De fagot

,,De keuze voor de fagot was voor mij eenvoudig. Mijn vader is fagottist. Wat hij kon, wilde ik ook kunnen. Maar als kind waren mijn handen te klein, dus heb ik eerst zes jaar viool gespeeld. Pas op mijn elfde kreeg ik mijn eerste fagot, en raakte ik in de ban van de veelzijdigheid van de klank. Geen ander instrument kan zo grappig en zo melancholisch klinken.''

Gustavo Núñez (Montevideo, 1965), fagottist bij het Koninklijk Concertgebouworkest, speelt 3 december hij met pianist Sepp Grotenhuis en medeorkestleden Jan Spronk (hobo), Jacob Slagter (hoorn) en Alexander Kerr (viool) een kamermuziekprogramma met werken van Poulenc, Boutry, Arnold en Brahms in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

,,Bij ons thuis klonk altijd fagotmuziek. Natuurlijk waren dat altijd goede uitvoeringen, maar de échte helden van deze eeuw zijn voor mij Brian Pollard, oud-fagottist van het Concertgebouworkest, en Klaus Thunemann, bij wie ik in Hannover heb gestudeerd. Mijn vader gaf me hun opnames en zei: `Jongen, hier moet je naar luisteren.' Dat deed ik dan, om vervolgens te proberen die ongelooflijke klank te imiteren.

,,Elk instrument heeft leuke en moeilijke kanten. Bij de fagot is de grootste moeilijkheid het vormgeven van dynamische verschillen. Lipspanning, de kracht en de snelheid waarmee je de lucht blaast - alles telt! Maar het verschil tussen een middelmatige en een goede fagottist is nooit een kwestie van de techniek. Iedereen kan leren hard of zacht te blazen en de juiste noten te spelen, maar daarmee maak je nog geen muziek.

,,Als er een God van de fagot bestaat, is Brian Pollard de paus. De intensiteit van zijn spel is ongeslagen. Zoals hij een zaal met klank kon vullen Er zijn natuurlijk ook goede buitenlandse fagottisten, maar hun aanpak is totaal anders. De Weense fagotschool gebruikt geen vibrato, en in Duitsland wordt gespeeld met een hele donkere klank. Het meest `anders' is de Franse fagotschool, omdat daar wordt gespeeld op de Franse fagot. Die heeft andere kleppen, een andere buis, andere grepen en een ander riet. Voor mij is het de kunst de vingervlugheid, hyperexacte articulatie en zangerigheid die de Franse fagotstijl kenmerkt, te vertalen naar de grotere klank van de Duitse fagot, die wij buiten Frankrijk bespelen.

,,Als fagottist in het Concertgebouworkest heb ik een halve baan. In de praktijk is het meer. Je moet altijd paraat staan voor als je collega ziek wordt. Dat is zwaar, maar voor mij is deze baan een droom die is uitgekomen. Dus ik klaag niet! De rol die je als fagottist bekleedt binnen het orkest, verschilt uiteraard per componist. In het algemeen geldt: hoe nieuwer de muziek, hoe veeleisender. Het makkelijkst is Bruckner, die de fagot uitsluitend lange noten toebedeelt. Als één van zijn symfonieën op het programma staat, denkt een fagottist: `Ha, vakantie!'

,,Het solorepertoire voor fagot is beperkt. Tot mijn grote droefenis bestaat er bij voorbeeld geen enkel romantisch fagotconcert. Wel is er veel eigentijdse Franse muziek. Geen mens die ooit van die componisten gehoord heeft, maar voor een fagottist zijn hun werken van cruciaal belang. Kamermuziek is er natuurlijk óók, maar naast het orkest en mijn leerlingen in Düsseldorf en Manchester heb ik daar weinig tijd voor. Tja, life is all about priorities! En des te leuker is het kamermuziek te maken als de gelegenheid zich eens wél voordoet.''

In de Blazersserie van het Concertgebouw speelt Gustavo Núñez mee in werken van Poulenc en Boutry, 3/12 Concertgebouw (Kleine Zaal), Amsterdam.

Res.: (020) 6 718 345

    • Mischa Spel