Vaatstra eist inzage dossier van Korthals

Voor de rechtbank in Leeuwarden heeft de vader van Marianne Vaatstra gisteren in kort geding geëist dat minister Korthals (Justitie) inzage geeft in het dossier over de moord op zijn dochter.

Korthals weigerde openbaarmaking, omdat dit het lopende onderzoek kan doorkruisen en de privacy van tipgevers en ex-verdachten in het geding kan komen.

Vaatstra vindt dat het openbaar ministerie hem onvoldoende op de hoogte houdt van het opsporingsonderzoek naar de moord op zijn dochter op 1 mei 1999 in Veenklooster. ,,Alleen het eerste half jaar was het goed. Maar nu moeten we het OM zelf bellen of een briefje schrijven. Daderinformatie hoef ik niet, maar het OM kan ons toch wel eens in de veertien dagen inlichten over de stand van zaken.'

Advocaat P. Timmerman betoogde namens de minister dat de wens van de familie Vaatstra ,,invoelbaar en begrijpelijk' is. Niettemin gaat het belang van privacy van derden boven dat van de familie. ,,Getuigen geven vertrouwelijke informatie aan de politie, ze mogen erop vertrouwen dat die ook zo blijft.' Timmerman wees erop dat de familie, voorafgaande aan de drie persbijeenkomsten waarin het OM de vorderingen van het onderzoek toelichtte, ingelicht is over het onderzoek.

De raadsvrouw van Vaatstra, P. Ruyg, meende dat het onderzoeksdossier geanonimiseerd kan worden. Zij voerde aan dat openbaarmaking een algemeen maatschappelijk belang dient. De veiligheid van de samenleving is volgens Ruyg in het geding, omdat uit het daderprofiel zou blijken dat de moordenaar van de 16-jarige scholiere opnieuw kan toeslaan.

Volgens raadsman Timmerman kan met het doorstrepen van namen alleen niet volstaan worden. ,,Alle informatie die tot een persoon herleidbaar is, moet worden doorgestreept. Dan blijft er weinig over.' Volgens Ruyg zou inzage in het dossier in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) mogelijk moeten zijn.