Hollands Dagboek: Eva Leitolf

De Duitse fotografe Eva Leitolf (34) woont en werkt in München en in Los Angeles, waar ze studeerde aan het California Institute of the Arts. Voor haar project `Schöne Grüsse' fotografeerde ze onderweg haar hotelkamers, legde stadsbeelden en landschappen vast en vroeg Duitse vakantiegangers om haar per briefkaart te vertellen over hun verblijf bij de buren. `Wir waren wieder im schönsten Land der Erde.'

Vrijdag 2 juli 1999

Grensovergang Venlo. Een indrukwekkend schouwspel. Auto aan auto aan vrachtwagen aan kampeerwagen kruipt de colonne uit Duitsland naar Limburg. Ik sta voor een reusachtig, laag, uit containers samengesteld bouwwerk: het Meubelcentrum Venlo, met het grote Duitse opschrift Eichenmöbel. Tussen het Meubelcentrum, de Texaco, de GWK-Bank-Change en de drie rijen brede sliert auto's door, fietsen nieuwsgierige kijkers. Een man in een gestreept overhemd maakt foto's van de file. Over hun toeren geraakte Nederlanders gaan aan het einde van de snelweg over de middenstreep, en rijden een stuk over de rijbaan voor tegenliggers om via een zijweg aan de file te ontkomen. Morgen zal het nog wel erger worden, zegt de man van de Texaco, en vraagt of ik met Duitse dollars wil betalen.

Nog altijd 2 juli

Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon. `De oorlog hoort in het museum', zegt de brochure. Of in de Top Shop ervoor. Het Soldier Force Play staat tussen de Ajax-vaantjes, de stickers met `Blunt' of `Legalize', camouflage-T-shirts in alle kindermaten, bouwpakketten van Sturmgeschütz IV en NAVO-gevechtsvliegtuigen, het Glow-in-the-Dark-skelet en Delfts blauw.

Voor de winkel een echte papegaai die `hallo' zegt, ernaast het eetcafé Museumzicht met belegde broodjes, en aan de overkant een bejaarde midgetgolfbaan. In het museum zitten etalagepoppen, met regelmatige gelaatstrekken en een goed figuur, in de geschutkoepels van tanks en bij veldartillerie, of ze showen uniformen van nazi's en geallieerden.

Woensdag 21 juli

Arnhem-Oosterbeek. ,,Would you like to have some sweets?', vraag een Britse soldaat het meisje met de blonde vlechten. Haar moeder vertaalt het in het Nederlands. Op 18 september 1944 marcheren Britse troepen door Oosterbeek naar de brug over de Rijn. Onderweg delen ze snoepgoed uit.

Achter glas. De audiovisuele presentatie van de slag om Arnhem wordt ondersteund door elektronische muziek. De piloot van het 322nd (Dutch) Squadron Royal Air Force heeft z'n sjekkie nonchalant in zijn mondhoek. In de Museumshop van Airborne Museum Hartenstein is Airborne wine te koop, Coteaux du Languedoc.

Zondag 25 juli

Westerbork. Drenthe: één groot poppenhuis. Alles lijkt hier in miniatuur uitgevoerd. Detachementen fietsers in de onopvallende internationale doorsnee vrijetijdskleding.

Terwijl Max Delius in de Duitse vertaling van Harry Mulisch' Ontdekking van de hemel voor het eerst door het voormalige kamp Westerbork loopt, zingen opgewekte cowboyfans voor mijn hotelraam met de countryband mee. Vandaag is Westerbork `Westernbork'. Mensen op cowboylaarzen, met beenkappen en met vossenstaarten aan hun hoed, doen op het grote plein vol overgave aan line-dancing. Je kunt aanstekers in de vorm van cowboyhemden kopen of Corona drinken, terwijl een cowboy zijn paard met gespeelde nonchalance voor het publiek laat steigeren.

In het voormalige kamp vandaag een mengeling van fietsende en picknickende dagjesmensen, toeristen en gezinnen met kleine kinderen. Een vader zet zijn kroost voor de foto naast een brok muur op het fundament van de voormalige werkbarak.

Het doet me denken aan ansichtkaarten met ezelsoren uit de jaren vijftig en zestig die je soms nog in de rekken aantreft, met al lang verdwenen taferelen erop.

