CHEMISCH PROFIEL VERRAADT DE HERKOMST VAN COCAÏNEMONSTERS

Forensische wetenschappers in drugbestrijdingsteams hebben een nieuw wapen in handen gekregen. Onderzoekers van de universiteit van Utah en van de Drug Enforcement Agency van het Amerikaanse ministerie van Justitie zijn erin geslaagd via chemische analyse van cocaïne met 96 procent betrouwbaarheid de geografische herkomst van het witte poeder te achterhalen. De chemische handtekening is van grote waarde bij het blootleggen van cocaïneproductienetwerken (Nature, 16 nov.).

De onderzoekers baseren hun nieuwe analysemethode op de verhouding van de stabiele koolstof- en stikstofisotopen (C en N) in cocaïnepoeder. Die blijkt heel karakteristiek voor het gebied waar de cocabladeren zijn geteeld. De chemici onderzochten tweehonderd cocaïnemonsters uit diverse Zuid-Amerikaanse teeltgebieden: de Chapare-vallei in Bolivia, de Huallaga- en Ucayali-valleien en de Apurimacvallei in Peru, en de Putumayo-, Caqueta- en Guaviare-streek in Colombia.

Cocabladeren afkomstig uit de Putumayo en de Caqueta zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden aan de hand van de hoeveelheid C die erin voorkomt. Cocabladeren uit Bolivia bevatten consistent minder N dan materiaal uit Peru. De isotopenmeting leverde in negentig procent van de gevallen het goede antwoord op de vraag uit welk gebied een monster afkomstig was.

Maar de onderzoekers gingen verder. Bepaling van het gehalte aan de alkoloïden truxilline en trimethoxycocaïne gaf de extra resolutie die nodig was om afzonderlijke productiegebieden in Colombia, Peru en Bolivia duidelijk uit elkaar te houden. De Amerikanen ontdekten dat het truxilline-gehalte vaak gelijk opging met het N gehalte en dat de gehaltes aan C en trimethoxycocaïne juist negatief correleerden. Dat maakte het mogelijk een combinatiegrafiek te maken, waaruit bleek dat de cocaïnemonsters samenklonterden tot dichte puntenwolken naar gelang het gebied waar ze vandaan kwamen. Nu was zelfs met 96 procent zekerheid het land van herkomst te achterhalen.

Het verschil in gehalte aan stabiele isotopen en alkaloïden heeft een biologische achtergrond. Verschillen in bodemsamenstelling bepalen het gehalte aan N en variaties in vochtigheid en de lengte van het regenseizoen bepalen het C-gehalte. De onderzoekers spreken aan het eind van hun artikel de hoop uit dat hun methode zal helpen de distributie van illegale drugs bloot te leggen en ook vroegtijdig nieuwe coca-producerende streken kan identiferen, zodat meteen kan worden ingegrepen.