Bruine bonen en spek op nuchtere maag

Vals plat en striemende plensbuien maakten van de vijftien kilometer lange Zevenheuvelenloop gistermiddag voor velen een martelgang.

Voor aanvang van de Zevenheuvelenloop hadden de per trein gearriveerde hardlopers er al heel wat kilometers op zitten. Alle treinen waren afgeladen, zodat ook de oudste deelnemer, de 78-jarige Wybren Visser, de treinreis Harlingen-Nijmegen staande had moeten afleggen.

Visser was nog niet gestart of de Afrikaanse winnaar van de loop raasde al over de eindstreep. Een gure wind en een steeds harder neerdalende regen deed de graatmagere atleten in elkaar krimpen.

Bewoners van aanliggende herenhuizen, geposteerd op balkonnetjes met een glas wijn in de ene en een sigaar in de andere hand, sloegen het tafereel geamuseerd gade. Andere bewoners leken minder gecharmeerd van het schouwspel. Een echtpaar keek argwanend naar een Afrikaan met ontblote borst die hun tuin voorbijliep. ,,Voor je het weet pissen ze in je tuin of deponeren ze er hun bidons'', zei de man met nauwelijks verholen minachting.

Voor de recreatieve lopers begon de martelgang door regen en modder na binnenkomst van de toppers pas goed. De duizenden gaven geen krimp, de blik slechts gericht op de imaginaire finish. Alleen hoorbaar was het gehijg en gezwoeg van de atleten en de duizenden voeten die op het asfalt roffelen. Op de Kwakkenberg gaven tientallen lopers de pijp aan Maarten. Met gebogen hoofd stapten ze één voor één de bezemwagen in. Zo niet de 78-jarige Wybren Visser. Onverstoord jogt hij langs de uitvallers. De Fries dacht niet aan opgeven. Ook door een opstootje met de politie liet hij zich niet afleiden. Uit de steeds langer wordende rij auto's kwam een woedende man tevoorschijn. Hij richtte de punt van de paraplu dreigend naar de agenten. ,,Hoe halen jullie het in je hoofd de weg naar de Sint Maarten Kliniek af te sluiten. Mijn vrouw wacht verdomme al vanaf twee uur op mij.'' Ziedend droop de man vervolgens af.

Achter Wybren Visser, inmiddels de laatste loper, vormde zich een steeds langer wordende stoet van politiemotoren, bezemwagens en ambulances. Meter voor meter hobbelde hij, met het gemotoriseerde gevolg in zijn kielzog, op de finish af. De laatste driehonderd meter draaiden de drie motoragenten de volumeknop van de sirene open. Het handjevol overgebleven toeschouwers schreeuwde de keel schor voor Visser. Toen hij over de finish kwam, stortte een cameraploeg en een kleine schare jonge fans zich op de verkleumde Fries. Hij kon niet veel met alle aandacht. ,,Ik versta jullie moeilijk, ik heb mijn gehoorapparaat uitgedaan voor de race'', verontschuldigde hij zich. Zijn verhaal wilde hij graag kwijt. ,,Drie keer per week ren ik twaalf kilometer. Bruine bonen met spek, dat is mijn geheim. Elke ochtend om zes uur op de nuchtere maag'', riep hij triomfantelijk. ,,Elke maand krijg ik vijftig gulden sponsorgeld van een plaatselijke ondernemer. En ik heb een privé-masseur: de broeder in het verzorgingshuis masseert mij elke dag. Ik ben pas begonnen te hardlopen toen ik 73 jaar was. Dat jaar verloor ik binnen drie maanden mijn dochter van 44 en mijn vrouw. Maar mij krijgen ze niet achter de begonia's, nooit niet.''

Toen vond Visser het welletjes. Hij boog nog eens diep, strekte zich uit en dribbelde weg van de menigte. Op zoek naar zijn hardloopmaten, met wie hij de lange vermoeiende reis naar Harlingen weer moest aanvaarden.

    • Martijn van Leeuwen