Bijbaantjes

Enige tijd geleden heb ik uitspraken gedaan over bijbaantjes van scholieren. Daar heb ik veel reacties op gekregen. Mijn opvatting dat scholen daar rekening mee zouden moeten houden, wordt door vrijwel niemand gedeeld.

Scholen dienen daar rekening mee te houden simpelweg omdat het hier gaat om een feitelijke ontwikkeling die de school raakt. Ze moeten daarop inspelen, of ze daar nou gelukkig mee zijn of niet en niet het slechte voorbeeld volgen van hogescholen en universiteiten. Wat is daar de afgelopen jaren namelijk gebeurd?

Studenten zijn steeds meer tijd gaan besteden aan baantjes wat ten koste is gegaan van de tijd die ze besteden aan studie. Daar hoor je nooit iemand over want alle partijen zijn daarbij gebaat. Ouders zijn verlost van het gezeur van hun kinderen om meer geld, de overheid heeft weinig last van studenten die klagen over de studiefinanciering en tenslotte zijn er de studenten zelf die minder hoeven te lenen en dus minder schuld opbouwen. Iedereen blij, maar het gaat natuurlijk wel ten koste van de kwaliteit van de opleidingen, wat niemand belangrijk schijnt te vinden behalve een handvol excentrieke professoren die zo ouderwets zijn om te menen dat de kwaliteit van de universiteit belangrijker is dan de omvang van de leerfabriek.

Door deze ontwikkeling zijn studies die nauwelijks ruimte laten voor het steeds omvangrijkere en ook noodzakelijkere bijbaantje onaantrekkelijk geworden. Dat verlagen van de eisen gebeurt sluipenderwijs als je je ogen sluit voor bepaalde ontwikkelingen. Zo hadden hogescholen en universiteiten hierop kunnen reageren door de studieduur daarbij aan te passen. Zoals je avondopleidingen hebt voor mensen met een baan, zo zou je ook een tussenvorm kunnen creëren voor mensen die half werken. En daar gaat het mij om. Onderwijs, zie nou dat hetzelfde staat te gebeuren met jullie leerlingen en doe daar iets mee. Negeer het niet. Laatst stond in deze krant een artikel over leerlingen op het vmbo die opbloeien in de kooklessen. Datzelfde gebeurt als ze werken. Ook daar komt het voor dat leerlingen die zich op school ongelukkig voelen opbloeien. Probeer, denk ik dan, als school een relatie te leggen met dat werk. Zo kun je stimuleren dat leerlingen die gemotiveerd raken door de kooklessen hun bijbaantje hebben in de keuken van een verzorgingshuis.

Interessant is namelijk dat door de schaarste op de arbeidsmarkt de bijbaantjes zich al lang niet meer beperken tot dom en routinematig werk. Werkgevers spannen zich in om scholieren aan zich te binden, investeren in begeleiding en leiden op voor meer verantwoordelijk werk. Ik denk dat geen van beide partijen daar slechter van wordt.

Scholen hebben een dubbele functie: ze moeten niet alleen proberen leerlingen een en ander bij te brengen, daarnaast hebben ze ook de functie van veilige opbergplek. Dat laatste leidt ertoe dat leerlingen vaak verplicht worden op school te blijven rondhangen enkel en alleen om ze van de straat te houden. Dat werkt, zo weten we allemaal uit eigen ervaring, bepaald niet motiverend. Nu leerlingen volop te doen hebben met school èn baantje, verdwijnt steeds meer de noodzaak van dat opbergen. Natuurlijk moet de school voorop staan, of het nou gaat om een baantje, computeren, sporten, balletten of muziek maken.

Scholen moeten op deze ontwikkeling niet kortzichtig reageren met balletten goed, baantje fout; ze moeten er rekening mee houden en proberen er ook nog eens hun voordeel mee te doen. En dat laatste kan, daar ben ik van overtuigd, op 101 manieren.

hetveld@nrc.nl