Uit de schatkamers van de fotografie

Op de tentoonstelling Paris Photo zijn alle stijltendenzen in de fotografie te zien. Oud en nieuw werk van beroemde en minder beroemde fotografen sieren de stands van de bijna 100 aanwezige galeries uit zestien landen. De beurs is dan ook een walhalla voor de verzamelaar.

Er zou een museum mee te vullen zijn en dat moest er maar eens komen ook: foto's uit krantenarchieven. Vooralsnog geeft gelukkig niet de eerste de beste krant alleen The New York Times er blijk van te beseffen welke schatten men in huis heeft. Op de jaarlijkse fotobeurs Paris Photo, de grootste ter wereld, heeft de krant voor de tweede keer een stand ingericht met een selectie originele afdrukken uit het honderd jaar oude, meer dan vijf miljoen stuks tellende archief.

Beduimeld en al want ooit mishandeld in de haast voor de deadline, maar daardoor des te aantrekkelijker. De geschiedenis druipt eraf, van beelden als die van Jackie Kennedy in haar met bloed besmeurde roze Chanelpakje en van Hitler cs wier gestekte armen onheilspellende slagschaduwen in de lucht aftekenen. Vanaf 3000 dollar zijn al deze foto's te koop, geen enkel beletsel kennelijk, want ze gaan op grote schaal over de toonbank.

De vierde editie van Paris Photo, een initiatief van de Nederlander Rik Gadella die het evenement nog altijd leidt, is de omvangrijkste tot nu toe. Bijna honderd galeries uit zestien landen (acht uit Nederland) maken dat de beurs zo langzamerhand het juiste evenwicht heeft bereikt tussen oude en hedendaagse fotografie.

Vijf bedrijven, waaronder ABN Amro, tonen er hun indrukwekkende collecties, zes galeries hebben hun stand aan één kunstenaar gewijd. Er zijn uiterst zeldzame en onbekende foto's te zien van grootheden als Eugène Atget, van Carlton Watkins en Robert MacPherson, van Walker Evans en Gustave Le Gray. Van de laatste toont de Parijse galerie Baudoin Lebon een onwaarschijnlijk aantal opnamen van legerkampen, bosgezichten en haventaferelen.

Fotografie, het is al langer bekend, is `in'. De prijzen op Paris Photo bewijzen het, onder de duizend dollar een `ontdekking' aanschaffen, zoals op vorige edities nog wel mogelijk was, is er niet meer bij. Het internetbedrijf artprice.com, sponsor van de beurs, heeft vastgesteld dat de wereldomzet, tot 1995 tien miljoen dollar jaarlijks, dit jaar meer dan 52 miljoen dollar bedraagt.

Meest gewild zijn `oude' fotografen als Man Ray, Kertèsz, Ansel Adams, Stieglitz en Steichen, maar op de toptien prijken ook Robert Mapplethorpe en Cindy Sherman, de laatste zelfs op de tweede plaats. Panthéon van Thomas Struth bracht drie dagen geleden, bij Sotheby's New York, bijna zes ton op, een record voor een hedendaagse fotograaf. Het zijn vooral jonge mensen, naar het schijnt, die de nog altijd relatief goedkope fotografie verzamelen. De veel duurdere moderne schilderkunst blijft het terrein van de oudere collectioneur.

Alle stijltendenzen zijn zo ruim vertegenwoordigd op Paris Photo, dat van tendenzen eigenlijk geen sprake meer is. De gemanipuleerde fotografie, met het lichaam als thema (ooit het monopolie van onze eigen Inez van Lamsweerde), is zo wijd verbreid, dat je geneigd bent voorbij te lopen aan het werk van de Zweedse Elisabeth Ohlson. Ze maakt sterk overbelichte portretten van blinden, van wie de ogen zo vreemd staan, dat men onmiddellijk ziet dat de computer eraan te pas is gekomen. Ten onrechte en het is vreemd te constateren dat de foto's daardoor interessant worden. Manipulatievermoeidheid, dat is het.

Maar nog weer vreemder is, dat die waardering voor de `landschappen' van Sonja Braas bij galerie Ulrich Fiedler niet in de weg staat. Ze combineert met behulp van de computer geschilderde vergezichten op de achtergrond, met geënsceneerde, idyllische natuur op de voorgrond. Het bedrog is niet zichtbaar: dat zal het zijn.

Indringende portretten zijn er volop, Sanne, van de Nederlandse Noor Damen (galerie Van Kranendonk) is er een geslaagd voorbeeld van. Aan de schilderkunst (Morandi) ontleende fotografie, zoals de decoratieve, wazige `vaas'-foto's van Claus Goedicke (onder meer bij Thaddaeus Ropac) ook, evenals vreselijke varianten op Witkin en Saudek, van Alvin Booth. Nep-sepia.

Nee, oneindig veel liever kijk ik dan naar de liefdevolle, `ouderwetse' sociale fotografie van Shirley Baker, met portretten van een pauperwijk in Manchester, uit 1965 (bij The Photographer's Gallery). Aan beperkte oplagen doet deze fotografe niet: dat is iets voor moneymakers. Zij kijkt en klikt alleen maar. Op het juiste moment.