Korthals zegt maatregelen toe na kritiek

Onder druk van de Tweede Kamer heeft minister Korthals (Justitie) gisteren maatregelen toegezegd voor een betere onderlinge informatievoorziening tussen politie, openbaar ministerie en zijn ministerie.

Korthals deed dat tijdens een debat over de zogenoemde Dover-zaak, waarin hij van alle zijden zware kritiek te verduren kreeg, maar zijn politieke positie geen enkel moment in gevaar kwam.

Weliswaar, aldus het Kamerlid Kalsbeek (PvdA), was er met de gebleken onwetendheden rondom de Dover-zaak ,,een grens bereikt'', doch deze was ,,niet overschreden''. Zij diende met NicolaÏ (VVD) en Dittrich (D66) een motie in waarin van Korthals wordt geëist dat hij voor Kerstmis met een ,,plan van aanpak'' komt voor de communicatiestoornissen.

Pogingen van de oppositie om Korthals' politieke positie te ondergraven, liepen stuk. Een motie Van der Camp (CDA), waarin de minister ,,wellicht'' verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van 58 Chinezen in Dover, maakt geen enkele kans. Pogingen van Halsema (GroenLinks) om Korthals een grootscheeps complot te laten bekennen, en de PvdA te laten uitspreken dat Korthals moest aftreden, bleven vergeefs.

Inzet van het debat was de vraag of justitie medeverantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van 58 Chinezen, die eerder dit jaar waren gestikt tijdens een illegaal vreemdelingentransport naar Engeland. De Kamer heeft in september al gedebatteerd over het feit dat een van de hoofdverdachten in deze zaak, de in Nederland woonachtige Turkse staatsburger Ö, ten tijde van dit delict werd geschaduwd door de Rotterdamse rivierpolitie. Bij die gelegenheid verklaarde Korthals, dat op dat moment nog niet was vastgesteld dat Ö inderdaad mensensmokkelaar was.

Vorige week werd evenwel bekend dat tegen Ö, die voortvluchtig is, een Frans uitleveringsverzoek liep, omdat hij in Frankrijk een jaar gevangenisstraf wegens mensensmokkel moet uitzitten. De Rotterdamse rivierpolitie was daarvan niet op de hoogte, evenmin als de minister in september.

De vraag in de Kamer was gisteren, of Ö in Rotterdam had moeten worden aangehouden, en of daarmee het drama in Dover voorkomen zou zijn. Alleen CDA en GroenLinks bleken gevoelig voor deze hypothese. De andere partijen lieten zich onder andere overtuigen door de mededeling van Korthals dat – op formeel-juridische gronden – de Rotterdamse rivierpolitie Ö. niet zou hebben aangehouden als zij wél van het uitleveringsverzoek had geweten.

Aan de onderlinge onwetendheid tussen de politie te Rotterdam en het parket in Haarlem, waarvan het opsporingsbevel in verband met de uitlevering uitging, tilde de Kamer echter zwaar. Korthals beloofde de oprichting van een informatiesysteem voor de koppeling van rechtshulpverzoeken uit het buitenland aan de gegevens van Nederlandse opsporingszaken.