Europa is geen doel, maar een middel 2

Op 4 november stond op deze pagina het ontwerp-Handvest van de grondrechten van de Europese Unie afgedrukt alsmede een oproep aan de lezers voorstellen te doen voor een Europese grondwet. Vandaag een eerste selectie van de bijdragen.

Preambule

Diverse nationale belangen brachten in de afgelopen decennia de twaalf landen van de EU tot vele vormen van intensieve samenwerking en gemeenschappelijke, ook bindende, belangenbehartiging. Nationale belangen zijn voor hen ook de enige reden om op deze weg verder te gaan en hun samenwerking beter te regelen. Wordt het nationale belang naar het oordeel van een land niet meer of niet meer voldoende gediend in het Europese verband, dan maakt het betreffende land zich hiervan los, geheel of gedeeltelijk.

Toelichting

Voor de afzonderlijke lidstaten is Europa geen doel op zich maar een middel tot bevordering van eigen welvaart en welzijn.

Artikel 1

De twaalf landen van de voormalige Europese Unie vormen met elkaar even zoveel lidstaten van de Generale Staten van Europa (GSE).

Toelichting

De nieuwe naamgeving is belangrijk vanwege de thans vastgelopen discussie over een federaal Europa. De Republiek der Zeven Provinciën (zeventiende eeuw) staat, afgezien van een belangrijke aanpassing, model voor dit ontwerp; daarin lag de macht altijd aan de basis: de steden in de Provinciale Staten, de provinciale staten in de Generale Staten. Dit artikel dient bij de uitbreiding van de EU met staten uit Oost-Europa te worden aangepast.

Artikel 2

De lidstaten verbinden zich tot uitvoering van alle wetten en besluiten, die de GSE met een viervijfde meerderheid nemen ten aanzien van zaken die naar het oordeel van deze meerderheid van algemeen belang zijn er derhalve daarmee strijdige wetten van lidstaten, die hun beperkt belang dienen, moeten `overrulen'.

Toelichting

Een tweederde en zelfs een drievierde meerderheid ligt te ver af van de thans gebruikelijke volledige consensus; besluitvorming van een viervijfde meerderheid opent de mogelijkheid (voor kleine landen bijvoorbeeld) om via een tijdelijke coalitie een door grote landen gewenste maar voor hen ongewenste maatregel of wet te blokkeren en zo het huidige vetorecht te benaderen. De zaken van algemeen Europees belang kunnen van allerlei aard zijn en allerlei gebieden betreffen zoals defensie, economie, fiscus, gezondheid enzovoort. Geen enkel gebied is a priori uitgesloten voor algemene regulering.

Artikel 3

Het gewicht van de (ene) stem van elke lidstaat wordt bepaald door twee factoren, namelijk bevolkingsaantal en economische potentie, zodat de stemverhouding tussen de lidstaten dezelfde is als de verhouding tussen de rekenkundige `producten' van hun X miljoen inwoners en hun X miljoen euro's BNP.

Toelichting

Dit is dus een veranderlijke verhouding, van jaar op jaar opnieuw te bepalen overeenkomstig recente demografische en economische ontwikkelingen. Uiteraard dient de verhouding te worden afgerond tot een eenvoudig te hanteren formule. De aldus te bepalen `gelijkheid van ongelijken' is de enige echte gelijkheid tussen onderling in macht en omvang zeer verschillende grootheden. Grote filosofen uit onze Westerse geschiedenis houden ons dit voor als een heilig beginsel van hogere wiskunde: Plato in De Wetten (744b-c), Aristoteles in Ethica Nicomachea (1131a21-31), Fr. van den Enden in Vrije Politijcke Stellingen (p.34, waar hij pleit voor verrekening van bevolkingsaantal en economische macht der steden in de Provinciale Staten i.p.v. simpel weg maar `stad voor stad' stemmen) en Spinoza in Tractatus Politicus (cp.9) waar hij schrijft: ,,wie gelijkheid onder ongelijken zoekt, zoekt iets absurds''. Dit is de eerder bedoelde correctie op het Hollandse systeem.

Artikel 4

De feitelijke vertegenwoordiging in de GSE kan naar keuze of veranderlijk gebruik uit één of meerdere personen bestaan (eerste minister, één of meerdere ministers, experts, ambassadeur etc.), geheel en uitsluitend ter beoordeling van het nationale bevoegde gezag dat de delegatie afvaardigt en voor elke vergadering of zittingsperiode, naar gelang de agenda, opnieuw of anders samenstelt. De agendapunten worden uitsluitend voorgesteld door de lidstaten, die deze alleen als een besluit van hun regering, in het parlement uiteraard verantwoorden, kunnen voordragen.

Toelichting

Het Europese parlement wordt – als een stuk overbodige schijndemocratie – afgeschaft.

Artikel 5

Iedere lidstaat bednoemt voor een periode van vier jaar een commissaris voor de Raad van Commissarissen, die als één college (doch in onderlinge taakverdeling) verantwoordelijk is voor de ambtelijke voorbereiding van de aanvaarde agendapunten en de ambtelijke uitvoering van het vastgestelde GSE-beleid. De RvC beschikt daarvoor over een staf van ambtenaren (qua nationaliteit samengesteld in evenredigheid aan de stemverhouding tussen de lidstaten). De RvC stemt over alle voorstellen bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Alle stukken, ook alle vergaderingen, zijn openbaar.

Toelichting

Er is geen `primus' nodig; het voorzitterschap wordt bij toerbeurt (maandelijks wisselend) waargenomen. Dit voorkomt de onevenredig grote invloed van de lidstaat die voor vier jaar de `eerste man' levert en het periodieke touwtrekken om die functie.

Twee appendices

1.In de afzonderlijke landen gelden geen andere normen, waarden, beginselen, grondwetten en rechten dan die welke door de lidstaten-delegaties in de GSE stilzwijgend (in algehele consencus derhalve) worden verondersteld dan wel uitdrukkelijk (naar aanleiding van een actuele ontwikkeling of problematiek) worden geformuleerd en aangenomen, plus de eigen waarden en wetten voorzover die niet in strijd zijn met de bovengenoemde. Het idealistisch-utopische ontwerp-Handvest van Herzog c.s. wordt verwezen naar de prullenmand. Hetzelfde geldt voor andere verklaringen of lijsten zoals de declaratie van de Rechten van de Mens e.d.

2. Landen, regio's, provincies e.d. zullen zich meer kunnen profileren naarmate de nationale staat aan macht en autonomie inboet. Dit lijkt een gezonde ontwikkeling die bovendien bevorderlijk kan zijn voor een betere vorm van democratie, die minder aan aderverkalking is blootgesteld, een democratie waarbij de eenheden aan de basis en op lagere niveaus meer in te brengen hebben en die dus minder centralistisch is.

Dr. W.N.A. Klever is oud-hoofddocent wijsbegeerte in het bijzonder Spinoza-studie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.