CRI onderzoekt misdaden Franse seriemoordenaar

De Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) gaat onderzoeken welke misdaden de Franse seriemoordenaar Guy Georges, die in Frankrijk ook twee Nederlandse vrouwen heeft vermoord, mogelijk in Nederland heeft begaan. Volgens een woordvoerder worden ,,stappen'' gezet die moeten leiden tot een rechtshulpverzoek van het Nederlandse openbaar ministerie aan Frankrijk.

Aanleiding voor het onderzoek is een vraaggesprek in NRC Handelsblad van 21 oktober met Anne Gautier, die een boek schreef over de moord op haar dochter Hélène Frinking (27) in Parijs, in 1995. Georges, die in Frankrijk zeven vrouwen verkrachtte en vermoordde, werd in 1998 gearresteerd. Begin volgend jaar komt zijn zaak voor de rechter.

Georges zat in de jaren negentig vaker vast wegens verkrachting of aanranding. Als hij vrij was, viel hij bijna iedere maand een vrouw aan. Maar er was één lange periode, van 14 januari 1994 tot november 1994, dat hij in Frankrijk niets deed. Tegen psychiaters verklaarde hij later, toen het over die maanden ging, dat hij graag in Nederland kwam. De CRI wil het DNA-profiel van Georges nu vergelijken met DNA-gegegevens van misdaden die in deze periode in Nederland zijn begaan.

Volgens de CRI-woordvoerder heeft de Franse politie nooit collega's in Nederland benaderd over deze zaak. Ook werd er geen DNA-materiaal opgestuurd, zoals Franse rechercheurs tegen Anne Gautier hebben gezegd. De Nederlandse ambassade in Parijs vroeg de CRI in 1997 wel, op verzoek van Gautier, om in databanken van de politie te zoeken naar misdaden die waren gepleegd volgens het patroon dat Georges hanteerde. Dat leverde niets op.

Er wordt nu opnieuw naar de zaak gekeken omdat DNA-onderzoek volgens de woordvoerder nu ,,nieuwe mogelijkheden'' biedt. Het is ,,algemeen beleid'' geworden om oude zaken te onderzoeken met verbeterde DNA-technieken.

Het is nog niet zeker of het Franse DNA-profiel van Georges vergelijkbaar is met Nederlandse DNA-gegevens. Halverwege de jaren negentig werkten Europese laboratoria nog niet volgens standaardprocedures in de beschrijving van die profielen op basis van het biologisch materiaal. Nu is dat volgens de CRI-woordvoerder ,,goeddeels'' wel het geval.

    • Petra de Koning