Mijn haar mag nooit goed zitten

Of ze nu een tekening maakt of een hotel inricht, Dorine de Vos laat het verleden meespelen. ,,Veel van vroeger is belangrijk en het leven verandert niet zo veel.''

In haar Recepten van goedgemutste koks geeft Dorine de Vos een handgeschreven advies aan iedereen die een surprise party voor iemand wil organiseren: ,,Niet doen! Niet leuk! Je hormonen moeten d'r eige voorbereiden op festiviteiten!! Iedereen is in de stemming, behalve het feestvarken, ja misschien na een halve liter whisky.'' Tussen de tekst door heeft ze een harig vrouwenbeen getekend, waarmee ze nogmaals onderstreept dat de jubilaris in kwestie dit toch echt niet aan onverwacht bezoek kan tonen.

Alleskunstenaar Dorine de Vos (Batavia, 1948) is zoals je het liefst zelf zou willen zijn: origineel, onbevangen en vooral heel erg eigen. Dat zie je zowel aan haar tekeningen of decors voor films en televisieprogramma's als aan de manier waarop ze de interieurs heeft verzorgd van cafés als het Haagse Schlemmer, Hotel New York in Rotterdam of een bejaardentehuis in Eindhoven. Ze houdt van draperieën en spullen die ze op rommelmarkten opduikelt. Je komt het tegen in vrijwel alles dat ze maakt. ,,Ik erger me ook wel aan al die rotzooi en versierdrift'', zegt ze. ,,Ik probeer het wel eens op te ruimen, maar dan komt het gewoon weer terug. Blijkbaar voel ik me niet zo prettig in een lege ruimte.''

Dorine de Vos heeft meer banen gehad dan je in een doorsnee mensenleven kunt vervullen: ze was achtereenvolgens verpleegster, onderwijzeres, zat op de Academie van Beeldende Kunsten, werkte bij de voorganger van het Filmfestival Rotterdam en bij een grafisch ontwerpbureau en was directeur van het Haags Filmhuis. Door toeval belandde ze in de horeca.

,,Ik vond horeca altijd al ontzettend leuk'', zegt ze. ,,Vroeger ging je niet zo vaak uit eten. Als kind kwam ik alleen maar bij de Chinees op Katendrecht, nooit in een echt restaurant. Later ging ik met mijn ouders naar La Coupole in Parijs, dat was een echte eetgebeurtenis met show en obers.

,,Het pand van Schlemmer was van mijn zwager. Het was een bruin café, een officiersmess. Toen het leeg kwam, vroeg hij of we er niet iets leuks mee konden gaan doen. Zo is het eigenlijk begonnen. Het was niet eens de bedoeling dat ik het zelf ging inrichten, maar dat ik er iets voor ging verzinnen.''

Begin jaren tachtig ging Dorine de Vos in New York op zoek naar voorbeelden. Ze had zelfs al iets in haar hoofd: een combinatie tussen een lunchroom en een ontbijtrestaurant. ,,Ik liep te wandelen en zag ergens een deur openstaan. Ik keek naar binnen en zag schilders fresco's op de muur schilderen, taferelen uit Pompeï. Het was echt heel mooi. Later is dat een restaurant geworden dat nog voorkomt in een Woody-Allenfilm.''

Schlemmer kreeg zijn beschilderde muren en liep daarmee voorop in de `frescopest', zoals De Vos de nationale muurschildermanie noemt die halverwege de jaren tachtig in Nederland uitbrak. Het werd een café waar iedereen zich op zijn gemak moest voelen. De Vos: ,,Ik ben eigenlijk geen vormgever. Wat ik maak is dan ook meer – en dat zeg ik om mezelf wat te bagatelliseren – een beetje decorette-achtig. Een decor, daar kun je wat mee. Het is een kopie van mijn eigen leefwereld.''

Rare schoenen

In die leefwereld moet volgens haar altijd een faux pas worden gemaakt, niets mag perfect zijn. Alleen op die manier kan ze een persoonlijke sfeer scheppen in een openbare ruimte. ,,Ik kan ook nooit een mooi pak aan zonder tegelijkertijd rare schoenen te dragen. Ook mijn haar mag nooit goed zitten. Hetzelfde moet met een inrichting gebeuren: ik hou van een heel strakke ruimte, waarin ik vervolgens een kroonluchter kan hangen. Het contrast is belangrijk.''

