Oefening: Goede vrienden

Lees eerst alle woordjes aandachtig:

I. Dingen

je geheugen, je lach, je plaats, een kind,

de orde, een fout, voedsel,

je hersens, ruzie, een vinger, je ogen.

II. Werkwoorden

opfrissen, onderdrukken, afstaan,

grootbrengen, verstoren, ongedaan maken,

inslaan, pijnigen, uitlokken, uitsteken,

de kost geven.

III. Voeg de woorden die goede vrienden zijn samen

je geheugen - de kost geven

je lach - verstoren

je plaats - onderdrukken

een kind - afstaan

de orde - ongedaan maken

een fout - grootbrengen

voedsel - uitsteken

je hersens - inslaan

ruzie - opfrissen

een vinger - pijnigen

je ogen - uitlokken

    • Rudy Kousbroek