`Swaab-zaak' lakmoesproef voor justitie

Recente rechtszaken werpen licht op een van de twee hoofdlijnen in het Clickfondsonderzoek: het netwerk rond hoofd- verdachte Swaab. De uitspraken in deze zaken vormen een lakmoesproef voor het OM.

,,Vormen van fraude die geheel nieuw zijn.'' Zo typeerde het openbaar ministerie de inhoud van drie recente rechtszaken in het geruchtmakende Clickfondsonderzoek rond het netwerk van hoofdverdachte Swaab.

Met de karakterisering van het OM bleek niets te veel gezegd. Tijdens de zittingen, waar drie ex-werknemers van financiële instellingen terechtstonden, ging het inderdaad om veel meer dan alleen fiscale fraude, het delict waar het `beursfraudeonderzoek' tot nu toe toch vooral om draait. Natuurlijk, ook nu speelde belastingontduiking een rol, maar in de kern was dat slechts een uitvloeisel van een veel fundamenteler feit dat justitie ten laste legde: niet ambtelijke omkoping binnen een criminele organisatie. En daarmee lag meteen een echt `beursfraudeaspect' op tafel.

Tegelijkertijd ging het om één van de twee hoofdlijnen in het Clickfondsonderzoek: de, volgens justitie, `criminele organisatie' onder leiding van effectenhandelaar Swaab. Uit die organisatie stonden vorige week effectenhandelaren Paul A. (Oudhoff Effecten) en Ronald P. (Credit Suisse First Boston) terecht, gisteren was het de beurt aan een ex-fondsmanager van het pensioenfonds voor de metaalnijverheid, Harry van de K. Ook een voormalig werknemer van SNS Securities had zich eigenlijk nog moeten verantwoorden, maar in zijn zaak werd het OM niet ontvankelijk verklaard.

De overgebleven drie zouden zijn omgekocht door Swaab, zo betoogde het OM. Zij kregen van hem geld; hij kreeg van hun informatie over op hande zijnde effectentransacties. Die informatie werd gebruikt als er transacties werden uitgevoerd via Swaabs bedrijf FTC in Londen. De winst werd vervolgens gedeeld.

Justitie probeerde het netwerk en het fraudepatroon in kaart te brengen via gegevens uit de in beslag genomen agenda's van Swaab. Daarin bleken niet alleen initialen, maar ook transacties en uitbetalingen van contante sommen geld te staan. Met al deze informatie bouwde het OM vervolgens een theorie die omkoping aannemelijk moest maken. Maar daar zit nou net het probleem. Smoking guns, hoe vervaarlijk rokend ook, bewijzen op zichzelf nog niets. Zeker in de zaken A. en P. bleken de verdenkingen vooral gebaseerd op veronderstellingen. Strafbare feiten waren nauwelijks te vinden: met de transacties zelf was technisch niets mis en het contante geld zou zijn verstrekt in het kader van een ,,informeel beleggingsclubje''. Alleen in de zaak Van de K. kan volgens het OM ,,wezenlijk'' bewezen worden dat de fondsmanager bewust nadelige koersen accepteerde om er zelf beter van te worden. Maar zelfs die theorie leunt op een verdachte transactie, maar wel één die keurig binnen de toegestane `bandbreedte' was verricht. Daar komt bij dat weliswaar vast is komen te staan dat Swaab geld aan de drie verstrekte, maar niet dat daar als tegenprestatie informatie over effectentransacties tegenover stond.

Het is de kwintessens van het `Swaab-netwerk' en de moeilijkheid voor het OM: omkoping kan misschien wel plausibel worden geacht, dat is nog wat anders dan het leveren van wettig en overtuigend bewijs.

Vandaar dat er met spanning zal worden uitgekeken naar het oordeel van de meervoudige kamer, die speciaal voor het Clickfonds is ingericht. Blijken de veronderstellingen te vaag? Of gaat de rechtbank mee met de theorie van het OM en is de omkoping aannemelijk genoeg gemaakt? In dat laatste geval zullen de verdachten vrijwel zeker in beroep gaan bij het hof. En of dat college, dat met meer afstand naar zaken kijkt, een veroordeling zal steunen, is de vraag.

De uitspraak op 30 november wordt dus om een aantal redenen een lakmoesproef voor het OM. Volgt er een veroordeling op het punt van de omkoping, dan kan justitie een majeur `beursfraudedelict' toevoegen aan het Clickfondsonderzoek. Bovendien levert het munitie op voor de grote zaak tegen Swaab zelf, die de uitspraak dan ook met belangstelling zal volgen. De hoofdverdachte met Nederlands- èn Zwitsers paspoort, houdt zich in dat land onbereikbaar voor justitie, maar weet als geen ander dat zijn zaak er een stuk beter voor komt te staan als de niet ambtelijke omkoping sneuvelt. Maar dat geldt ook andersom: volgen er veroordelingen, dan ziet het er tevens somber uit voor de leider van de `criminele organisatie'.