Hoe veilig is ons voedsel?

Kan je nog wel iets in je mond stoppen zonder ziek te worden? De westerse consument heeft gezondheid tot prioriteit nummer één verheven maar wordt telkens opgeschrikt door griezelige zaken. Deskundigen hebben een geruststellende boodschap: voedsel is veiliger daan ooit, maar argwaan, vooral over BSE en infecties, blijft geboden.

Studente J. van der Klip, twintig jaar, tuurt naar een bakje vegetarische salade in het schap bij Albert Heijn. Wat de voedingswaarde is, interesseert haar niet. Of er conserveringsmiddelen in zitten, ook niet. ,,Maar ik let altijd op de houdbaarheidsdatum, want ik wil niet ziek worden.'' Om dezelfde reden koopt ze geen rundvlees meer: ,,Ik vertrouw dat niet, met BSE''. En gelatine laat ze ook staan. ,,Dat komt uit botten — dat vind ik griezelig.''

Bij prijsvechter Dirk van den Broek loopt R. van der Meer (30), die ,,nergens bang voor is''. Als ze vlees eet, dan komt dat gewoon uit de bio-industrie. Ook rundvlees. ,,Ik vind wel dat wij, consumenten, goed moeten worden geïnformeerd over risico's. Bijvoorbeeld via het etiket. Maar we zijn geen experts, dus het is alleen zinvol als we echt volledig worden geïnformeerd. Anders is het al snel de klok en de klepel en dan worden mensen ten onrechte bang.''

Consumenten die het nieuws volgen zouden de indruk kunnen krijgen dat ze geen karbonade, aardbei, biefstuk, ei of kipfilet meer in hun mond kunnen stoppen zonder iets op te lopen. Na de uitbraak van BSE in Engeland zijn de laatste weken steeds meer met BSE besmette koeien ontdekt in Frankrijk. En gisteren is een BSE-koe in Gelderland gevonden, de zevende tot nu toe in Nederland. Mensen die vlees eten van koeien die aan de gekkekoeienziekte (BSE) leden, kunnen de dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jakob krijgen. De Consumentenbond meldde vorige week dat de bespoten groente en fruit in de supermarkt veel meer resten van schadelijke bestrijdingsmiddelen zou bevatten dan is toegestaan. En in de Verenigde Staten zijn de afgelopen twee jaar tien mensen overleden na het gebruik van natuurlijke afslankmiddelen.

Hoe veilig is ons voedsel? Veiliger dan ooit tevoren, zegt prof.dr. J. Hautvast. Hij is directeur van het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS), een wetenschappelijk topinstituut voor onder andere `voedsel en gezondheid', en tevens vice-voorzitter van de Gezondheidsraad. Maar de consumenten stellen hogere eisen en de vele berichten over voeding scheppen verwarring, zegt hij.

Na de oorlog was het zaak om veel voedsel te produceren, zegt Hautvast. Twintig jaar geleden moest er ineens variatie in het aanbod komen. ,,En nu heeft de Westerse consument zijn gezondheid als prioriteit nummer één. Daarom vraagt hij zich af: wat kan voeding doen voor mijn gezondheid.'' En daar beginnen de problemen. Voedselfabrikanten ruiken kansen en prijzen hun artikelen aan met gezondheidsclaims die ze niet altijd kunnen waarmaken. Media krijgen meer aandacht voor het onderwerp en brengen niet altijd genuanceerde berichten naar buiten. Greenpeace probeert via voortdurende reclameacties de indruk te wekken dat genetisch gemanipuleerd voedsel gevaarlijk is. Iemand anders schreeuwt opeens dat conserveermiddelen chemische troep zijn. ,,Zo ontstaat er nogal wat onduidelijkheid'', concludeert Hautvast.

Wat de consument wil weten heeft de Consumentenbond vorig jaar uitgezocht, via een enquête onder 15.000 mensen. De meeste vragen hebben de consumenten over genetische manipulatie (7.200 geënquêteerden), onduidelijke etiketten (5.100 mensen) en (giftige) bestrijdingsmiddelen bij de teelt van groenten en fruit (4.650 geënquêteerden).

