Hollands Dagboek: Stephan Vanfleteren

De Belg Stephan Vanfleteren (31) werkt na zijn opleiding in architectuur en fotografie sinds 1992 als freelance- fotograaf voor onder andere De Morgen, Die Zeit, Paris Match en de New York Times. Als een `Marco Polo op gympies' sloop hij door Nederland op zoek naar honderd Hollandse hoofden.

Nederland. Zelden een landsnaam gekend die zo ver weg lijkt van de aard van zijn inwoners.

Nederland. Ik weet wel, `neder' slaat op de omgekeerd evenredig spectaculaire altitude van de talrijke hooggebergten die boven de Nederlandse zeespiegel uittornen.

Holland, dat bekt lekker. Met de kreet `Hup Nederland' zou Frank de Boer zelfs drie penalty's missen ergens op een belangrijk voetbaltoernooi.

Hup Holland, die harde echo's verdienen volle stadions en moet je horen dwalen op nevelige zondagochtenden onder Belgische kathedralen.

Holland dus.

Of ik een project wou fotograferen over Nederland?

Daar wou ik een nachtje over slapen.

's Nacht droomde ik over die eentonige landschappen die langs mijn beregende autoruit weggleden.

Die eeuwige horizon die me altijd aan een cardiogram van een dood lichaam deed denken. Kilometers had ik al gereden op die Nederlandse wegen waar de enige hoogteverschillen en hellingen de verkeersdrempels in de dorpskom waren.

Dorpen en steden die altijd op diezelfde manier geconstrueerd zijn. Die eentonige wijken, die in niets verschillen van die andere duizenden wijken. De nette verzorgde tuintjes, de overzichtelijke straatstructuren, de overduidelijke richtingaanwijzers. Ja, om in Nederland te verdwalen, moest je wel moeite doen. En dit was me iets te saai voor deze chaotische zuiderbuur die de charme van verdwalen zou missen, die altijd op zoek gaat naar dat ene stukje vergankelijkheid, die paar vierkante meters muur die nog niet gezandstraald zijn door de overijverige stadsdiensten.

Nederland doet me altijd denken aan een gebruiksklare operatiekamer net voor de operatie: proper, efficiënt en overzichtelijk.

Maar ik voel me geen chirurg, ik voel me eerder een dierenopzetter. Hoe eentonig die landschappen waren, hoe saai die woonwijken, zo gevarieerd en fascinerend waren de bewoners.

Waarom geen glooiingen en oneffenheden van Hollandse poriën fotograferen? Al de gradaties in huidskleuren, variaties van rondingen van het hoofd, posities van de oogkassen, volumes van beharing, lengte van neuzen en oren, etc... Te werk gaan zoals een oude grijze wetenschapper, die diep in de jungle zijn verschillende vlinders keurig opspelt en er Latijnse namen aan geeft. Of als een antropoloog met een Kuifjesyndroom op ontdekkingsreis in Holland met een close-up-objectief rond zijn hals.

Want wie zijn die Hollanders nu eigenlijk? Die exotische types die verre ex-koloniën verraden, konden mijn verbeelding wild maken. Als ik van het Centraal Station tot aan het Rijksmuseum slenter, voel ik me als een Marco Polo op gympies. Van blonde Friezen naar donkere Molukkers, van ruwe Zeeuws-Vlamingen tot zachte Indonesiërs, timide Chinezen, luidruchtige Turken, zwoele Surinaamse godinnen, norse Groningers, verdwaalde eilanders, fiere sikhs, ijdele Ghanezen, trage Limburgers, gierige Amsterdamse joden en oude Rotterdamse ex-dokwerkers. Als alle aardse elementen meezaten, kon je er misschien zelfs een tot Hollander genaturaliseerde domme Belg tegenkomen.

Zo, alle clichés zijn netjes bovengehaald. Maar klopt dit ook?

Waarschijnlijk niet, of beter, meestal niet (behalve van die domme Belg, dit blijkt altijd te kloppen). Dat blijkt na weken door de straten dwalen, als een jachtdier op zoek naar prooien, op gezichten die me op een of andere onverklaarbare manier aanspraken. Die ene diepe blik, die ene donkere huid, die ene wilde haartooi of net dat ene banale gezicht.

Op een late avond in een donkere kroeg op de Nieuwmarkt dacht ik eindelijk het archetype van een echte Amsterdammer met een hese stem vast te hebben. Groot was mijn verbazing de dag erna tijdens de opname, dat mijn `echte' Amsterdammer Wong heette en er voor eenvierde Chinees bloed door zijn aderen stroomde. Zo werd het op den duur een uitdaging om de exotische puzzel van de genen te detecteren, een zalige oefening in geografische kruiswoordraadselen.

Honderd Hollandse hoofden. Het getal vloog eruit voor ik het besefte op één van de vergaderingen in het Rijksmuseum.

