Europa is geen doel, maar een middel 1

Op 4 november stond op deze pagina het ontwerp-Handvest van de grondrechten van de Europese Unie afgedrukt alsmede een oproep aan de lezers voorstellen te doen voor een Europese grondwet. Vandaag een eerste selectie van de bijdragen.

Artikel 1

Het democratiebeginsel en het Handvest

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie laat onverlet het recht van de wetgevende instellingen van de Europese Unie om bij hun standpuntbepaling inzake de onderlinge verhouding tussen de beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit in het Handvest rekening te houden met partijpolitieke verschillen van opvatting over die onderlinge verhouding.

Toelichting

Het Handvest regelt na aanvaarding door de regeringsleiders in december onder meer grondrechten onder de overkoepelende beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Over de onderlinge verhouding tussen die beginselen bevat het Handvest echter hoogstens verwijzingen naar het nationale en het gemeenschapsrecht. Daarom dient het vaak aanzienlijke verschil van opvattingen over die onderlinge verhouding tussen Europese politieke partijen en hun stemgewicht met name in het Europese Parlement een medebeslissende rol te kunnen spelen. Op economisch gebied bijvoorbeeld geven partijen aan vrijheidsbeginselen (of vrije markteconomie), het gelijkheidsbeginsel en het solidariteitsbeginsel vaak een zeer verschillend gewicht bij de regeling van hun onderlinge verhoudingen. Duidelijke voorbeelden van mogelijke meningsverschillen bieden de artikelen 16, 27 en 36-38 van het Handvest.

Artikel 2

Het democratiebeginsel en constitutionele beginselen in bestaande verdragen

Op grond van het in het Handvest erkende democratiebeginsel is artikel 1 van overeenkomstige toepassing op de constitutionele bepalingen in de verdragen, betreffende de Europese Unie en de Europese Gemeenschap.

Toelichting

Genoemde verdragen bevatten belangrijke aanvullingen van de beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit in het Handvest, waarnaar het Handvest niet altijd verwijst. Als voorbeelden kunnen genoemd worden de vier vrijheden (van het verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal), het beginsel van onvervalste mededinging (dat naast vrije mededinging ook gelijke mededingingsvoorwaarden vereist), de solidariteitsverplichtingen tegenover sterk achtergebleven regio`s, ontwikkelingslanden, het natuurlijk milieu en de loyaliteitsverplichtingen van de lidstaten tegenover de Gemeenschap. Al deze beginselen hebben voor de burgers direct of indirect rechten of verplichtingen van constitutionele betekenis tengevolge, waarvoor artikel 1 dienovereenkomstig dient te worden toegepast.

Artikel 3

Het democratiebeginsel en de rechtspraak

Voor zover het Handvest of de Gemeenschapswetgeving geen duidelijke oplossing biedt voor conflicten tussen onderling tegenstrijdige constitutionele beginselen of doelstellingen, dient in voorkomende gevallen het Hof van Justitie die conflicten op te lossen met inachtneming van het primaat van de Gemeenschapswetgever, algemene rechtsbeginselen en de rechtspraak van het EVRM.

Toelichting

Dit artikel is een uitvloeisel van het in de preambule van het Handvst vermelde rechtsstaatbeginsel. Het beoogt echter tevens de verhouding tot het Europese Hof van de Mensenrechten te regelen, zolang geen verdragsrechtelijke regeling van de verhouding tussen de Europese Unie en het Europese verdrag voor de Rechten van de Mens tot stand is gekomen. Zie hierover ook het oordeel van de Raad van State en de regering, geciteerd in het recente nummer 38 van het Nederlands Juristen Blad, pagina's 1898-1899.

Artikel 4

De politieke en de rechtswaarde van het Handvest

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie kan na zijn aanvaarding reeds vóór zijn integratie in de verdragen betreffende de Europese Unie en de Europese Gemeenschap door de Europese wetgever en rechtspraak in acht worden genomen.

Toelichting

Ook de Franse Verklaring van de Rechten van De Mens en de Burger van 1789 heeft reeds voor haar integratie in de Franse Grondwet, waarvan zij nog steeds deel uitmaakt, een aanzienlijke invloed op de Franse wetgeving en rechtspraak gehad. Ook de redactie van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie is duidelijk mede door de kopsamenvatting van de oude Franse voorloper beïnvloed.

Artikel 5

Preambule

Op verzoek van de Europese Commissie is reeds een deskundigenadvies uitgebracht over de wijze waarop de voor de meeste burgers te ingewikkelde en daardoor onbegrijpelijk geworden verdragsbepalingen verdeeld zouden kunnen worden over een voor de burgers begrijpelijk constitutioneel gedeelte en een gedeelte, dat met name de beleidsbevoegdheden nader uitwerkt. Reeds op wetstechnische gronden kan het Handvest moeilijk in de verdragen worden geïntegreerd zonder gelijktijdige uitwerking van de genoemde verdeling van de verdragen in een constitutioneel en een niet-constitutioneel gedeelte. Dat laatste deel zou dan volgens een nader uit te werken communautaire procedure gewijzigd moeten kunnen worden. Een simpele integratie van het Handvest in de bestaande verdragen lijkt reeds daarom onmogelijk, omdat de bestaande verdragen zelf reeds naast overlappingen met het Handvest vele – vooral economische – constitutionele grondrechten bevatten, waarop de burgers rechtstreeks beroep kunnen doen, maar die thans niet door het Handvest worden gedekt.

Op grond van deze preambule luidt de tekst van artikel 5:

Integratie van het Handvest in het EU- en EG-verdrag wordt vóór 2004 uitgewerkt in het kader van een herschikking van deze verdragen in constitutionele en de beleidsbevoegdheden nader uitwerkende bepalingen, waarvan de laatste volgens nader te regelen communautaire procedures gewijzigd kunnen worden.

Slotopmerkingen

Pas na de voorgestelde splitsing van de verdragen kan in een volgende fase van constitutionalisering van de Europese Unie vastgesteld worden welke verdere versterkingen van haar rechtsgehalte nodig zijn. Ook de Verenigde Naties met haar eigen volkenrechtelijke karakter heeft een duidelijke constitutie. Ook hier is versterking van die constitutie in het huidige tijdperk van mondialisering dringend nodig. De regering zou op grond van artikel 90 van onze Grondwet kunnen voorstellen daartoe ook in de toekomstige Unieconstitutie de doelstelling van bevordering van de internationale rechtsorde op te nemen, in het bijzonder door verzekering van meer samenhang in het VN-systeem van mondiale organiaties en de regeling van zijn verhouding tot regionale organisaties als de Europese Unie.

Prof.mr. P. VerLoren van Themaat is oud-advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie.

    • P. Verloren van Themaat