Hollands Dagboek: Mark Power

De Engelse fotograaf Mark Power (41) woont en werkt in de kustplaats Brighton. De kusten van Engeland waren het thema van zijn boek `The Shipping Forecast', waarin hij berichten voor de scheepvaart als leidraad nam voor een verkenning van de kusten van Groot-Brittannië. De kust, maar dan van Nederland, was ook het thema van zijn bijdrage aan Document Nederland, onder de titel `Taming the Sea Monster and Other Stories'.

April 1999

Het Rijksmuseum en NRC Handelsblad hebben mij uitgenodigd nieuw werk te maken in Nederland, onder de titel `Buren'. Ik vind het geweldig en speel met de dwaze gedachte om met mijn gezin een maand of wat in Amsterdam te gaan wonen.

Als ik bij het Rijksmuseum aankom voor overleg over het project stort een loodzware lucht bakken regen over mij uit. Het gebouw staat er duister en onheilspellend bij, en de opdracht lijkt ineens heel erg echt, en nogal beangstigend.

De bijeenkomst verloopt goed. Er zijn veel mensen, zowel van het museum als van de krant. De andere fotografen zijn er ook. Wij krijgen te horen dat deze jaarlijkse opdracht gewoonlijk naar een Nederlandse fotograaf gaat, maar dat voor het jaar 2000 is gekozen voor fotografen uit de drie buurlanden: België, Duitsland en Groot-Brittannië. Er wordt ons gevraagd elk een plan in te dienen.Maar, wordt er uitdrukkelijk bij gezegd, ons werk moet gaan over de relatie van ons eigen land met Nederland. Dan volgt een bezoek aan de zalen waar ons werk over anderhalf jaar wordt tentoongesteld. Ik bedenk dat ik nog nooit vóórdat ik aan de slag ben gegaan de ruimte heb gezien waar mijn werk komt te hangen. Het zijn grote zalen; wij fotografen kijken elkaar eens aan. We zijn alledrie nerveus.

Ik heb geen idee hoe ik het ga aanpakken. Ik vraag om een korte rondleiding door het museum, die ik krijg van Peter Sigmond, hoofd van de afdeling Nederlandse Geschiedenis. Wij lopen langs de Rembrandts en langs de menigte die zich verdringt rond de Nachtwacht, maar ik voel me meteen aangetrokken tot een serie gigantische zeeschilderijen. ,,Sommige hiervan', legt Peter uit, ,,verbeelden de zeeslagen tussen de Nederlanders en de Engelsen.' Dát was nieuw voor mij... drie oorlogen tussen deze twee landen in de zeventiende eeuw? Daar hebben ze mij op míjn school niets over verteld. Vanwege de afloop misschien, oppert Peter.

Daar zit wat in... Boeiend hoe geschiedenis wordt geschreven en doorgegeven van generatie op generatie. (Later, weer in Engeland, vraag ik aan vrienden of zij van die zeeslagen gehoord hebben. Eén van hen wel, maar die is historicus, dat is niet eerlijk.) Tot mijn genoegen blijkt dat de ontwerpschetsen voor deze schilderijen ter plaatse zijn gemaakt, in het heetst van de strijd, dus echte oorlogsjournalistiek. Veel ervan zijn trouwens gemaakt door Willem van de Velde de Oude (1611-1693) en zijn zoon Willem van de Velde de Jonge (1633-1707), van wie ik wél had gehoord.

Bij het bewonderen van de schilderijen word ik als vanzelf naderbij gelokt, tot ik ze in piepkleine details heb ontleed. In hun verregaande detaillering doen deze enorme schilderijen mij denken aan moderne kleurenfotografie op groot formaat. Als je aanneemt dat deze oorlogsverslaggevers, als ze hadden gekund, wel camera's zouden hebben gebruikt, kom je op een intrigerende verwantschap tussen hun werkwijze en de mijne. Dat brengt mij op een idee.

Mei

Ik verdiep me wat in de geschiedenis van Engeland in de zeventiende eeuw. Het Maritime Museum in Londen blijkt een enorme collectie Van de Veldes te hebben. Mijn plan is om kopieën van details uit schilderijen te combineren met foto's die ik maak op de plaats van een aantal zeeslagen, of op plaatsen waar de Nederlandse schepen werden gebouwd. Dit idee wordt goedgekeurd, ik krijg het groene licht.

Augustus

Ik ben druk bezig met een project over de bouw van de Millennium Dome in Londen, dat alles van me vergt. Intussen werk ik me door Simon Schama's Embarrassment of Riches (in het Nederlands: Overvloed en onbehagen), een enorme pil over de geschiedenis van Nederland in de zeventiende eeuw.

Augustus/september

Ik combineer een vakantie met vrouw en kind met mijn eerste werkreis. We reizen per kampeerauto en verblijven op een paar heel bijzondere Nederlandse kampeerterreinen. Het is erg warm. We bezoeken het Arsenaal in Vlissingen. In het gebouw stuit ik in een shabby café ineens op een standbeeld van Michiel de Ruyter. Buiten, aan het einde van de boulevard, staat hij nogmaals, met zijn hoofd vol meeuwenpoep. Inmiddels weet ik dat hij een van de bevelhebbers was in de zeeslagen tussen de Nederlanders en de Britten. Hij was zelfs de man die de Nederlandse vloot aanvoerde bij de aanval op de Medway in Kent (de `Tocht naar Chatham', red.). Ik begin vertrouwen te krijgen in mijn plan. Dat ik De Ruyter hier tegenkom, is een goed teken.

Wij brengen een bezoek aan Middelburg, een stad van historisch belang, die toch mijn hart niet sneller doet kloppen. Geef mij maar Scheveningen, waar een zeeslag heeft plaatsgevonden. Ik kom erachter dat Scheveningen een woord is dat geen Engelsman behoorlijk kan uitspreken. (Eigenlijk kom ik erachter dat ik geen enkel Nederlands woord behoorlijk schijn te kunnen uitspreken.)