Hónderd Hóllanders klonk beter dan Négen Néderlanders. Een overmoedige slip of the tongue die ik me soms beklaagde, wanneer ik weer eens twijfelend door de regen in de straten doolde op zoek naar Hollands wild. Want iets heb ik geleerd: vraag nooit aan een Nederlander om hem te portretteren als de hemelsluizen openstaan. Dan hebben ze geen tijd, geen zin en vinden ze het allemaal maar niets. Dan moest ik met doorgronde argumenten en mooie zinsconstructies op de proppen komen om hen toch nog te overtuigen.

Met zuiderse temperaturen zijn ze vereerd en enthousiast om geportretteerd te worden en moest ik sommigen als het ware verhinderen of men had De Nachtwacht persoonlijk naar de kelders verhuisd om hun portret de ruimte te bezorgen die het verdiende.

Ik heb me vaak afgevraagd hoe het zou zijn als een Nederlander in Vlaanderen hetzelfde zou doen. Zouden die timide, achterdochtige Vlamingen die ne roare Ollander wel vertrouwen? Zouden ze de fotograaf binnenlaten in hun woning en hun living laten omvormen tot een mobiele studio? Een zwarte doek om de hals laten aanbrengen en het harde flitslicht trotseren?

Zou er wel een nuchtere Nederlandse fotograaf zo zot te krijgen zijn om honderd Vlamingen te fotograferen? Ja, God weet het ook niet.

Gesjouwd heb ik met die mobiele studio, hoge verdiepingen zonder liften, lange afstanden wegens het gekende parkeerprobleem. Hoe vaak heb ik niet met bezweet voorhoofd aan de Hollandse deuren gestaan. Het was een ritueel geworden: hand schudden, flitsen uithalen, stekker in stopcontact steken, achtergrondkarton ophangen, flitsen richten, camera laden, zwarte doek om de hals brengen en uiteindelijk executeren maar.

Maar het sjouwen had zijn reden. Ik wou iedereen op identieke manier fotograferen. Hetzelfde licht, dezelfde achtergrond, dezelfde cadrage en dezelfde opname-afstand. Geen enkel referentiekader, dat de locatie verraadt. Of de opname nu in Zeeuws-Vlaanderen gemaakt is of in Friesland, overdag of 's nachts, goed of slecht weer, winter of zomer: geen mens die het kan zien.

Overal is die mobiele studio gestrand – in banale livings, donkere slaapkamers, rommelige garages, kleine keukens, warme zolders, afgedankte schuren, restaurants na sluitingsuren, en zelfs een wassalon in een camping. Overal heeft mijn achtergrondje tegen muren geplakt gezeten. Een van mijn twee favoriete plaatsen waar mijn plakband mijn achtergrondkarton heeft mogen fixeren, was die ene seksshop in Zeeuws-Vlaanderen aan de grens met België. Daar had mijn achtergrond het voorrecht om naast superdildo's en vibrators met vijf verschillende snelheidsstanden te hangen. De sympathieke verkoper van de shop poseerde alsof het in zijn eigen living was, terwijl de vaak Belgische klanten schichtig in een ruime boog rond ons bewogen op zoek naar vleselijke geneugten.

Diezelfde achtergrond had later het voorrecht om aan het dure Italiaanse marmer te hangen op het koninklijk paleis. Die ochtend werd ik eerst heel het paleis rondgegidst door een uiterst attente lakei. Het was de majesteit haar wens om deze rondleiding te begaan en dus geschiedde het zo. Eigenlijk had ik maar vier vierkante meter oppervlakte nodig om de opnames te maken. Het was dan ook een uitermate hilarisch zicht om mijn drie schamele flitskes en dat onnozel kartonneke in die gigantische balzaal te zien staan.

Om een vestimentaire uniformiteit te krijgen, deed ik bij iedere geportretteerde een zwarte doek om de hals. Daardoor kon de kledij (zoals een das, chic hemd, versleten jas) geen sociale achtergrond verraden en was iedereen gelijk voor de wet van de camera.

Honderden hebben het doek rond de hals gehad, sommigen niet wetend dat de majesteit ook dit doek rond haar ranke hals heeft gehad. Gelukkig misschien, anders hadden sommige koningsgezinde geportretteerden het doek gestolen om het thuis te bewaren als een soort persoonlijke lijkwade van Turijn.

Het mooiste repliekje over die zwarte doek kwam van de Majesteit zelf, ze voelde zich als een Romanov vlak voor de onthoofding. Mijn hart was veroverd, ze heeft niet alleen tonnen haarlak maar ook humor in huis.

Leve de Koningin, leve de Hollanders.

Zou er wel een nuchtere Nederlandse fotograaf zo zot te krijgen zijn om honderd Vlamingen te fotograferen?