Hommage aan een hese stem

Geruchten over gelobby, corruptie, chantage – elk najaar lijkt literair Parijs voor een paar weken de westerse normen van beschaving aan zijn laars te lappen om het commerciële gewin van een literaire prijs aan de eigen favoriet ten deel te laten vallen. Uitgevers, juryleden en critici voeren, zo meent men, achter gesloten deuren, beraadslagingen waarbij literaire kwaliteit niet voorop staat. Dit jaar werd er stevig gediscussieerd over een hervorming van het prijzensysteem. De directeur van de kleine uitgeverij Le Serpent des plumes betoogde in Le Monde dat juryleden niet voor het leven zouden moeten worden benoemd, dat ook Franstalige auteurs uit andere werelddelen voor de prijzen in aanmerking zouden moeten komen en, meer in het algemeen, dat de ontwikkeling van een literaire ethiek een groot goed zou zijn. Een jurylid van de Prix Fémina, Claire Gallois, stelde daarop voor om manuscripten, zonder vermelding van de auteur, te laten lezen door juryleden die, gedurende een maand, in quarantaine zouden moeten verblijven. Zo zou er van beïnvloeding geen sprake meer kunnen zijn. Dit najaar bleef het bij praten.

Toch blijkt, nu de belangrijkste prijzen bekend zijn gemaakt, dat de jury's zonder uitzondering hebben gekozen voor literaire kwaliteit. Zelfs het altijd kritische dagblad Libération vroeg zich af `of het soms gewoon zou worden dat de prijzen naar écht goede schrijvers en écht goede boeken gaan'. Dat de belangrijkste prijs, de Goncourt, werd toegekend aan Ingrid Caven van Jean-Jacques Schuhl, noemde diezelfde krant dan ook vergenoegd-ironisch `parfaitement incorrect'.

Voor de hand lag het niet, om de grootste en oudste prijs toe te kennen aan een excentrieke, zestigjarige dandy die nu niet bepaald zijn leven lang aan een literair oeuvre heeft gebouwd: in de jaren zeventig publiceerde Schuhl twee romans die hem bij een klein lezerspubliek de naam van avant-gardist en van een eigentijdse Rimbaud bezorgden, maar sindsdien was er niets meer van hem verschenen. Naar eigen zeggen doodde hij in die vijfentwintig jaar de tijd met het lezen van kranten in New York en met het observeren van sterren, zoals Yves Saint-Laurent, Andy Warhol, Rainer Werner Fassbinder en, natuurlijk, de vrouw met wie hij sinds twaalf jaar samenwoont: de Duitse actrice en zangeres Ingrid Caven.

Hoewel de titel van het boek in eerste instantie doet vermoeden dat het om een levensbeschrijving gaat, is Schuhls boek geen biografie van Ingrid Caven. `In biografiëen wordt de balans opgemaakt', schrijft Schuhls alter ego, de geruïneerde, joodse hugenoot Charles, `daar zit geen beweging meer in'. Het is ook geen roman, al staat dat wel in zwarte letters op de crèmekleurige boekomslag. Het boek is nog het beste te omschrijven als een uiterst zorgvuldig bijeengesprokkelde beeldcollage, waarin Schuhl, in kleur, geur en sfeer uiting geeft aan zijn fascinatie voor sterren uit voorbije tijden: filmsterren, modekoningen, cineasten en zangeressen. Ingrid Caven is een hommage aan de hese stem van Lili Marleen; aan het sigarettenpijpje tussen de armlange, zwarte handschoenen van Bette Davis; aan de rokerige nachtclubs in het naoorlogse Berlijn; aan zwart satijnen avondjurken, met diep decolleté; aan Toulouse-Lautrec, Marlene Dietrich, Pigalle en het Hollywood van de jaren zeventig. Schuhl heeft het allemaal meegemaakt, geobserveerd, de sfeer geproefd of zich op zijn minst ingeleefd – en er intens van genoten. Hij houdt van glamour en glitter, van artistieke poses in het licht van de schijnwerpers, van toegeworpen rozen, van haardracht in een wrong en van make-up die zorgvuldig, over de rimpels heen, is aangebracht. Subtiel en ingehouden beschrijft hij hoe die wereld van de schone schijn schipbreuk lijdt en langzaam verdwijnt: de foto waarvan Bette Davis weet dat het haar laatste zal zijn; de zelfmoord van Fassbinder; de aftakeling van Yves Saint-Laurent.

Natuurlijk is Schuhls boek ook het poëtische portret van Ingrid Caven, die hij als `levend archief, thuis onder handbereik' had. Haar persoonlijke herinneringen lopen als een rode draad door het boek. Enkele scènes komen meermalen terug, met telkens een nieuw detail. Op Kerstavond, in 1943, zingt het vierjarige, talentvolle meisje, in de officiersmess van het garnizoen waar haar vader commandant is, kerstliedjes voor Duitse soldaten en Russische krijgsgevangenen. Ze herinnert zich de sneeuw, de heldere nacht en de slee waarmee ze naar het kamp gleed – een sprookjesachtig landschap. Later blijkt het een beladen herinnering: ook Adolf Hitler bevond zich onder haar toehoorders.

Een andere terugkomende flash-back is Cavens optreden in Pigalle's in Parijs, dertig jaar later. Onderweg naar de bühne, dwalend door het doolhof van trappen en gangen achter de coulissen, raapt ze een stukje van een ketting op. Het leidt tot een heftige herinnering aan een andere ketting: die van de schuifdeur van een treinwagon waarmee ze, na de nederlaag van Duitsland, vanuit het oosten weer naar het westen van Duitsland terugreisde. De joodse reizigers die de heenreis maakten in diezelfde wagon zijn nooit meer naar huis teruggekeerd. Ze werden met vioolmuziek ontvangen, laat Schuhl Caven vertellen, `zodat ze het geschreeuw niet zouden horen. Veel muziek in het leven is er om ons te bedriegen'.

Als motto van zijn boek koos Schuhl voor het beroemde gedicht van Heine: `Ich weiss nicht was soll es bedeuten/ dass ich so traurig bin/ ein Märchen aus uralten Zeiten/ das geht mir nicht aus dem Sinn'. Dat ongrijpbare gevoel van Sehnsucht heeft Schuhl op een unieke, poëtische manier verwoord. De winnaar van de Goncourt kondigde aan zich nu in het mondaine literaire leven van Parijs te zullen storten. Wellicht zal zijn volgende portret van een tijdperk dus weer een kwart eeuw op zich laten wachten. Ingrid Caven maakte intussen een cd met liederen op muziek van Kurt Weil, Arnold Schönberg en John Cage en met teksten van Schuhl. Op 27 november geeft ze een recital in de Folies-Bergères in Parijs. Vervlogen tijden zullen nog eenmaal herleven.

De komende weken zullen ook de winnaars van de Prix Renaudot, de Prix de l'Académie Française, de Prix Fémina en de Prix Médicis op deze pagina besproken worden.