Maandag 26 juli

Recreatiepark Leukermeer. ,,Halve spaghettivreters uit München!' roepen twee jochies uit het Ruhrgebied met een slechte huid en een saffie in de mond tegen ons. Vrijetijdskleding en aan de dikke kant. Op zoek naar het een of ander. Tien uur 's avonds en het is nog licht. De voortenten netjes dicht, van binnen verlicht, gedempte stemmen, flarden Duits en Nederlands. De zon gaat beeldschoon onder, bomen gloeien in het avondlicht. Het toiletgebouw en de wasruimten zijn al uitgestorven.

Nederland ditmaal met mijn vriend. De hele dag gezocht naar het drukste snelwegrestaurant, tot ik besloot me te concentreren op de stopplaatsen bij de voormalige grensovergangen. Vreemd sfeertje daar – een beetje afgetakeld, oorden van vervallen gezag. Vandaag bij grenspost Elten achttien ansichtkaarten aan Duitse toeristen uitgedeeld met het verzoek ze terug te sturen voor mijn project.

Mooi om te bedenken waar zij allemaal heenrijden, hoeveel weemoed er in reizen steekt.

Dinsdag 27 juli

Voormalige grenspost Straelen bij Venlo. Weer zo'n twintig kaarten uitgedeeld aan mensen die ik niet ken, die ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Sterk uiteenlopende reacties. Eerst meestal sceptisch, tot ze begrijpen dat ze alleen maar een briefkaart hoeven te schrijven, dat ik niet wil meerijden en ook niets wil verkopen. Slechts een enkeling weigert. Het is een nietszeggend oord, luidruchtig, alleen voor bepaalde doeleinden: plassen, koffiedrinken, geld wisselen.

Maandag 1 november

Velden. Hotel-Café-Cafetaria De Bascule. Ik ben de enige vrouw onder allemaal mannen uit het Westland, die hier kassen komen bouwen. Angeliane, de eigenares, heeft mij een geïmproviseerd bed onder het dak gegeven. Ik voel mij hier welkom na de anonimiteit van het degelijke Hotel Wilhelmina in Venlo.

Volgens Angeliane moet ik, als ik wat over de Duits-Nederlandse betrekkingen wil opsteken, naar de wekelijkse zaterdagmarkt in Venlo gaan. Vroeger kwamen de Duitsers daar in dikke Mercedessen boodschappen doen, maar nu alleen nog `Oost-Duitsers en Polakken'. Het kroegracisme is hier blijkbaar niet anders dan bij ons. De mannen – gekleed in T-shirts van Hard Rock Café Hongkong en fris gedoucht – leiden uit een analyse van mijn vingernagels feilloos af dat ik wit ondergoed draag. Ik weet niet of ze dat zien aan de nagellengte, de nagellak of nog iets anders. Schunniger maken ze het niet, op één man uit Velden na, die mij zijn zelfgemaakte limerick laat lezen: ,,Is het een seksueel probleem, als de geile geit geen bok heeft?' Of zoiets.

Eerst naar vakantieoord Arcen geweest: Amerikaanse suburbia als perfect vakantieparadijsje. Villa 166 staat nog te koop. Identieke vakantiehuisjes langs doodlopende stegen. Op met groen omzoomde parkeerhavens staan auto's met Duitse en Nederlandse kentekens. Onwerkelijk.

Zondag 14 november

Vlissingen. Ik lig op de vijfde verdieping van Grand Hotel Britannia, een uitgewoond geval uit de jaren zestig. Geweldig uitzicht op zee. De eerste plaats van een ansichtkaart! Wie van de mensen die ik ontmoet heb, zullen hier zijn geweest? En waar? Merkwaardig, zo weinig als mensen over hun vakantieverblijf weten te vertellen.

Zaterdag 13 mei 2000

Vlaardingen. Rotterdam, dat doet me goed! Haven, industrie, transport – zeg maar werken, leven, vuil.

Vanochtend miniatuur-Walcheren in Middelburg – dat zou het begin kunnen zijn! In Westkapelle, in bungalowpark De Banjaard blijven hangen. Vrouwen in witte T-shirts en kaki uniseksshorts. Pappa's ijlen met identieke, gehuurde bolderkarren door het splinternieuwe, met riet begroeide recreatieland in pasteltinten. Op straat voetballen kinderen en het ruikt naar pannenkoeken in de middagzon. Kindvriendelijk en goedkoop. In het hoofdgebouw zingen de Backstreet Boys op het damestoilet `Cause I want it that way'. Als er nou maar geen filmlamp naar beneden valt.

Vertaling Jaap Engelsman

De voormalige grensovergangen, oorden van vervallen gezag, hebben een afgetakelde sfeer

Identieke vakantiehuisjes langs doodlopende stegen. Villa 166 staat nog te koop