Eurogrondwet 2

2In art. 10.1 wordt gesproken over `vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst' en het recht `om van godsdienst of overtuiging te veranderen'. Waarom wordt hier niet gesproken over `vrijheid van levensbeschouwing, godsdienstig dan wel ongodsdienstig?' Dan is het probleem de wereld uit dat naast `godsdienst' apart ook andere (ongodsdienstige) dienen te worden genoemd. Met de term `levensbeschouwing' kunnen namelijk (ongodsdienstige) humanisten bedoeld zijn, maar net zo goed godsdienstig denkenden. Het woord `levensovertuiging' is een prachtige term om al deze categorieën onder één paraplu te vatten.

Een aparte problematiek vormt het non-discriminatie-beginsel, uitgedrukt in art. 21: men mag niemand discrimineren, onder meer niet op `godsdienst of overtuigingen'. Mag in een land waar deze regel geldt bijvoorbeeld door de rijksoverheden geld geslagen worden waarop teksten voorkomen die vóór één bepaalde levensovertuiging (in dit geval de godsdienstige) pleiten? Nederland doet dat bijvoorbeeld. Zowel op onze hedendaagse munten als op de toekomstige euro's komt `God zij met ons' te staan. Daarmee worden ongodsdienstigen achtergesteld.

    • Drs. Guus J. den Besten