Volkszanger in een wurgende omhelzing

Wie knuffelt, minacht. Men knuffelt een hond, een peuter, een teddybeer, en daarbij onderstreept de genegenheid tezelfdertijd de ongelijkheid der verhouding. Knuffelen gebeurt van bovenaf, met de blik neerwaarts gericht. De knuffelaar heeft het heft in handen; de beknuffelde is weerloos. Precies dit is het geval wanneer de geletterde klasse de volkse cultuur omhelst. Zulks gebeurt in Nederland tegenwoordig met een toenemende hartstocht.

Of dit nu voortkomt uit bewondering voor de levenstijl van gene zijde van de sociale kloof of uit de neiging tot ironiserende camp, het probleem is tweeledig. In Nederland bestaat noch een waarachtig geletterde klasse, noch een volkse cultuur van betekenis. Dit land is een plat land, geestelijk zelfs bijna tweedimensionaal, en anders dan bijvoorbeeld Engeland beschikken wij niet over een even schrijnend als schilderachtig contrast tussen een intellectuele elite en een diepgewortelde proletarische levenstijl. Dit betekent kort gezegd dat te onzent de doctorandus is aangewezen op een flirt met Johnny Jordaan of André Hazes, en indien hij stoutmoedig is, met beide zangers van het levenslied tegelijk.

In dit licht is het geen wonder dat de afgelopen jaren over deze twee artiesten een stortvloed van (niet zelden gesubsidieerde) culturele producten is vervaardigd. En het is evenmin een wonder dat bij de meeste van deze creaties iets wringt, iets knarst en iets tussen de tanden blijft steken. Dit is eerlijk gezegd ook het geval bij de alom bejubelde en met twee Gouden Kalveren onderscheiden driedelige dramaserie Bij ons in de Jordaan, die zondagavond bij de VPRO van start gaat. Deze creatie van Kees Prins en Frank Ketelaar onder regie van Willem van de Sande Bakhuysen wil geen historische levensschets zijn van de man die als Jan van Musscher werd geboren en als Johnny Jordaan stierf (na het grootste deel van zijn leven in de Staatsliedenbuurt te hebben gewoond). Neen, er is sprake van `een verhevigde, fictieve verbeelding' van diens bestaan. Hier ziet men de knuffel als wurging: de heer Jordaan zelf (die mooi kon zingen maar een simpele ziel was met een gulle hand en een weinig enerverend geestesleven) blijkt niet interessant genoeg om het onderwerp van de liefkozing te zijn, het gaat slechts om de iconografie die hij vervult in het wereldbeeld van de makers. Derhalve ziet men in de serie niets van Jordaans levenspartner Ton Slierendrecht, die 31 jaar met de zanger samenleefde (hij werd zelfs niet geraadpleegd), maar wel alles van een even verzonnen als traumatisch bedoelde homoseksuele relatie met Wim Sonneveld (mooi vals gespeeld door Jeroen Willems).

Deze serie is het voorlopige slotakkoord van de recente verering van een zanger die op 8 januari 1989 vrijwel vergeten overleed. Zo was de reeks met meer dan tweehonderd afleveringen over het leven en werk van Jordaan op de Amsterdamse lokale televisiezenders MokumTV en Salto al tamelijk ruim bemeten. Maar toen moest de musical Oh Johnny nog komen, en was het standbeeld door Kees Verkade van de volkszanger op het naar hem vernoemde plein nog niet onthuld, terwijl Bert Hiddema alleen nog maar de verkorte versie van zijn onlangs verschenen grote biografie had gepubliceerd. Wie dit overziet en bedenkt dat de opgehemelde maar heimelijk neerbuigende documentaire André Hazes; Zij gelooft in mij vorig jaar het IDFA-filmfestival won, verbaast het niet dat de Nederlandse pers dol bleek op de VPRO-serie. ,,Bij ons in de Jordaan is topamusement en zinvolle kwaliteitstelevisie'', schreef deze krant bij de première. Het dagblad Trouw repte in haar intellectueel bedoelde bijlage `De Verdieping' van een ,,eenvoudige volksjongen die met zijn oprechte vertolking van levensbeschouwende liederen bruiloften en partijen opvrolijkte'', en van ,,een hartverscheurende geschiedenis waarin de volksheld van de ene op de andere dag als een paria wordt bejegend'', om te eindigen met de verzuchting ,,vijftig jaar, een wereld van verschil''.

Wat u zegt. Jordaans roem begon in 1955 toen hij een zangconcours in hotel Krasnapolsky won met zijn vertolking van De Parel van de Jordaan (Tante Leen – die geheel ontbreekt in de serie – werd destijds tweede met het nummer Hand in hand). In die jaren was het ondenkbaar dat de muziek van Jordaan door de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep ten gehore werd gebracht, terwijl de VARA zijn oeuvre volstrekt ongeschikt achtte voor de socialistische arbeider. Toen Jordaan in 1972 zijn verhaal liet opschrijven door H. Wieringa in het werkje Johnny Jordaan; ze kunnen van me zeggen wat ze willen waren er dan ook niet veel doctorandussen die er acht op sloegen. Het tij begon pas te keren toen enige tijd later in Aloha een dubbelinterview verscheen met Wally Tax en Jordaan, waarmee een proces begon dat thans bij de VPRO eindigt.

De uitkomst is even dubbelhartig als elke knuffel. Kees Prins zingt als Johnny Jordaan de levensliederen werkelijk bewonderenswaardig, Jacob Derwig is overtuigend in zijn rol van (fictieve) neef en chauffeur, maar de idiote verzinsels en ontmoedigende gemeenplaatsen in het scenario (,,gunst'' zegt het burgermeisje en vlucht in paniek weg als het woord `Jordaan' valt) zijn dermate neerbuigend dat het wel duidelijk is wie hier de werkelijke hoofdrol speelt. Niet Johnny Jordaan, maar de eigenliefde van de moderne Sprachherrschaftsklasse.

Bij ons in de Jordaan, zondag, Ned.3, 22.35-23.30u.