Liftboy

Zondagmiddag naar Cristofori aan de Prinsengracht in Amsterdam. Het optreden zou plaatsvinden in de zaal op de vierde verdieping. Een dame nodigde ons uit in de lift en drukknopte ons naar boven. Daarna ging ze de volgende groep halen.

Plotseling kwam me weer voor de geest waar en wanneer ik voor het eerst in een lift had gestaan. Bij V&D in Almelo. Het was heel spannend, ondanks de routineuze gebaren waarmee de in een rood uniformpje gestoken liftboy de deuren sloot en de knoppen bediende, was ik toch wel een beetje bang. Ik was zeven jaar en ging met mijn moeder een pak kopen voor de Eerste Heilige Communie. Ik heb er nog een foto van, van dat pak, met mij erin. Ik kijk, een kerkboek stevig in mijn handen klemmend, opgewekt in de camera. Ik was me er niet van bewust dat een van de pijpen van de pofbroek, als ik toen geweten had dat deze ook wel drollenvanger werd genoemd had ik het matrozenpakje gekozen, was afgezakt; wat aan de ernst en de plechtigheid van het moment ernstig afbreuk deed. Maar wat de lifboy betreft, het was de eerste en tevens de laatste die ik ooit in actie heb gezien. Of ik zou de eveneens geüniformeerde man moeten noemen die me zo'n jaar of acht geleden in Kathmandu op de roltrap hielp. Het was de eerste rollende trap in Nepal, geïnstalleerd in een twee verdiepingen tellend verzamelgebouw voor allerlei winkeltjes, en die dag feestelijk in gebruik genomen. Een voor een mochten we op aanwijzingen van de `roltrapboy' en onder luide aanmoedigingskreten van de omstanders de attractie betreden. In Almelo zullen zich ongetwijfeld soortgelijke taferelen hebben afgespeeld bij de opening van de eerste roltrap, maar helaas ben ik daar niet bij aanwezig geweest. Misschien deed ik op dat moment wel toelatingsexamen voor de H.B.S. in het Sint Jozefgebouw aan Oranjestraat, want dat moest toen nog. Op dat examen werd je voorbereid door middel van bijlessen die door de hoofdonderwijzer, meester Ter Beke, persoonlijk werden gegeven. Het Engels was in die tijd natuurlijk al aan zijn opmars bezig, maar Frans werd nog steeds beschouwd als de belangrijkste taal voor het voortgezet onderwijs. Toen ik overging naar de zesde klas werd de bijles Frans weliswaar afgeschaft. Of dat ook op andere scholen gebeurde weet ik niet. Maar Ter Beke kon het niet laten mij tussen de andere vakken door nog wat woorden en zinnetjes mee te geven. `Le chat est sur le piano', `Papa fume une pipe'. De bijles Frans werd niet vervangen door bijles Engels. Ik kreeg alleen wat meer sommen te verwerken in de trant van:

Klaas vertrekt om negen uur uit A en fietst met een snelheid van 14 km richting B. Onderweg stopt hij twee keer om een kop koffie te drinken. De eerste keer vijf minuten, de tweede keer tien minuten. Frits vertrekt uit B om 9.26 uur richting A met een bokkewagen. Hij beweegt zich voort met een snelheid van vier km per uur. Hij stopt onderweg drie keer vier minuten om de bok te voeren. De afstand tussen A en B bedraagt 54 km. Hoe laat en waar komen ze elkaar tegen.

Gekmakende opgaven en je vriendjes waren al aan het voetballen. Gelukkig wist ik waar Ter Beke het boekje met de antwoorden had verstopt en vaak kon je aan de hand van de uitkomst de oplossing terugredeneren. Dat scheelde een hoop vrije tijd. Vóór de meester om kwart over vier terugkwam van zijn theepauze had ik de zaak meestal al rond en kon ik om half vijf ook eindelijk gaan voetballen.

De H.B.S. is afgebroken en het Sint Jozefgebouw alleen nog maar herkenbaar aan het poortje. Maar aan `Varossieau', iets verderop, is ogenschijnlijk niets veranderd. Hier kwam ik voor het eerst in mijn leven in een echte bioscoop, samen met de andere misdienaars en de pastoor op ons jaarlijkse uitje. De James Bond-film Goldfinger werd er gedraaid en ondanks onze jeugdige leeftijd begrepen we al snel dat een pastoor zich hier niet gauw alleen had kunnen vertonen.

Franse bijles, een Franse bioscoop, maar het Engels was onstuitbaar. Ik vraag me af of een liftboy in Nederland ooit `garçon de l'ascenseur' genoemd is.