VERTROUWD MET HET DOEMSCENARIO

Het gaat tennisser Sjeng Schalken voor de wind. Bij zijn ouders in het Belgische dorpje Kessenich vierde hij zijn toernooizege in Tokio. ,,Ik hoef alleen maar aan mijn broers te denken om mijn succes te relativeren.''

Het lichaam van tennisser Sjeng Schalken is gesloopt na een succesvolle tournee door Azië en Europa, die hem zelfs naar de 24ste plaats op de ATP-ranking bracht, zijn hoogste notering ooit. Na zijn toernooizege in Tokio, een finaleplaats in Sjanghai, een kwartfinale in Stuttgart en een roemloze aftocht in het Russische St. Petersburg heeft Schalken het laatste toernooi in de Masters Series in Parijs laten schieten om zich te laten verzorgen. ,,Ik moet er komende week nog één toernooi in Stockholm uit kunnen persen. Maar ik heb overal kleine pijntjes, die zich beginnen op te stapelen'', luidt het excuus.

Schalken beschikt nu eenmaal niet over het ,,goddelijke lichaam'' van zijn collega Paul Haarhuis, zoals hij ooit grinnikend constateerde. Zijn medisch attest: ,,Het begon al in Hong Kong, waar ik last kreeg van mijn heupen. Nu word ik behandeld aan mijn rug en mijn schouder. Met mijn knieën moet ik ook oppassen, daarom moeten de bovenbenen soepel blijven. Ik ga straks een stukje lopen om alle blessures te lokaliseren.'' En lachend: ,,Mijn lichaam is als een auto met een veel mankementen. Maar je hoort het van alle spelers. De Zweed Magnus Gustafsson vertelde me dat hij nog nooit een partij heeft gewonnen zonder pijn. Vooral het reizen is slopend. Laatst sjouwde ik nog met tassen op een of ander vliegveld, schoot er ergens weer een werveltje uit.''

De gedwongen onderbreking van zijn monotone bestaan als tennisprof voerde hem weer terug naar zijn jeugd, bij zijn ouders in het Belgische dorpje Kessenich, vlak over de Nederlandse grens. In die Vlaamse kasteelboerderij kreeg Schalken van kinds af aan de boodschap mee dat hij zijn gezondheid moest koesteren. Vorig jaar won hij op de sterfdag van zijn jongste broer Tuur het toernooi van Auckland. Hevig geëmotioneerd droeg Schalken de toernooiwinst op aan zijn grootste fan, die in 1996 aan leukemie was overleden. ,,Op dat moment bleek hoe innig ik nog steeds met hem ben verbonden'', vertelt Schalken. ,,Na de dood van Tuur was het tennis ook een vlucht voor me. Vier jaar geleden had ik in de eerste ronde van de Australian Open opgegeven, omdat hij niet lang meer te leven had. Hoewel Tuur wist dat zijn einde nabij was, begreep hij er niets van dat ik voor hem een toernooi liet schieten. Ik heb nog drie uur met hem gesproken, daarna is hij kalm overleden. Ik was diep onder de indruk van de rust, die Tuur uitstraalde. Hij was nog een kind, maar wel een kind dat de dood al in de ogen had gezien. Op dat vlak was hij mentaal veel verder dan ik.

,,Dat menneke wist al een jaar dat hij door een agressief virus in zijn bloed werd gesloopt. Toch wist hij daar een kracht uit te putten, die ik niet voor mogelijk hield. Natuurlijk viel tegen dat ziektebeeld niet te vechten. Maar Tuur heeft het langer volgehouden dan verwacht. Als ik op de tennisbaan flink op mijn bek ga, hoef ik alleen maar aan hem te denken om het te relativeren.''

Naast het verdriet om Tuur moesten zijn ouders ook de klap verwerken dat de middelste zoon in het gezin aan het Downs-syndroom bleek te lijden. ,,Pier heeft de hersens van een baby van één jaar oud'', legt de oudste zoon Sjeng uit. ,,De eerste tien jaar van zijn leven was hij nog bij mijn ouders thuis. De meeste aandacht ging toen naar hem uit. Dat is voor mijn zusje nog het moeilijkst geweest, want mijn grootouders hebben zich over mij ontfermd. Opa en oma reisden met me mee naar de jeugdtoernooien. Zonder hen zou ik nooit proftennisser zijn geworden.

