Lichaam als kraakpand

Op het ogenblik dat u dit leest, vliegen op 10.000 meter met een snelheid van 800 tot 1000 kilometer een paar duizend mensen van Europa naar Amerika, en een paar duizend anderen in omgekeerde richting. Laatstgenoemden krijgen een zware jetlag; de anderen lijden enig ongemak. De jetlag (luidt mijn stelling) is de scheurbuik van de luchtvaart. Of erger, want onze Oostindiëvaarders wisten wat tegen hun kwaal te doen viel: sinaasappels eten. Tegen de jetlag heeft de wetenschap nog geen middel gevonden.

Wat een jetlag is, weten we in deze tijd van algemene mondialisering allemaal. Een jet is een straalvliegtuig waarmee we ons sneller kunnen verplaatsen dan de dag verstrijkt. Het werkwoord to lag betekent achterblijven. Een jetlag valt, oppervlakkig gezien, in cijfers uit te drukken: bestaat uit het verschil in plaatselijke tijd tussen punt A van vertrek en B van aankomst, zoals dat door de reiziger van A naar B moet worden verwerkt.

Een voorbeeld. Het verschil tussen Amsterdam en New York is zes uur. U vertrekt om acht uur 's ochtends uit Amsterdam. De vlucht duurt – om het gemakkelijk te maken – zeven uur. Terwijl uw lichaam drie uur in de middag Amsterdamse tijd wijst, staat u in de frisse Newyorkse ochtendstond op straat. In Amsterdam kijken de eerste werknemers op hun horloge, pakken hun papieren bij elkaar, laten zich ontvallen dat het er alweer bijna op zit, terwijl u een halve werkdag cadeau hebt gekregen. De vraag is nu: wat is bij wat achtergebleven – of: wie bij wie?

New York ligt zes uur achter op Amsterdam, dat is duidelijk. Uw lichaam is zeven uur ouder geworden, niet de gebruikelijke uren die u voor het werken, fietsen, eten, beuzelen, kletsen, enz. gebruikt, maar zeven abnormale uren, gevuld met stilzitten op een stoel die kwelt, in een ruimte die u met 400 mensen deelt, in een atmosfeer zonder frisse lucht. Uren van gevangenschap, waarin, om het paradoxaal te zeggen, uw lichaam uw bestaan in de weg zit. Daardoor wordt meer aanspraak op uw geestelijke weerstand gemaakt. Subjectief duurt de vlucht geen zeven maar tien tot vijftien uur.

Op Kennedy Airport komt het vliegtuig volledig tot stilstand. Alle 400 passagiers, ook die in de wereldzakenklasse, staan tegelijkertijd op. Vrij! Nog een beetje dringen naar de uitgang, langs de ambtenaren van de immigratie, naar de frisse lucht. Vergeten zijn de kwellingen, hun lichaam gehoorzaamt weer aan hun geest in plaats van dat de geest door het lichaam wordt gedwongen. De dag wenkt.

Op de eerste Newyorkse avond gaat u vroeg naar bed: om tien uur. In Amsterdam is het vier uur in de ochtend. U slaapt als een roos, meer dan acht uur aan één stuk. Om 07 uur Newyorkse, 13 uur Amsterdamse tijd stapt u herboren uit bed. Een prachtige dag ligt voor u! En uw lichaam laat weten dat het de geestdrift van uw geest deelt. Jetlag? Nooit van gehoord. De hele dag blijft het vroeger dan u gedacht had.

U gaat terug, het eerste vliegtuig. Dat landt om een uur of half acht 's ochtends op Schiphol. Als ik meteen na het opstijgen begin te slapen (maakt u zichzelf wijs) heb ik in Amsterdam weer een onbeschadigde dag. Een jaar of tien geleden meldde de Business Section van de New York Times dat er een nieuw pilletje tegen jet lag was ontwikkeld. Melatonine? In ieder geval een ine. Ik slikte twee maal de hoeveelheid die op de bijsluiter als maximaal vermeld stond. Ik bleef wakker onder dezelfde kwellingen als op de heenreis.

En nu komt het verschil tussen heen en terug. In het vliegtuig regeert het lichaam opnieuw over de geest. Na de landing blijft dat zo. De dag wenkt niet, de dag grijnst je grauw tegemoet. Het lichaam blijft de baas. Het lijkt alsof je in een kraakpand woont. Het behang is met lappen van de muur gescheurd, stro hangt uit het plafond, de ramen zijn in jaren niet gezeemd.

In New York is het een uur of twee in de nacht. U denkt: ik ga meteen naar bed. U slaapt drie uur, bent klaarwakker, blijft dat een uur of vier zonder dat u het gevoel hebt dat u het kraakpand hebt verlaten. Wordt dan overweldigd door een vloedgolf van slaap. Waar u ook bent, op welke dag van de week, het maakt geen verschil: u raakt buiten westen, zo niet voor anderen zichtbaar, dan in ieder geval voor uzelf voelbaar. In het holst van de nacht wordt u wakker. De gedachten nemen hun vrije loop, als kinderen op het schoolplein in het speelkwartier. 's Middags valt u weer in slaap.

Vijf lange dagen verandert er niets. De slaapgolven komen en gaan. In het voorjaar van 1999 heb ik er een dagboekje van bijgehouden. Er valt geen spoor van regelmaat in te ontdekken, met dien verstande dat de constante bestaat uit de kwelling van de geest in het kraakpand van het lichaam. Vijf lange dagen gaan verloren en dan, volstrekt onverwacht, merkt u dat de harmonie is hersteld.

Wat is de oorzaak van deze jet lag? Men zegt: het komt doordat u `tegen de klok in vliegt'. Zeker, het regent doordat alles nat wordt en het gevolg daarvan is dat de zwaluwen laag gaan vliegen. Aan de beoordeling van de dag kan het ook niet liggen. U kunt uw geest op het gebied van uren en tijdstippen proberen wijs te maken wat u wilt, het lichaam blijft sterker. Uitputting als gevolg van uitdroging op martelstoel misschien? Waarom hebt u er dan op de heenweg nauwelijks last van?

Ik weet geen middel. Dit stukje dient alleen om in onze wetenschapsbijlage het vraagstuk nog eens dringend te signaleren. Het wereldreizigersverkeer schreeuwt om een oplossing.

In verband met de fotospecial van het Zaterdags Bijvoegel heeft S. Montag deze week asiel gezocht en gevonden in W&O.

    • S. Montag