Na Schlemmer volgden de cafés Zochers, Loos en Floor in Rotterdam, die een spraakmakend succes werden. En toen kwam in 1993 Hotel New York op de Kop van Zuid. ,,Het was een droomtijd. We hebben er een jaar gezeten. Hele dagen zaten Hans Loos, Daan van der Have en ik in de directievertrekken. Daar hebben we plannen gesmeed. Er was toen nog gewoon een kantoorindeling met prefab-wanden. Dat is er allemaal uitgegaan. We zijn door het gebouw gaan lopen en hebben de kamers ingedeeld, afgaand op de ramen, zo van als je hier een muur zet, komt daar de andere. We hadden best een goed budget, maar het was niet gigantisch. En dat is juist wat ik nodig heb, want een beperkt budget maakt je creatief.

,,Het mocht niet te klassiek zijn en niet te modern. Het moest eigenlijk niets zijn. Hoogstens een sfeer, een atmosfeer. Hoe wil je het hebben als je zelf in een hotel zit? Ik wil altijd een tafel waaraan je kunt schrijven, zitten of tekenen. Je hoeft eigenlijk niet zoveel stoelen te hebben, maar wel een kast. Je ligt of zit in een hotel toch vooral op je bed. Veel mensen vinden het juist fijn in hotelkamers omdat ze geen troep bij zich hebben. Dat geeft weer eens een keer lucht. Je hebt een koffer, en als die uit het zicht is, ben je in een lege ruimte. Je moet dus niet te lelijke dingen in zo'n kamer zetten en niet te mooie. We hebben toen gekozen voor een combinatie tussen nieuwe en gevonden dingen.''

Matisse

De kamers in Hotel New York zijn de leukste waarin je in Nederland kunt logeren. Want ondanks hun sobere standaard-inrichting zijn de meubels in iedere kamer anders. Zo vind je er tweedehands Eames-stoelen, Gispen-werktafels, ingelijste affiches van De Vos' favoriete kunstenaars als Matisse en Steinberg, een tot schemerlamp omgebouwde muziekstandaard of een tafeltje waarop een Servische reisbrief (,,Lieve moeder, etc.'') is geschreven. Sommige badkamers hebben een betegeling die je aan een harlekijnspak doen denken. Alleen het bed is in iedere kamer hetzelfde. ,,We zijn naar New York gegaan om naar een paar hotels te kijken zoals het door Philippe Starck ingerichte Paramount. Je hebt daar kamertjes waar je je kont niet kunt keren. Maar er stond wel een goed bed, met veel kussens en gladde, witte lakens. Terug in Nederland zeiden we tegen de staf: we moeten allemaal zo'n bed bestellen en dan gaan we combinaties maken – een goedkoop onderstel en een duur matras, een duur onderstel en een goedkoop matras. Iedereen heeft toen een combinatie getest en daar is vervolgens dit bed uitgekomen. Het grootste compliment was toen na de eerste nacht iemand naar de receptie kwam en zei dat hij precies zo'n bed en zulke lakens wilde hebben. En omdat we er te veel van hadden besteld zeiden we `dat is goed, heeft u een aanhanger bij u'. Tegenwoordig verkopen we ook de lakens.''

Drie dagen in de week werkt Dorine de Vos als art director in Hotel New York, een functie die uniek is in de hotelwereld. ,,Als de werkwijze in het restaurant verandert, moeten er nieuwe kastjes komen en daarmee wil ik me dan bemoeien.''

Na Hotel New York richtte ze ook nog een Eindhovens bejaardentehuis in. Ze werd ervoor gevraagd nadat de ontwerpers van het tehuis op moederdag in Hotel New York verbleven en zagen hoe de bejaarden zich er vermaakten. ,,Waarom moet een bejaardentehuis altijd zo stom en standaard zijn. Waarom mag het geen kleur hebben? Oude mensen houden daar toch ook van? Ik heb de recreatieruimte opgedeeld in verschillende sferen. Zo moest er een vuurtje zijn, waar de bewoners voor kunnen zitten als het regent. En toen een open haard te veel onderhoud bleek te vergen, zijn we uitgekomen bij een gasopenhaardje dat je met een druk op de knop kunt aanzetten.''

Voor Hotel New York maakte Dorine de Vos ook de menukaarten voor het restaurant. De stap naar een kookboek was dan ook niet zo groot, al bekent ze geen groot kok te zijn. ,,Ik ben meer van groente in een pan met rijst erbij. Van koken uit een kookboek word ik altijd zo zenuwachtig. Ik heb er niet het geduld voor.''

