Onderzoek naar ramp Enschede vertraagd

De commissie-Oosting zal pas in februari volgend jaar rapporteren over de vuurwerkramp in Enschede. Oorspronkelijk zou de onafhankelijke onderzoekscommissie haar werk eind dit jaar afronden.

Dat heeft commissievoorzitter Oosting gisteren meegedeeld op een bijeenkomst van de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp. Het strafrechtelijk onderzoek naar de ramp zal zich nog langer voortslepen.

Persofficier van justitie Van Kesteren zei op dezelfde bijeenkomst dat het proces-verbaal waarschijnlijk in maart kan worden opgesteld, maar dat de afwikkeling van de zaak nog het hele volgende jaar in beslag zal nemen.

Op de bijeenkomst presenteerde een commissie van de belangenvereniging een voorlopige analyse van de gebeurtenissen die zich op 13 mei op het terrein van vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks voltrokken. Belangrijkste conclusie was dat de fatale explosie te verklaren valt uit de aanwezigheid van vuurwerk alleen. Die conclusie is consistent met de mededeling van het openbaar ministerie dat er geen sporen van springstof op het rampterrein zijn gevonden, alleen sporen van vuurwerk. Persofficier Van Kesteren wilde gisteren niet meer zeggen dan dat de conclusie hem ,,niet verrast heeft''.

Volgens B. van den Heuvel, zowel lid van de belangenvereniging als onderzoeker van het door de vereniging ingeschakelde adviesbureau MSNP, is de fatale explosie te verklaren uit een sterke schokgolf die het opgeslagen zware evenementenvuurwerk tegelijkertijd kon ontsteken. Zo'n sterke schokgolf kan ontstaan door de explosie van wit kruit of flash powder. Die stof komt voor in zogeheten salutes, zware bommen die hoog de lucht in worden geschoten en daar een zware knal geven. Salutes worden meestal gebruikt om vuurwerkshows te openen of af te sluiten. Volgens Van den Heuvel had S.E. Fireworks salutes in voorraad.

Het bureau MSNP heeft voornamelijk gebruik gemaakt van digitaal bewerkte video-opnamen van de ramp. Zo hebben de onderzoekers tot op éénvijftigste van een seconde de loop der gebeurtenissen kunnen vaststellen, tot en met de fatale explosie. Dat is veel nauwkeuriger dan in de `feitenreconstructie' door de rijksinspecties die vorige week verscheen. De voorlaatste explosie, in een van de zeecontainers (om 15u35:46), veroorzaakt volgens MSNP de schokgolf die een fractie van een seconde later in de tegenovergelegen centrale opslagplaats het vuurwerk doet ontploffen.

Onopgelost blijven de vragen hoe de eerste brand op het terrein heeft kunnen ontstaan en hoe die brand, toen de brandweer de zaak onder controle dacht te hebben, heeft kunnen overslaan naar de zeecontainers. Ook politie en jusitie zijn nog steeds niet zeker van de toedracht van de eerste brand, aldus Van Kesteren. ,,Er zijn concrete sporen om op te rechercheren, maar we zijn er nog niet uit.''

DOSSIER ENSCHEDE: www.nrc.nl