Vertwijfelde zoektocht naar het ware rugby

Het WK rugby league in Groot-Brittannië beantwoordt niet aan de verwachtingen. Steeds meer stemmen gaan op voor een fusie van de snelle dertienmansvariant met de `aartsrivaal' rugby union.

Zelfs in de Angelsaksische wereld, de bakermat van het rugby, rijzen langzaam maar zeker de twijfels. Wat de rest van de wereld al jaren niet begrijpt, roept ook in eigen kring steeds meer vragen op: een op het oog identieke sport, versplinterd in twee bloedgroepen met elk een eigen bond en een eigen aanhang, die elkaar op leven en dood bestrijden. Met als inzet de vraag wie van beide `het ware rugby' vertegenwoordigt, rugby union of rugby league.

Die vraag is dezer dagen actueler dan ooit tevoren, nu Ierland, Frankrijk en Groot-Brittannië een jaar na het wereldkampioenschap rugby union opnieuw het toneel zijn van een mondiale titelstrijd, ditmaal die van de rivaliserende rugby league. Oftewel de snelle en dynamische tegenhanger met dertien (league) in plaats van vijfien spelers (union) per team. Zestien landen doen mee aan de twaalfde editie van het toernooi, met exotische deelnemers als Tonga, Papoea Nieuw Guinea, de Cook Eilanden en de Aotearoa Maori, de inheemse bevolking uit het rugbymaffe Nieuw Zeeland.

Maar hoe fraai en indrukwekkend het deelnemersveld ook oogt, veel bezoekers trekt het evenement nog niet. Het gemiddelde toeschouwersaantal van 32.000 blijft ver (ruim 10.000) achter bij de verwachtingen. Slechte marketing, erbarmelijke weersomstandigheden Groot-Brittannië beleeft één van de natste perioden uit de geschiedenis en een falend spoorwegnet zijn volgens de organisatie de voornaamste redenen van de teleurstellende verkoopvan kaartjes. Critici laten evenwel geen gelegenheid onbenut om die lezing af te doen als een notoire leugen, een verzinsel om het eigen falen te maskeren.

Woensdag ging het organisatiecomité in de tegenaanval. Geprikkeld door de kritiek presenteerde Neal Coupland, de media- en marketingdirecteur van het WK rugby league, vol trots de kijkcijfers van het afgelopen weekeinde. Onderzoek had uitgewezen dat het kwartfinaleduel tussen Australië en Samoa (66-10), zaterdag rechtstreeks uitgezonden door de BBC, door 3,2 miljoen tv-kijkers was bekeken.

Ruim één miljoen meer dan er een dag later aan de buis gekluisterd zaten voor de rugby union-oefeninterland tussen Schotland en Australië, zo voegde Coupland daar fijntjes aan toe. Nee, voor Coupland waren de cijfers aanleiding voor de verheugende constatering dat ,,het Britse tv-publiek in de ban is van het WK, wat de critici ook mogen beweren''.

Die critici ontwaren een groter complot: het publiek heeft het verzadigingspunt bereikt nu rugby union en rugby league niet of nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden zijn. Vooral als gevolg van de speltechnische concessies die het `trage' rugby union de laatste jaren heeft gedaan (meer snelheid, minder dode spelmomenten) zijn beide spelsoorten inwisselbaar. De aloude scheidslijnen, grotendeels cultureel bepaald, zijn daardoor vervaagd.

Bovendien is de vijftienmansvariant inmiddels bekeerd. Onder druk van de commercie (lees: mediatycoon Rupert Murdoch) ging de International Rugby Board vier jaar geleden overstag: professionalisme, tot dan toe hét handelsmerk van rugby league, werd voortaan oogluikend toegestaan. Daarmee kwam een einde aan het isolement dat de aartsconservatieve bond zichzelf decennialang had opgelegd als een verkapt eerbetoon aan de grondleggers van de stoere sport, de Engelse upper class.

Want voor de gegoede burgers waren betalingen uit den boze. Wie in staat was om op zaterdag, in de negentiende eeuw voor de meeste mensen een normale werkdag, zijn tijd te doden met een partijtje rugby, onderstreepte daarmee zijn status. Zij die zich die luxe niet konden permitteren – boeren en arbeiders – stichtten na verloop van tijd hun eigen rugbybond, met geheel eigen spelregels en betalingen: rugby league. Zo ontstond de scheiding der geesten die tot op de dag van vandaag nog altijd zichtbaar is. Rugby league in Engeland is vooral populair in oude industriële centra als Leeds en Liverpool, terwijl the union game het moet hebben van het platteland.

Die tweedeling is anno 2000 volstrekt achterhaald, vinden velen, en niet in het belang van de sport. Steeds vaker weerklinkt de roep om de rijen te sluiten. Die oproep vindt steeds meer gehoor. In hun zucht naar erkenning en expansie beseffen de bestuurders van beide bonden dat de scheiding der geesten een wereldwijde doorbraak van het rugby in de weg staat. Wil The Oval Game ooit toetreden tot de olympische familie – een diepgekoesterde wens in rugbykringen – dan is een fusie van beide bloedgroepen onvermijdelijk.

Maar puristen willen van een samensmelting niets weten. Zo deed Clive Woodward, de bondscoach van Engeland (rugby union), de suggestie van een fusie onlangs af als een oneerbaar voorstel. ,,Traditie en geschiedenis laten zich niet kneden tot één sport.''

Officiële website: http://worldcup.rleague.com