In 1998 verscheen van haar hand Scheepsgerechten, een verzameling gerechten van chef-koks van restaurants aan het water. Een vermakelijk boekje, dat net als de Recepten van goedgemutste koks zijn kracht ontleent aan een combinatie van recepten, tekeningetjes, gekke invalletjes en rommelige micro-(strip)verhaaltjes, waarin van alles aan de hand is. ,,Ik voel me verwant met milde cartoonisten als Saul Steinberg en Sempé. ik weet nog goed dat ik in Parijs op een zondagochtend bij een Sempé-tentoonstelling was en daar de hele tijd een soort ingehouden lachen van het publiek hoorde. Het was iets herkenbaars: iets groots met iets menselijk kleins erin.''

Die kookboeken waren niet haar eigen idee. Ze werd ervoor gevraagd door een uitgever. De Vos: ,,Ik heb nu heel erg de smaak van het tekenen te pakken. Het is heerlijk om een taak te hebben die af moet. Ik ben gaan plakken en knippen. Vooral dat bladzijden vullen vind ik leuk.''

Als je haar tot atelier verbouwde tuinhuisje in Amstelveen binnenstapt, beland je midden in die fantasiewereld. Het is er een gezellige rommel, waar je de hele dag kunt doorbrengen zonder je ook maar een minuut te vervelen. En eigenlijk is het net alsof je een van haar tekeningen binnenstapt. Tegen de achterwand van het huisje staat een grote stellingkast vol papieren en kunstboeken. Verder zijn alle wanden volgeplakt met ansichtkaarten, foto's van echtgenoot, ouders, nichtjes, en tekeningen van bootjes. En juist die bootjes hebben alles met haar werk en verleden te maken. In Hotel New York zijn ze alom aanwezig. ,,Dat komt doordat ik uit Rotterdam kom'', zegt ze. ,,Mijn vader was een echte Rotterdammer, die veel van boten hield. Ons uitje was vroeger altijd langs de haven lopen.''

Die vader, Henk de Vos, was behalve botenliefhebber ook schilder. Hij gaf les aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en speelde een rol in het naoorlogse kunstenaarsleven in Rotterdam. De Vos: ,,Ik lijk veel op hem. Hij heeft in zijn leven van alles aangepakt: grafisch ontwerpen, boekjes, decors voor ballet, monumentaal werk. Dat rotzooierige en dat altijd ergens iets van willen maken, heb ik van hem. Hij bewaarde ook altijd van alles, zij het minder dan ik. Zijn atelier, dat uit oude schoollokalen bestond, was heel inspirerend. We mochten er feestjes geven en dan hielp hij met versieren. Zo wilden we dat de naam van popzanger Brian Hyland in letters op de muur kwam te staan en daar zorgde hij dan voor.''

Kom niet terug

Henk de Vos was in 1940 bezig met een zeiltocht om de wereld, toen de oorlog uitbrak. ,,In Tanger moesten ze aan wal, omdat een van de opvarenden ernstig oogletsel had opgelopen en naar een ziekenhuis moest. Mijn vader kreeg toen een telegram van mijn opa, waarin stond `Kom niet terug'. In Tanger is hij letters gaan schilderen en heeft hij tekeningen gemaakt. Ook heeft hij er wel dingen verkocht. Hij kende de directeur van de Koninklijke Java-China Pakketvaart Mij. , die zei `Kom maar naar Indië'. Dat was in eerste instantie een leuke keus, want Indië was toen nog niet bezet. Maar toen hij daar aankwam moest hij meteen in het leger. Hij heeft er wel mijn moeder ontmoet.''

Na afloop van de oorlog vertrokken haar ouders naar Australië. Ze woonden er maar kort en gingen na een tussenstop in Indië, waar in 1948 Dorine geboren werd, terug naar Nederland. ,,Mijn vader heeft toen in Rotterdam geprobeerd een nieuw leven op te bouwen. Maar dat was toen niet eenvoudig, omdat er geen kunstklimaat meer bestond. Geleidelijk aan is hij weer gaan schilderen. Je had toen de E55 (een grote energiemanifestatie), dat was zo'n ijkpunt waar hij veel voor heeft gedaan: versieren, grote stands inrichten, poppen maken. Veel daarvan hing bij ons thuis.''

Ook richtte haar vader passagiers- en vrachtschepen in voor scheepvaartmaatschappij Van Nievelt-Goudriaan. ,,Al zijn vrienden, zoals de schilders Daan van den Dikkenboer en Guus de Ruiter of de industrieel vormgever Arie Verbeek, heeft hij toen opdrachten gegeven om muurschilderingen te maken, tapijten te knopen of hutten mooi in te richten. Misschien is Goudriaan daaraan ook wel ten onder gegaan. Die boten zijn later allemaal onder Panamese vlag gaan varen.''