Wij passeren een hoop interessante plaatsen, maar omdat ze niet direct met de gevechten te maken hebben, vind ik dat ik er niet moet stoppen. Ik vraag me bezorgd af of ik niet aan een project ben begonnen dat te precies afgebakend is, te beperkt. Dan bedenk ik dat ik een fotograaf ben, geen historicus, en ik stop er toch. Ik ontdek IJmuiden, dat mij meteen aanspreekt. Wij vinden een kampeerterrein vlak bij het industrieterrein. Ik vind het er prachtig, maar Jo begint zich af te vragen wat voor `vakantie' dit eigenlijk is. Onze babydochter Chilli vindt alles best, zolang ze maar genoeg zand kan eten.

Op het strand maak ik kennis met een ouder echtpaar met een jongetje. Zij zitten in tuinstoelen half in het water. Ik vraag of ik hen op de foto mag zetten. Mijn grote camera en nog veel grotere statief zien er indrukwekkend uit, en wanneer ik zeg dat het voor een tentoonstelling in het Rijksmuseum is, gaan ze met groot genoegen akkoord.

Wij gaan naar de Brouwersdam om te kijken naar mensen die naar de zonsondergang kijken. Dan een themapark (Neeltje Jans) op een andere dam, en een paar speelgoedhuisjes bij weer een andere dam. Ook gaan we naar Schoorl, waar de duinen tot in het dorp komen; daar neemt een man een foto van een paar kinderen, waarschijnlijk zijn eigen, die tot hun nek in het zand begraven zijn.Langzaam begint het mij te dagen dat al die plaatsen waartoe ik mij aangetrokken voel, liggen aan de Noordzeekust, die – en dat is belangrijk – als grens tussen onze landen dient. Om deze zee is gevochten. Ik voel me als herboren.

Februari 2000

Een pauze om me te bezinnen op wat ik aan het doen ben, en om mijn werk aan de Dome af te maken. Het is nu erg koud en het land ziet er heel anders uit. Ik breng onder meer drie dagen door in Europoort. Het is erg mistig en het is er vochtig en akelig, maar in mijn werk heb ik alle vertrouwen. Het is een goed gevoel dat ik hier op nieuw-gewonnen grond sta, en dat dit de grootste haven ter wereld is. Er staat een grote rode container met een doek erover. In dit licht lijkt het ding wel bedekt met ijs. Het is prachtig.

Maart

Nog een winterse reis, nu met mijn gezin. Wij gaan naar Texel, waar we kamers vinden. Jo en Chilli blijven veel binnen, want buiten is het te koud. Ik vind een plek waar wel honderd strandhuisjes voor de winter geparkeerd staan. De wind giert, de sneeuw dwarrelt wild en het is ongelooflijk koud. Wat ontzettend jammer dat ik niet kan fotograferen hoe koud het is of hoe onbehaaglijk ik me voel. Ik herinner mij een paar schilderijen van Texel in het Rijksmuseum. Ik ga op zoek naar equivalenten; moderne versies van stukjes schilderij.

Mei

Het waait zo hard dat ik een paar dagen niet kan fotograferen, heel ergerlijk.Dat is een van de nadelen van het fotograferen met statief. Op mijn laatste dag klaart het ineens op. Wanneer ik Hoek van Holland verlaat, verschijnt er een regenboog boven een wijk van kleine huisjes. Het lijkt wel een maquette. De regenboog lijkt op de Nederlandse vlag. Dit was geen goede reis.

Juli

Een lang bezoek deze keer, vooral aan de noordkust. Ik ga ook weer naar Zandvoort. Het is mijn vierde bezoek, en iedere keer heeft het geplensd. Onder een paraplu probeer ik de regen van de lens te houden. Over duizenden bruine en crèmekleurige tegels heen kijk ik uit op zee. In Harlingen neem ik een heel dure boot naar Terschelling. Weer van die malle kleine huisjes, allemaal zo proper en netjes. Ik maak een foto van twee mannen die jeu de boules spelen. Het statief is tot de volle vier meter hoogte uitgeschoven en ik sta er op een trapje bij. Het is natuurlijk een hele vertoning, en ze zullen zich wel afvragen wat ik uitspook.

Augustus

Nu vul ik de laatste leemtes. Ik probeer direct aan te sluiten bij de schilderijen, die ik nader heb bestudeerd en nu goed ken. Ik voel dat het project zijn voltooiing nadert.

Later ga ik weer naar het Rijksmuseum. Samen met Peter Sigmond loop ik door de zalen, waar ik bepaalde schilderijen uitkies. Het is na sluitingstijd, en we brengen heel wat tijd door op de tentoonstelling `Glorie van de Gouden Eeuw'. Het is raar leeg, na die massa's mensen van overdag. Ik weet precies welke stukken van welke schilderijen ik moet hebben.

September

Terug in Brighton probeer ik de lijn in alle foto's te vinden. Ik stel een voorlopige selectie samen en bepaal dan een volgorde voor het boek. Het werk begint gestalte te krijgen: sommige platen botsen met elkaar en er ontstaan vreemde, verrassende verhalen. Het zeemonster van het schilderij van Adam Willaerts lijkt op een menubord uit Scheveningen, en helpt me aan een titel. Het zeemonster zou denk ik ook een soort metafoor kunnen zijn voor de Britse vloot, tenminste in de ogen van de Hollanders. Nu vechten wij alleen nog maar over voetbal.

Vertaling Jaap Engelsman

Wij gaan naar de Brouwersdam om te kijken naar mensen die naar de zonsondergang kijken