Schadevergoeding voor slachtoffers

Slachtoffers van misdrijven krijgen steeds vaker schade vergoed. Naast de gang naar de burgerlijke rechter kan het slachtoffer zich voegen in de strafzaak tegen de verdachte. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven keert steeds vaker uit.

De discussie over zinloos geweld heeft meer aandacht opgeleverd voor slachtoffers van misdrijven. De bureaus slachtofferhulp zagen het aantal afgesloten zaken tussen 1995 en 1998 dan ook bijna verdubbelen. Het openbaar ministerie wil slachtoffers beter informeren en begeleiden in het komen tot een schadevergoeding, staat in het Jaarplan 2000. ,,Een goede zaak'', zegt juriste Astrid Aafjes van Slachtofferhulp Nederland. ,,Maar het kan nog veel beter. De procedures zijn lang en soms wachten slachtoffers op een vergoeding van een dader die helemaal niet kàn betalen. Dat betekent dubbele victimisatie.''

Een 22-jarige vrouw loopt 's nachts alleen van het café naar huis, wanneer er plotseling een auto naast haar stopt. Uit de auto stappen drie mannen. De vrouw wordt vastgepakt en de auto ingeduwd. Een van de mannen dwingt haar tot orale seks. Daarna wordt de vrouw uit de auto gooit. De daders zijn niet gepakt. De vrouw is na het misdrijf zeer aangeslagen en heeft last van angsten en depressies. De uitkering door het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens immateriële schade bedraagt vijfduizend gulden.

Dit voorbeeld is een van de duizenden gevallen waarin het Schadefonds Geweldsmisdrijven, dat opereert onder het ministerie van Justitie, sinds 1976 jaarlijks gedupeerden tegemoetkomt. Slachtoffers van een misdrijf in Nederland dat opzettelijk is gepleegd, en die daarbij ernstig lichamelijk en/of geestelijk letsel hebben opgelopen, komen in aanmerking voor een vergoeding. Voorwaarde is dat het slachtoffer totaal geen schuld heeft aan het misdrijf. De uitkering is een tegemoetkoming in de letselschade. Het fonds keert echter alleen uit als er geen andere uitkeringen meer mogelijk zijn.

Voordat het fonds beslist, heeft het slachtoffer of de nabestaande er soms al een hele gang op zitten. Slachtofferhulp Nederland probeert hen te helpen een vergoeding te krijgen. In het kort zijn er vijf manieren om schade te verhalen. In eerste instantie betaalt de verzekering van het slachtoffer bijvoorbeeld boedelschade bij inbraak of ziektekosten in geval van een geweldsmisdrijf. Ook kan de aansprakelijkheidsverzekering van de dader tot uitbetaling komen. De politie of de officier van justitie kan proberen een schaderegeling te treffen met de verdachte. Het Schadefonds komt tot een eenmalige financiële uitkering (of het Waarborgfonds Motorverkeer of een particulier fonds). Slachtoffers kunnen ook een procedure starten voor de burgerlijke rechter waarin de verdachte aansprakelijk wordt gesteld. Tot slot is het mogelijk dat de benadeelde zich voegt in het strafproces tegen de verdachte.

Echt simpel zijn de procedures niet, meent Slachtoffferhulp Nederland. Zeker niet voor slachtoffers die emotioneel verward of psychisch beschadigd zijn als gevolg van een delict. Daarom biedt Slachtofferhulp een totaalpakket. ,,Gedupeerden moeten hun verhaal kunnen vertellen. Daarna gaan we aan de slag met het inventariseren van de schade. Dat betekent alle posten nagaan, een lijst opstellen en het verzamelen van bonnetjes'', legt Aafjes uit.

Heel vaak voegt de benadeelde zich in de strafzaak tegen de verdachte. De Wet Terwee uit 1995 maakt het mogelijk dat slachtoffers inhaken in het strafproces en hun claim op tafel leggen. ,,De rechter kan dan in die zaak een schadevergoedingsmaatregel opleggen. Het voordeel daarvan is dat het Centraal Justitieel Incassobureau de vordering incasseert. Zodat het slachtoffer er niet zelf achteraan hoeft te zitten'', aldus Aafjes. Voorheen was er een limiet van 1.500 gulden aan de voeging, sinds 1995 is die losgelaten. ,,Voegen heeft echter weinig zin als de claim te gecompliceerd is. Voegen kost de strafrechter extra energie. Een eenvoudige vordering met voldoende bonnetjes maakt een goede kans. Complexe materiële schade verwijst de rechter door naar de civiele rechtbank.''

Het nadeel van een procedure voor de burgerlijk rechter is dat het absoluut niet zeker is of een opgelegde vordering ook betaald wordt. ,,Het probleem is dat de verdachte of dader niet capabel kan zijn. Slachtoffers denken het volledige bedrag te ontvangen, wat niet gebeurt. Dat is een erge teleurstelling en maakt de gedupeerde opnieuw slachtoffer'', meent Aafjes. Slachtofferhulp Nederland pleit ervoor dat het Schadefonds, maar in elk geval de overheid, in eerste instantie de schade vergoedt. De overheid moet dat dan zelf verhalen op de daders.

,,Daar valt veel voor te zeggen'', vindt Pieter Cremers van het schadefonds. ,,In zwaardere zaken streven we ernaar met het CJIB kort te sluiten wat we kunnen doen. Als het slachtoffer zich voegt in het strafproces en zodra enigszins duidelijk is wat de dader moet vergoeden, dan zou dat eigenlijk al vergoed moeten worden. Daarvoor is het echter wel nodig in elkaars systemen te kunnen kijken. Dat proces is verre van gestroomlijnd. Het openbaar ministerie was tot voor kort vrij huiverig voor het uitwisselen van bestanden.''

Dat is niet enige punt dat verandering behoeft, vindt Cremers. ,,De positie van nabestaanden kan ook beter. Nu kunnen zij wel in aanmerking komen voor een uitkering naar aanleiding van materiële schade. Smartengeld is niet mogelijk en dat is erg. Bij in het oog springende en schrijnende zaken kunnen we voor hen vaak bitter weinig doen.'' Zowel slachtoffers als nabestaanden kunnen in geval van materiële schade een eenmalige uitkering krijgen tot 50.000 gulden. In geval van immateriële schade, kunnen slachtoffers rekenen op een vergoeding tot maximaal 20.000 gulden. Cremers pleit ervoor dat die laatste mogelijkheid ook voor nabestaanden gaat gelden.

Bovendien moet het schadefonds in algemene zin bekender worden bij slachtoffers van geweldsmisdrijven. ,,Het aantal verzoeken stijgt nog jaarlijks'', zegt Cremers. ,,Maar niet elk jaar even sterk.'' Behalve incidentele aandacht in de media is de achtergrond van die verschillen onduidelijk. ,,Daarom zijn we na de zomer een onderzoek gestart naar de omvang van de doelgroep. Begin volgend jaar moet daar meer zicht op zijn.'' Slachtofferhulp wil benadeelden bovendien wijzen op het feit dat een verjaringstermijn bestaat van drie jaar. ,,Hoewel het schadefonds alleen die schade uitkeert waarvoor geen andere mogelijkheden meer zijn, is het slim om toch onmiddellijk een verzoek in te dienen. ''

Informatie op internet: www.slachtofferhulp.nl