Dorine de Vos ging pas naar de academie nadat haar vader gepensioneerd was. Onmiddellijk komt de gedachte bij je op dat die vader een barrière voor haar heeft gevormd om in zijn voetsporen te treden en ook kunstenaar te worden. ,,In je leven geef je altijd anderen de schuld voor de dingen die je zelf niet hebt gedaan'', zegt ze. ,,Maar in werkelijkheid ben ik gewoon niet naar de academie gegaan omdat ik er geen zin in had en niet omdat mijn vader zo goed was en ik het niet durfde. Ik houd overigens veel van zijn werk. Hij was een heel goede tekenaar.''

Ze betreurt het dan ook dat haar vader niet heeft meegemaakt wat ze nu doet. ,,Hij is te jong gestorven – hij was 72. Het was precies op het moment dat mijn zusjes en ik een soort richting hadden gevonden. Vooral Hotel New York zou hij leuk hebben gevonden, juist omdat hij zo van de haven hield. Maar ik denk dat hij het heus wel ziet, waar hij nu uithangt.''

Toen ze naar de academie ging was ze 28 jaar oud en had ze al een paar jaar voor de klas gestaan als onderwijzeres. ,,Mijn allereerste keuze na de middelbare school was tekenlerares, maar dat is gestrand omdat ik MMS had en je ontzettend veel wiskunde kreeg op de academie. Van stereometrie begreep ik geen moer. Wel wilde ik altijd iets met kinderen doen. Maar ik ben zo iemand die na vijf jaar, als hij met sinterklaas weer eens bij bladzijde acht van een lesboek is, denkt: moet ik volgend jaar met sinterklaas nou weer bij bladzijde acht zijn? Zou ik niet eens wat anders gaan doen?''

In het werk van Dorine de Vos, of het nu een tekening is of het inrichten van een hotel, speelt het verleden een belangrijke rol, al zegt ze dat ze er niet in leeft. ,,Of het nou beter was, weet ik niet. Maar in mijn hart – ik zeg het nooit hardop omdat het dan lijkt of je niet voor de vooruitgang bent – geloof ik dat veel dingen van vroeger belangrijk zijn en dat het leven niet zoveel verandert. Ik heb het dan over de kleine dingen. Dat zie je ook bij andere mensen die schrijven over de kleine dingen. Ik zie dat mensen het leuk vinden dat er bijvoorbeeld ergens een bootje staat, zomaar, of dat er een kast is met speelgoedbootjes. Kleine dingetjes, waar je naar kijkt en denkt: `Wat is dat nou eigenlijk?'

,,Als kleine kinderen gingen we altijd met vakantie naar Ouddorp op Goeree-Overflakkee. Dat plekje is nog precies zoals het was. En ja, zoiets vind ik nou erg belangrijk. Dat het weggetje er nog is en er nog steeds Oostindische kers groeit, dat het daarnaar ruikt, en dat ze er nog op zo'n prachtige manier bonen drogen. Dat geeft het landschap zo'n eigen beeld als het totaal niet veranderd is. Het is tegengehouden door de zwarte-kousengedachte, die lui zijn helemaal niet in voor vernieuwing. Als projectontwikkelaars dat stuk grond in hun klauwen hadden gekregen, was het allang verpest. De familie van wie wij toen de woonwagens huurden waarin we tijdens die vakanties logeerden, is er ook nog. Als je er langs gaat, herkennen ze je. Als ik daar fiets, denk ik: `Nu ben je een oud wijf aan het worden', maar dat voel ik niet zo. Ik stap niet terug in de tijd, het is er eerder tijdloos. En dat geeft zo'n goed gevoel en zo'n vertrouwen, dat je die vooruitgang helemaal niet nodig hebt. Terwijl je er zo middenin zit. Dat is een rustgevende gedachte. Net zoals dat je eigenlijk niet veranderd bent. Ik krijg soms de slappe lach als ik bedenk dat ik al vijftig ben. Maar eigenlijk ben je nog die van tien of van dertien. In wezen, hè?''

`Recepten van goedgemutste koks. Feestgerechten voor verjaardagen.' Opgetekend door Dorine de Vos, verzameld door Fanny Fris. Uitg. Frescopress, Amstelveen. 96 pagina's, prijs ƒ34,90, isbn 9055134198.