Hartbacillen

Bacteriën en virussen zijn er vaak van beschuldigd aderverkalking en hartziekten te veroorzaken. Kranten en tijdschriften brachten het nieuws met de koppen Infarct=infectie? en Ontstoken tandvlees slecht voor het hart, met als gekoppelde kreet Floss or die. Het onderzoek leverde een lange lijst van potentiële ziekteverwekkers, onder andere de Chlamydia pneumoniae, het cytomegalovirus, het Epstein-Barrvirus en ook de voor maagzweren verantwoordelijke Helicobacter pylori.

De meeste aandacht trok Chlamydia pneumoniae omdat bij veel hartpatiënten antilichamen tegen deze bacterie zijn aangetroffen. DNA van de bacterie zelf is ook aangetoond in door aderverkalking aangetaste bloedvaten en in enkele gevallen is de bacterie zichtbaar gemaakt met de elektronenmicroscoop in de vaten van hartpatiënten. Dit leken steekhoudende bewijzen voor de vernietigende rol van Chlamydia en de bacteriële theorie kreeg steeds meer aandacht op congressen en in wetenschappelijke tijdschriften, maar critici wezen erop dat de Chlamydia een toevallige passant kon zijn die gedijt in aangetaste vaten en geen rol hoefde te spelen bij het ontwikkelen van de hartziekte, laat staan dat de bacterie de oorzaak zou zijn.

Het leek er de afgelopen maanden op dat de sceptici hun gelijk haalden: uit een in Circulation (10 okt) gepubliceerd Amerikaans onderzoek blijkt dat een tegen de Chlamydia gericht antibioticum geen noemenswaardige bescherming biedt tegen hartziekte. Bij dit onderzoek hebben medewerkers van de universiteit van Utah 150 met Chlamydia besmette hartpatiënten drie maanden lang behandeld met het antibioticum azitromycine, een medicijn waar deze bacterie erg gevoelig voor is. De hypothese was dat de met het antibioticum behandelde patiënten vergeleken met een controlegroep minder vaak een hartaanval zouden krijgen en minder vaak aan hartziekte zouden overlijden. Na twee jaar waren er in de azitromycinegroep 22 mensen met hartklachten tegen 25 in de controlegroep, een niet-significant verschil. De onderzoekers concluderen dat de rol van de Chlamydia bij het ontstaan van een hartinfarct niet erg groot kan zijn, al kunnen ze nog steeds niet hard maken dat de Chlamydia er helemaal geen bijdrage aan levert. Om dat te bewijzen moeten grotere en langduriger onderzoeken zijn afgerond – die zijn nog bezig.

Op het onlangs in Amsterdam gehouden congres van de European Society of Cardiology liet de Britse epidemioloog John Danesh ook weinig heel van de relatie tussen hartziekte en infecties. Danesh onderzocht het bloed van 5661 mannen die sinds eind jaren zeventig deelnamen aan de British Regional Heart Study. Danesh onderzocht of er antilichamen tegen Chlamydia pneumoniae in zaten. Van de 496 mannen die uiteindelijk een coronaire hartaandoening kregen, hadden er 200 (40%) in de oorspronkelijke bloedmonsters een hoge concentratie antilichamen tegen deze ziekteverwekker, tegen 33% in de controlegroep. Na correctie voor roken en de sociaal-economische status bleef er echter geen duidelijk verschil meer over. Danesh heeft daarna nog 15 andere onderzoeken met in het totaal ruim 3000 hartpatiënten geanalyseerd. Daaruit rolde een extra hartziekterisico door Chlamydia van hoogstens 15%. Danesh concludeert dat een echt belangrijke rol van de Chlamydia pneumoniae bij hartaandoeningen onwaarschijnlijk is.

twijfelachtig

Het zo tot de verbeelding sprekende verband tussen mondgezondheid en aderverkalking is inmiddels eveneens twijfelachtig. Medewerkers van de universiteit van Washington hebben de gegevens geanalyseerd van een al sinds 1982 lopend epidemiologisch onderzoek naar het verband tussen voeding en gezondheid. Er waren 8000 deelnemers en bij het begin van het onderzoek hadden ongeveer 4300 van hen last van ontstoken tandvlees, vanwaaruit ziekteverwekkers naar de bloedvaten zouden kunnen migreren. De 3700 resterende deelnemers hadden gezond tandvlees. In de daarop volgende twintig jaar kregen de mensen met aangetast tandvlees ruim 2,5 keer zo vaak last van hun hart. Dat lijkt heel wat, maar toen de onderzoekers de resultaten gecorrigeerd hadden voor bekende risicofactoren voor vaatziekten, zoals roken, stress en sociaal-economische status, bleef er van de verhoogde kans op een hartinfarct door tandvleesontsteking niets over.

Een expert die in het British Medical Journal commentaar leverde op het onderzoek van Danesh, wil de infectiehypothese voor hart- en vaatziekten toch nog niet definitief overboord gooien. Hij wijst erop dat de ontstekingsfactor C-reactief eiwit een nauw verband vertoont met aderverkalking. Hij vraagt zich af wat de oorzaak is van de ontstekingsverschijnselen die in dichtslibbende bloedvaten optreden, als dat niet een chronische infectie is. Mogelijk, zo zegt hij, heeft Danesh zijn resultaten wat al te veel gecorrigeerd voor verstorende factoren als roken.

Het leek er op dat infectiehypothese sneuvelde, maar de meest recente publicaties steunen de bacterie weer. Het New England Journal of Medicine (19 okt) publiceerde een artikel over het C-reactief eiwit als belangrijke risicofactor voor latere hartziekte. C-reactief eiwit ontstaat tijdens een ontstekingsreactie, maar het blijft zo dat niet iedere ontstekingsreactie op een bacteriële of virale infectie hoeft te wijzen; de infectie kan ook een reactie zijn van het lichaam op vaatwandbeschadiging. Duidelijker pro-infectiehypothese zijn drie artikelen in de laatste Circulation (6 nov). Mensen met een herpes-simplexinfectie die koortslip veroorzaakt hebben een tweemaal zo grote kans op de hartdood als mensen zonder deze herpesinfectie. Verder zijn er twee onderzoeken die nieuwe mechanismen voor de rol van bacteriën bij hartziekten opperen. Mensen die een infectie doormaken hebben, doordat er veel meer witte bloedcellen dan normaal in hun bloed zitten, een verhoogde kans op de vorming van een bloedprop die een hart- of herseninfarct veroorzaakt. Dit is een snelle complicatie, veroorzaakt door een reactie van het afweersysteem op een infectie. Ook is nu ontdekt dat sommige afweercellen de vorming van atherosclerotische plaque in de bloedbaan versnellen, waardoor uiteindelijk slagaderen dichtslibben en mensen een chronische hartziekte krijgen. In ieder geval is duidelijk dat hoe meer witte bloedcellen in iemands bloed circuleren, hoe groter de kans is op een hartaanval of aderverkalking.