PMS stilt eetlust met overnames

Philips Medical Systems had deze week honger. Grote honger zelfs. De medische divisie van het Amsterdams-Eindhovense elektronicaconcern kondigde maandag de overname aan van het Amerikaanse ADAC, een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in systemen voor het diagnosticeren van hartziekten en kanker. Prijs van deze acquisitie: 426 miljoen dollar, zo'n 1,1 miljard gulden.

Gisteren volgde de grote klapper. Voor 1,7 miljard dollar (4,4 miljard gulden) koopt PMS (Philips Medical Systems) de divisie Healthcare Solutions van het Californische Agilent, een afsplitsing van de Amerikaanse computerfabrikant Hewlett Packard.

De vraatzucht van PMS past in een trend, die tot in alle uithoeken van de economie zichtbaar is. Bedrijven, en daartoe behoren ook ziekenhuizen, willen het aantal toeleveranciers steeds meer terugdringen. Het liefst kopen ze alles wat ze nodig hebben bij één partij. Een goed voorbeeld van die trend is handelshuis Hagemeyer, dat de laatste maanden ook erg actief is geweest op het overnamepad. Hagemeyer gooide nog niet zo lang geleden het strategische roer om en profileert zich nu op de markt van industriële waren die niet direct in de productie worden verbruikt. Geen grond-, maar hulpstoffen zogezegd. Hagemeyer kocht, met name in de Verenigde Staten, bedrijven met een breed assortiment, zodat zijn klanten alleen nog maar bij Hagemeyer hoeven aan te kloppen als zij veiligheidshelmen, brandblussers, of spijkers nodig hebben.

Eenzelfde verhaal kan aan Philips Medical Systems worden opgehangen. De overnames van deze week –de derde en de vierde van de afgelopen twee jaar– geven aan dat Philips zijn positie op de markt voor medische apparatuur serieus wil verstevigen. Die positie was al niet zwak, maar met de acquisitie van ADAC en de divisie van Agilent vergroot PMS de omzet in een keer met zo'n 60 procent. Was dat tot voor de overnames ongeveer 2 miljard euro (4,4 miljard gulden), deze week kocht Philips daar ruim 1,8 miljard dollar (4,7 miljard gulden) aan jaarlijkse omzet bij.

Dat brengt Philips met stip in de top drie van leveranciers van medische apparatuur. In deze markt delen het Duitse elektronicaconcern Siemens en het Amerikaanse conglomeraat General Electric de lakens uit. General Electric verkocht vorig jaar voor 6,4 miljard dollar (16,5 miljard gulden) aan scanners, mini-camara's en röntgenapparaten, Siemens voor ruim 8 miljard Duitse mark (9,4 miljard gulden). Die twee zijn dus nog een maatje groter.

Volgens analisten is de overname die PMS gisteren bekendmaakte een verstandige stap. De prijs voor de de Agilent-divisie is ongeveer 1,1 maal de omzet, een stuk lager dan wat de vuistregel in deze sector voorschrijft: anderhalf maal de jaarlijkse omzet. Nu is Agilent's Healthcare Solutions op dit moment niet winstgevend –in de eerste negen maanden van het lopende boekjaar werd een verlies van 53 miljoen dollar geleden–, dat neemt echter niet weg dat als Philips inderdaad alleen omzet en een uitbreiding van het assortiment wilde kopen 1,7 miljard dollar niet duur is.

Op de beurs deed Philips het de afgelopen week nog helemaal niet zo slecht, zeker niet in vergelijking met andere fondsen uit de telecom- en technologiesector. KPN Telecom, deze week veelvuldig in het nieuws vanwege de uitgifte van nieuwe aandelen, verloor 11 procent en noteerde gistermiddag 17,42 euro. Zo diep was KPN sinds 20 november 1998 niet meer gezonken. Kabelaar UPC verloor deze week bijna een kwart van zijn marktkapitalisatie. De duikvlucht kwam gisteren op 14 euro tot stilstand toen de gong op de beurs de week uitluidde.

ASM Lithography, een vroegere dochter van Philips, had in het tweede deel van de week sterk te lijden onder winstwaarschuwingen in de halfgeleiderindustrie. In de eerste helft beleefde het echter twee goede beursdagen, en uiteindelijk bleef het weekverlies voor de chipmachinefabrikant beperkt tot 4 procent.

En via dit bruggetje zijn we weer terug bij Philips. De grote winstmaker voor het elektronicaconcern is namelijk de halfgeleiderdivisie, waar Philips chips maakt die worden gebruikt in horloges, auto's, mobiele telefoons, wekkerradio's en een hele trits aan andere hebbedingetjes. Ongeveer 40 procent van het geld dat Philips verdient komt van de divisie halfgeleiders. En dat terwijl halfgeleiders goed zijn voor maar 20 procent van de omzet.

Ter vergelijking: medische systemen genereert op dit moment, dus zonder de aankopen van deze week, ongeveer 5 procent van de winst en 8 procent van de omzet. Dat is dus een een stuk minder winstgevend. Vandaar dat geruchten over een verzelfstandiging of verkoop van PMS vaak de kop opduiken. Philips ontkent die geruchten altijd, en deed dat gisteren weer: de synergie tussen PMS en de andere bedrijfsonderdelen zou te groot zijn. Maar de geruchten zullen blijven rondspoken.

Als Philips uiteindelijk toch zou besluiten om PMS te verkopen, zijn de logische kandidaten snel gevonden: Siemens en General Electric. De 6 miljard euro die PMS ongeveer op zou moeten opleveren zal de twee giganten nauwelijks met hun ogen doen knipperen.

    • Douwe Douwes