Toch maakt Hautvast zich juist ongerust over andere risico's: voedselinfecties en BSE. En van voedselinfecties lijkt niemand wakker te liggen. ,,Het is een serieus probleem'', zegt ook dr. F. Rombouts, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie aan het Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Rombouts was voorzitter van de commissie voedselinfecties die in 1998 werd ingesteld door de Voedingsraad. Uit een in september gepubliceerd rapport van de commissie blijkt dat er in Nederland jaarlijks een kwart tot één miljoen gevallen van buikgriep zijn als gevolg van een voedselinfectie. In 1995 stierven er 36 mensen aan een voedselinfectie, in 1996 waren dat er 9 en in 1997 ging het om 12 sterfgevallen. De werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk hoger, zo vermeldt het rapport, omdat betrouwbare informatie ontbreekt en voedselinfecties niet altijd als doodsoorzaak worden herkend.

De belangrijkste ziektekiemen zijn salmonella en campylobacter, die met name in kippenvlees en eieren voorkomen. Maar ook listeria, dat vooral in rauwmelkse producten zoals veel Franse kaasjes voorkomt, leidt vaak tot problemen. Datzelfde geldt voor de bacterie E.coli type O157, die in filet americain en slecht doorbakken hamburgers kan voorkomen. De economische schade van alleen al de salmonella-infecties wordt geschat op 70 tot 200 miljoen per jaar.

De commissie adviseerde de overheid er beter op toe te zien dat fabrikanten het risico op infecties beperken. Slaagt een fabrikant daar niet in, dan moet dat consequenties hebben. Ook bepleiten ze het inlassen van een extra `decontaminatiestap'. ,,We hebben voorgesteld om weer wat meer aandacht te schenken aan het doorstralen van voedsel, bijvoorbeeld rauw vlees'', zegt Rombouts.

Voedselinfecties zijn niet alleen op rekening van de fabrikant te schrijven, legt Rombouts uit. De consument heeft hierin ook een aanzienlijk aandeel. ,,Soms bakt hij de hamburgers of de kip niet lang genoeg. Het eten van rauwe schelpdieren brengt risico's met zich mee. Voedsel wordt te lang bewaard, of het ligt buiten de koelkast.''

En dan is er BSE. Volgens Hautvast kan de gekkekoeienziekte ,,een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid''. Daarom, zegt hij, moet de overheid er alles aan doen om problemen op dit gebied in de hand te houden.

Houtvast: ,,Criminaliteit kun je nooit uitsluiten.'' Zo onderschepte de Keuringsdienst van Waren vorig jaar nog een partij palmolie uit Indonesië die verontreinigd bleek met dieselolie. Volgens de keuringsdienst was dat opzettelijk gebeurd. Een leverancier verdient al gauw enkele duizenden dollars als hij een deel van de palmolie vervangt door goedkopere dieselolie. ,,Dit soort incidenten blijft zich voordoen'', zegt Hautvast. ,,Boeren bedreigen dierenartsen om hun koeien toch hormooninjecties te geven, iemand verwerkt toch diermeel in het mengvoer terwijl dat verboden is. Je kunt niet naast elke boer en elke voedselverwerker een politieagent neerzetten. Daarom kun je nooit honderd procent veiligheid garanderen.''

Om de criminaliteit toch enigszins de kop in te drukken, vindt Hautvast dat er hogere straffen moeten worden opgelegd. ,,Op een overtreding moet een zeer zware boete staan. Of sluit desnoods de fabriek een aantal jaren. Nu is het te gemakkelijk om overtredingen te begaan.''

En genetisch gemanipuleerd voedsel? Dat zijn de strengst gecontroleerde voedingsmiddelen, zegt Hautvast. En de regelgeving wordt binnenkort nog verder aangescherpt. Van de gewassen die op dit moment worden verwerkt in menselijke voedingsmiddelen, zijn geen schadelijke gezondheidseffecten bekend. Of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn op de lange termijn, is nog niet bekend. Daarvoor zijn de producten nog niet lang genoeg op de markt. ,,We zullen ze goed in de gaten moeten blijven houden'', zegt Hautvast.

Twee issues krijgen volgens Hautvast te veel aandacht: bestrijdingsmiddelen en dioxinekippen. Bestrijdingsmiddelen worden streng gecontroleerd. Voor volwassenen is er volgens hem amper gevaar. Of er voor kinderen een verhoogd risico is voor bepaalde middelen, zoals de Consumentenbond beweert, is nog niet duidelijk. De Gezondheidsraad stelt binnenkort een speciale commissie in die zich over die vraag zal buigen. In de Verenigde Staten is sinds vier jaar de Food Health Protection Act van kracht. Volgens die wet moeten alle ruim 20.000 geregistreerde bestrijdingsmiddelen voor 2002 opnieuw worden getest op een aantal factoren. Daaronder valt bijvoorbeeld de mogelijk hogere gevoeligheid bij baby's en kinderen.

