Veilige registratie gewenst

Na het debat over het multiculturele drama, is het tijd voor daden. Hoe maakt Nederland werk van de integratie van minderheden? Om de drie weken maken Ahmed Aboutaleb, directeur van het instituut voor Multiculturele ontwikkeling Forum en Roger van Boxtel, minister voor Grote Steden en Integratiebeleid door middel van brieven aan elkaar de balans op.

Geachte heer Van Boxtel,

Zoals u weet onderneemt FORUM veel activiteiten die erop gericht zijn de onderwijsprestaties van allochtone kinderen te verbeteren. Onderwijs opent immers de weg naar verdere ontplooiing in de samenleving. Daarom was ik erg blij dat Shell Nederland, via het programma `Shell cares', bereid bleek te zijn ons gedurende drie jaar te ondersteunen bij projecten op het gebied van huiswerkbegeleiding in de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De stap van Shell illustreert het belang dat Nederlandse bedrijven hechten aan de sociale omgeving waarin ze zaken doen. Dat is winst. In een verpauperde wijk valt nu eenmaal niet met fatsoen te ondernemen. Het investeren in jonge kinderen draagt bij aan het versterken van de samenhang in de wijken.

Kinderen zijn gebaat bij goed onderwijs en voldoende begeleiding om hun talenten tot bloei te laten komen. En terwijl allochtone jongeren er in toenemende mate in slagen op eigen kracht een baan te vinden, is dat voor de ouderen nog steeds een martelgang. Tot enkele weken geleden gingen we ervan uit dat de nieuwe Centra voor Werk en Inkomen (CWI's) die overal in het land worden opgericht, voor deze mensen uitkomst zouden bieden. Volgens prof. J. Veenman van het Instituut voor Sociologisch en Economisch Onderzoek, die op verzoek van Forum de werkwijze van de CWI's onder de loep heeft genomen, zal de nieuwe opzet geen verbetering betekenen voor allochtone werkzoekenden. De CWI's zullen voor langdurig werklozen en mensen die veel begeleiding nodig hebben, niet het ene loket zijn waar de politiek van uitging. Deze categorie werkzoekenden zal worden doorverwezen naar commerciële arbeidsbemiddelaars, die voor dat doel overigens te weinig geld krijgen. Voor mensen die gemakkelijk te bemiddelen zijn, werkt het CWI wel als een loket voor werk en inkomen. Ik constateer dat dit in strijd is met de uitgangspunten van het kabinet. Ik ben benieuwd hoe de regering dit probleem denkt aan te pakken.

Enkele weken geleden heeft er in de Tweede Kamer een verwarrende discussie plaatsgevonden over hoeveel allochtonen er precies een WAO-uitkering ontvangen. Het percentage allochtonen in de WAO zou vele malen hoger zijn dan gemiddeld. Los van de politieke bedoelingen die achter deze discussie schuilgingen, heeft deze verwarring alles te maken met het gebrek aan onomstreden cijfers die voor beleidsontwikkeling relevant zijn. Wijs geworden door de Tweede Wereldoorlog, hebben we in Nederland besloten zeer voorzichtig te zijn met het registreren van religie en etniciteit van mensen. Ook ik vind dit uitgangspunt nog altijd waardevol. Maar tegelijkertijd onderken ik dat we bij gebrek aan betrouwbare cijfers niet goed in staat zijn adequaat te reageren op maatschappelijke ontwikkelingen.

Ik leg u daarom het idee voor om, samen met relevante maatschappelijke instellingen, de Registratiekamer en het Centraal Bureau voor de Statistiek, na te gaan welke rechtswaarborgen mogelijk zijn om bepaalde vormen van registratie toch mogelijk te maken. De allochtone gemeenschappen in Nederland zijn volgens mij volwassen genoeg om de feitelijke ontwikkelingen in de eigen kring onder ogen te zien en van daaruit mee te werken aan noodzakelijke oplossingen. Geruchten kunnen schadelijker zijn dan betrouwbare cijfers. Er zullen altijd wel mensen en groeperingen zijn die van dergelijke cijfers misbruik zouden willen maken, bijvoorbeeld in verkiezingstijd. Maar het belang van betrouwbare cijfers voor beleidsontwikkeling en voor het verrijken van de maatschappelijke discussie, acht ik doorslaggevender.

Hoogachtend,

Ahmed Aboutaleb

    • Ahmed Aboutaleb