op het podium staan.

,,Naarmate ik ouder wordt, kan ik me steeds meer vinden in die gedachtengang. Als je jong bent, denk je dat je de hele wereld kunt veroveren met één plaatje in de hitparade. Op den duur werkt het natuurlijk niet zo. Artistieke bevrediging komt pas met de jaren, als je een oeuvre hebt opgebouwd en er geen kunstgrepen nodig zijn op een optreden interessant te maken.''

In het verleden zijn The Waterboys een doorgangshuis gebleken voor muzikanten die later op eigen kracht hun sporen verdienden, met name toetsenman Karl Wallinger (World Party) en de Ierse accordeoniste Sharon Shannon, die nu furore maakt als soliste en sessiemuzikant bij onder anderen Steve Earle. Nieuw in de huidige bezetting van The Waterboys is de toetsenist met de intrigerende naam Thighpaulsandra, bekend uit de groep van Julian Cope.

,,Met zo'n naam verwacht je op zijn minst een toverkunstenaar, en dat is precies wat Thighpaulsandra is'', lacht Scott. ,,Aan de buitenkant lijkt hij een rustige en intelligente Welshman, maar van binnen is hij een onstuimige glamrocker met een aan waanzin grenzende voorkeur voor buitenissige geluiden uit ouderwetse instrumenten zoals de mellotron en de ARP-synthesizer. Ik heb van nature een voorkeur voor muziek die een tikkeltje gedateerd is, of in ieder geval niet kunstmatig hedendaags. De popmuziek die voor mij tijdloos is gebleken, had geen moderne effectapparatuur nodig om mij in het hart te raken.''

The Waterboys: A Rock In The Weary Land (RCA 74321783052). Concert 22/11 Paradiso Amsterdam.