De affaire met de dioxinekippen wekte de indruk dat alle kippen in Nederland vol zouden zitten met dioxinen en pcb's, zegt Hautvast. ,,Terwijl niemand het had over het controlesysteem waarmee de verontreinigde kippen werden onderschept.'' Via dat systeem konden de dieren worden getraceerd via de Belgische handelaar van het gewraakte mengvoer – het was opzettelijk verontreinigd met transformatorolie waarin dioxinen en pcb's zaten – en via drie Nederlandse slachterijen tot in Duitsland en Groot-Brittannië. Een partij kippenvleugeltjes werd zelfs getraceerd tot in China. ,,De controle op veiligheid is de laatste jaren sterk toegenomen'', aldus Hautvast. ,,Logistiek gezien zit het allemaal veel beter in elkaar zodat je een partij bonen, rundvlees, avocado's, sojapulp, maïsmeel beter door de keten kunt volgen.''

In het schap bij Albert Heijn zien de biologische Elstar appels er wat zielig uit. Ze hebben vlekken en putten en zijn kleiner. Maar ze zijn ,,veel lekkerder'', zegt S. Beukers die boodschappen doet. ,,Of ze echt gezonder zijn, betwijfel ik.'' Duurder is biologisch voedsel in elk geval: biologisch gehakt, bijvoorbeeld, is anderhalf keer zo duur als gewoon gehakt.

Hautvast bevestigt dat biologisch geteelde producten – tot stand gekomen zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen – niet gezonder zijn dan de producten uit de conventionele landbouw. ,,Wat betreft vorm, smaak en nutriëntensamenstelling zal het allemaal erg dicht bij elkaar in de buurt liggen. Wetenschappelijk is het denk ik bijna ondoenlijk om een verschil in gezondheidseffect aan te tonen.''

Er zijn ook berichten dat biologisch geteelde producten juist óngezonder zouden zijn. Omdat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, zouden ze juist vatbaarder zijn voor bijvoorbeeld schimmelinfecties. Ook het gebruik van dierlijke mest, waarin veel darmbacteriën van koeien of varkens zitten, zou de kans op besmettingen vergroten. Maar dit soort gegevens is nog niet bekend, omdat de biologische landbouw nog in de kinderschoenen staat.

Rombouts vraagt zich af in hoeverre de consument zelf verantwoordelijkheid moet tonen voor zijn voeding en gezondheid. Veel mensen eten te veel en te vet. Het Voedingscentrum probeert al jaren de consumptie van groente en fruit te stimuleren, omdat het de kans op kanker verlaagt. Maar de consumptie neemt alleen maar af. Twaalf jaar geleden at de Nederlander gemiddeld 141 gram groente per dag. Drie jaar geleden was dat 123 gram. De aanbevolen hoeveelheid is 150 tot 200 gram. En de fruitconsumptie daalde van 125 gram per dag in 1987 tot 105 gram in 1997 (hoewel het drinken van vruchtensap iets toenam). Ook het advies aan vrouwen om aan het begin van de zwangerschap foliumzuurtabletten te slikken (om de kans op het krijgen van een kind met een open ruggetje te verkleinen) wordt slecht opgevolgd. ,,Ik denk dat er méér ziekte ontstaat door een slecht eetpatroon, dan door bijvoorbeeld een overschot aan bestrijdingsmiddelen op groente en fruit.''

In het kader van de Warenwetregeling Hygiëne van Levensmiddelen zijn bedrijven in Nederland verplicht om een systeem op te zetten waarmee ze de veiligheid van het voedsel kunnen garanderen. In 1998 is die regel aangescherpt. Bedrijven moeten sindsdien ook de zwakke plekken in het productieproces opsporen en het risico op fouten (infectie, rondzwervende glassplinters) minimaliseren. Bij de Keuringsdienst van Waren, die bedrijven controleert, werken inmiddels 300 controleurs. Een belangrijk deel daarvan houdt zich alleen bezig met voeding. ,,Tot voor kort testten we alleen het eindproduct'', zegt een persvoorlichter van de Keuringsdienst van Waren. ,,Maar sinds een paar jaar lichten we de hele keten door. De boer, de transporteur, de verwerker, de supermarkt. Zo kunnen we de veiligheid van het voedsel beter garanderen.''

webadressen:

www.voedingscentrum.nl

www.consumentenbond.nl

www.voedsel.net