Intifada verzuurt sfeer top Marseille

De vierde top tussen de Europese Unie en twaalf landen rond de Middellandse Zee is op niets uitgelopen door de oorlog tussen Israël en de Palestijnen.

Niemand vond het leuk dat de Syriërs niet kwamen opdagen. Iedereen was verbaasd dat de Libische minister onverwacht wél kwam, en flink stennis maakte. En enkele Palestijnse ministers konden door de Israëlische afsluiting van de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Euro-Mediterrane conferentie niet eens bereiken. Gastheer Frankrijk, tenslotte, presenteerde een slotverklaring die de Arabische deelnemers meteen van tafel veegden. Zo eindigde gisteravond de vierde bijeenkomst tussen lidstaten van de Europese Unie en de landen aan de andere kant van de Middellandse Zee zoals velen hadden gevreesd: in een anticlimax.

Het kon ook moeilijk anders. In het `Barcelona-proces', genoemd naar de stad waar in 1995 de eerste bijeenkomst werd gehouden, helpt de EU haar twaalf `zuiderburen' economisch op de been in ruil voor, op lange duur, stabiliteit. Dat dit overleg valt of staat met de vredesonderhandelingen in het Midden-Oosten, hebben zelfs optimisten nooit betwist. Maar nooit eerder werd het zó door politieke twisten verzuurd als dit keer.

Nu Israël en de Palestijnen een oorlog voeren waarbij in zeven weken tijd al meer dan 230 doden, meest Palestijnen, zijn gevallen, zit het Barcelona-proces in het slop. Voor het uitbreken van de intifada, eind september, was de agenda van de conferentie ambitieus: een gezamenlijk Handvest voor Vrede en Veiligheid, nieuwe economische en culturele projecten, mensenrechten en politieke hervormingen, en efficiëntere besteding van het Europese geld.

,,Maar'', zei de Palestijnse minister van Internationale Samenwerking, Nabil Sha'ath, ,,hoe kunnen we over economische samenwerking en vrijhandelszones praten, als de Israëliërs al weken 1.800 containers van ons in hun havens vasthouden, waarover we nog tienduizenden dollars opslagkosten moeten betalen ook?''

Frankrijk was deze zomer vastbesloten een succes te maken van de conferentie. Niet alleen ministers, maar alle regeringsleiders zouden deelnemen. Het Handvest zou het kroonjuweel worden van het Franse voorzitterschap. Dit zou Franse en Europese ambities om politiek een grotere rol te spelen in het Midden-Oosten krachtig onderstrepen. Europa vindt het niet terecht dat zij, als grootste donor van de regio, de politieke bemiddeling moet overlaten aan de Verenigde Staten. Ook vochten de Fransen hard om uit het totale EU-budget van tien miljard euro voor de Balkan en de Mediterrane landen (tot 2005) zo veel mogelijk voor de laatste landen te reserveren — tegen de wens van Duitsland en Engeland in, die de Balkan meer prioriteit willen geven.

Toen de Palestijnse opstand uitbrak, werd al gauw duidelijk dat er geen regeringsleiders zouden komen. Het Handvest verdween van de agenda. Syrië kwam met een eisenpakket: in Marseille moest, tegen de traditie in, officieel geproken worden over het vredesproces; de groepsfoto mocht niet doorgaan; en er moest een slotverklaring komen waarin allen, of de Israëlische minister het leuk vond of niet, zich zouden uitspreken tegen de harde manier waarop Israël de Palestijnse opstand probeert te bezweren. De eerste twee eisen werden ingewilligd. De derde niet. ,,Frankrijk kon er misschien mee instemmen, landen als Nederland, Finland en Duitsland niet'', vat een Europese diplomaat de wekenlange pendeldiplomatie samen.

De andere Arabische landen besloten toch te gaan. Zij hebben het Europese geld hard nodig en willen de politieke steun die zij van sommige Europeanen krijgen niet verspelen. De Palestijnen grepen de conferentie aan om de `laffe Europese neutraliteit' aan de kaak te stellen. Dat Syrië bleef roepen dat het immoreel was om nu met Israël aan tafel te zitten — een oordeel die de Arabische publieke opinie deelt — deed de verhoudingen geen goed. ,,Die arrogante Syriërs denken altijd dat ze ons naar hun hand kunnen zetten'', sprak een verbitterde Arabische minister. ,,Syrië gaat wel naar VN-vergaderingen waar Israëliërs bij zitten!''

De Europeanen deden wat zij konden. Zij boden de Mediterrane landen 5,35 miljard euro voor de komende vijf jaar. De Europese Investerings Bank beloofde nog eens ruim 6 miljard aan leningen. Eurocommissaris Chris Patten (Buitenlands Beleid) gaf toe dat maar 26 procent van het totaalbedrag van de afgelopen vijf jaar (3,5 miljard euro) was uitgegeven. Deels omdat de ontvangende landen geen haast maken met de beloofde economische hervormingen, maar deels ook ,,vanwege de bureaucratie bij de Commissie zelf, waar ik snel een eind aan wil maken''.

De Israëlische waarnemend minister van Buitenlandse Zaken, Shlomo Ben Ami, bleef kalm en beleefd onder de Arabische kritiek. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine, kon het zich niet permitteren om, namens de Unie, het Israëlische optreden te veroordelen. Hij vroeg de vice-gouverneur van de Provence om dat, verholen, in een toespraak wél te doen. De Arabieren wisten van dit opzetje af, en waardeerden het. Intussen werkten diplomaten verwoed aan de slotverklaring.

,,De conferentie was moeilijk. Emotioneel. Hard'', begon Védrine, zichtbaar bewogen gisteravond aan de presentatie van die verklaring. ,,Maar voor ons was het van immens belang dat ze, in deze omstandigheden, toch plaatshad.'' En toen kwam de tekst. Er stond in dat de Unie de oprichting van een Palestijnse staat steunt, ,,zo snel mogelijk, en liefst als resultaat van onderhandelingen''. Maar geen vermanend woord aan het adres van Israël. Védrine legde uit dat zowel het Midden-Oosten als de Europese Unie een ,,mozaïek is, dat op zijn mooist is met verschillend gekleurde stukjes''.

Kortom, iedereen mag zijn eigen mening hebben. Daarmee ging Védrine zo ver als hij kon gaan – en zette hij de deur wagenwijd open voor de drie Arabische ministers die na hem het podium beklommen voor de ware finale: zij maakten korte metten met de verklaring. Het was tekenend dat alle Europese ministers de zaal toen al in allerijl hadden verlaten.

    • Caroline de Gruyter