,,Je kon Pier geen seconde alleen laten. Ik kan me herinneren dat hij graag naar de zwanen in de vijver wilde kijken. Dan moest ik mee, omdat hij anders in het water zou vallen. Pier is nu 21 jaar en hij zit in een verzorgingstehuis. Hij is een vrolijk mens. Maar hij leeft natuurlijk op instinct. Pier krijgt dingen aangeleerd, zoals je – met alle respect – met een hond zou doen. Hij herkent mij nu wel een beetje. Maar het contact blijft uiteraard beperkt.

,,Voor mijn ouders zijn het helse tijden geweest. Je kind verliezen, is het ergste wat er is. Na de dood van Tuur straalde uit hun ogen weinig levensvreugde. Maar ze zijn aan een nieuw leven begonnen. Mijn vader had vroeger zijn eigen reclamebedrijf, waar hij tot over zijn oren in het werk zat. Nu geeft hij één dag per week kunstgeschiedenis aan de PABO en maakt hij schilderijen. Het verdriet slijt nooit, maar mijn ouders bloeien nu weer op. Dat is prachtig om te zien. Ik kon dan ook geen betere plek verzinnen om mijn toernooizege in Tokio te vieren dan bij mijn ouders in Kessenich.''

Soms maken die herinneringen aan zijn broers hem depressief. Maar het noodlot in zijn familie heeft hem ook opstandig gemaakt. ,,Buiten de baan is het soms moeilijk te accepteren dat het leven zo oneerlijk kan zijn'', zegt Schalken. ,,En dan besef je hoe relatief het tennis is. Maar als ik eenmaal op de baan sta, ga ik helemaal in het spel op. De treurige gebeurtenissen in mijn familie hebben me in elk geval niet rustiger gemaakt.'' Op de tennisbaan oogt Schalken soms te flegmatiek. Dan krijgen zijn slagen een geforceerd karakter, zoals bij zijn stroeve servicebeweging. Maar die pose camoufleert vooral het innerlijke gevecht dat hij dagelijks moet voeren om geestelijk in balans te blijven.

Vroeger zou Schalken de pijnlijke nederlaag in de kwalificaties voor het toernooi van Stuttgart tegen de nummer 200 van de wereld niet hebben kunnen verwerken. ,,Het momentum van mijn geslaagde trip door Azië was in één klap verdwenen'', zegt Schalken. Maar als lucky loser nam hij vervolgens op fraaie wijze revanche voor zijn nederlaag tegen Magnus Norman in de finale van het toernooi in Sjanghai. ,,Ik ben mentaal sterker geworden, al kan ik me op dat gebied nog flink verbeteren. De Spanjaard Alex Corretja is als tennisser niet beter dan ik. Maar geestelijk heeft hij nog een flinke voorsprong. Mijn coach Alex Reijnders moet me telkens dwingen positief te blijven denken, want ik heb vaak het doemscenario in mijn hoofd. Dat is de aard van het beestje.''

Was Schalken ook niet te bescheiden om zich te ontwikkelen tot een killer? Typerend voor het beeld van de baseliner, die op cruciale momenten net te kort schiet, waren zijn marathonpartijen op Wimbledon tegen Courier en Philippoussis. Schalken werd ook door beide spelers overladen met complimenten, maar wel als verliezer. ,,Het typeert de Nederlandse mentaliteit dat ik telkens moet uitleggen, waarom ik die twee partijen heb verloren. Bij mij overheerst de gedachte dat ik deel uitmaakte van een mooi stukje sporthistorie. Miljoenen mensen hebben gekeken naar die partijen op Wimbledon, daar heb ik mijn naam gevestigd. Mijn duels met Courier en Philippoussis hebben me juist geïnspireerd om volgend jaar op een grandslam wel een keer de vierde ronde te halen.''

Het zou een logische stap zijn nu Schalken dit seizoen een opmerkelijke progressie heeft geboekt. ,,Het succes komt niet uit de lucht vallen'', mijmert hij in zijn tweede huis, tenniscentrum Valkencourt in Valkenswaard. ,,Ik moet dagelijks hard werken aan mijn spel, omdat ik een aantal onderdelen niet van nature beheers. Als ik niet elke dag mijn service oefen, valt die zomaar weg. Ik heb nu eenmaal niet de forehand en de opslag van Krajicek. Tegen grote namen als Norman, Lapentti en Bruguera kan ik het niet winnen vanaf de baseline, terwijl ik daar intuïtief wel blijf staan. Nu kies ik de juiste momenten om aan te vallen en dan blijk ik ook van deze topspelers te kunnen winnen.''

Zo dwong Schalken de erkenning af, die hem naar zijn gevoel jarenlang werd onthouden. Het was ook een frustrerende gedachte dat hij tegen een `gouden generatie' op moest boksen. ,,Ik wist dat ik in het enkelspel niet beter kon presteren dan Krajicek, terwijl de titels in het dubbelspel van Haarhuis en Eltingh voor mij ook onbereikbaar zijn. Toch kreeg ik het idee dat mensen dat wel van mij verwachtten. Het leek aanvankelijk een uitdaging om me als een nieuwe Krajicek te presenteren. Maar ik kwam er al snel achter dat ik geen nieuwe Krajicek ben. Ik ben Sjeng Schalken, die ploeterend de top probeert te bereiken. Helaas krijg ik daar niet altijd het krediet voor.

,,Hoewel ik op de wereldranglijst nu boven Krajicek sta, beschouw ik mezelf niet als de nieuwe nummer 1 van Nederland. Zodra Richard zijn rackets weer oppakt, is hij vanwege zijn enorme staat van dienst voor mij weer de beste. Krajicek heeft er nu eenmaal een half jaar uitgelegen na zijn knieoperatie. Natuurlijk stel ik mijn doelen bij. Ik heb nu geproefd aan de top-30. Misschien kan ik die laatste stap naar de wereldtop maken, want ik heb me als tennisser enorm ontwikkeld. Maar voor mij was het al een hele prestatie om zes jaar lang in de top-100 te staan.

,,Twee jaar geleden werd daar nogal laatdunkend over gedaan. Ik moest overal horen dat ik nooit zou doorbreken, dat ik al tevreden was met een plaats in de top-50. Die kritiek heeft me gekwetst. De mensen realiseren zich niet hoe moeilijk het is om jaar in jaar uit tot de beste 50 tennissers van de wereld te behoren. Kijk eens waar grote namen als Bjorkman, Ivanisevic en Chang nu staan. In Stuttgart verloor ik kansloos van de onbekende Duitser Phau om vervolgens de nummer 4 van de wereld te verslaan. Zo dicht ligt het veld bij elkaar.''

Schalken straalt zijn nieuwe bewustzijn ook uit in het Davis Cupteam. Hoewel hij de onderhandelingen met de KNLTB over de vervanging van captain Michiel Schapers overlaat aan Krajicek en Haarhuis, de vertegenwoordigers van de oude garde, heeft hij zich van meet af aan sterk gemaakt voor een revolte tegen de bondscoach. Schalken, ontwijkend: ,,Iedereen dacht hetzelfde over Schapers. Het initiatief om een nieuwe captain aan te wijzen, is van alle spelers uitgegaan. De jonge generatie heeft wellicht wat emotioneler gereageerd. Zolang die onderhandelingen nog gaande zijn, kan ik daar verder niks over zeggen.''

Schalken volgde de affaire-Schapers de afgelopen dagen vanuit zijn woonplaats Monte Carlo, waar hij met zijn vriendin een luxe leven leidt. ,,Al ben ik geen type dat zich wentelt in de jet-set. Je moet wel oppassen dat je in Monaco niet blasé wordt. Wanneer ik na enkele dagen niet meer omkijk als een Ferrari langskomt, weet ik dat het tijd is om te gaan.'' Schalken was vroeger gek op snelle auto's tot de dood van oud-prof Menno Oosting hem tot bezinning dwong. ,,Nadat Menno is verongelukt, heb ik mijn te snelle wagen meteen van de hand gedaan. Zijn dood is hard aangekomen in het Nederlandse tenniswereldje, omdat het zo herkenbaar was.

,,Iedereen is wel eens midden in de nacht na een toernooi naar huis gereden. Maar Menno reed altijd defensief. Ik reed als jong broekie veel te agressief. Ik heb nu een auto, die niet harder kan dan 160 kilometer per uur. Op cruise control rijd ik ontspannen vanuit België naar Monte Carlo. Soms kriebelt het wel eens bij me op die Franse autowegen. Dan zou ik wel weer eens met 220 kilometer per uur over de weg willen scheuren. Maar de zinloze dood van Menno Oosting deed me opnieuw inzien hoe kwetsbaar je in dit leven bent.''