Het noorden

Joyce Roodnat bespreekt in een column (CS 10 nov) de vraag of meer geïnvesteerd moet worden in de kunst in de drie noordelijke provincies van ons land. Zij vindt van niet, omdat de kunst in het noorden weinig voorstelt. Die beoordeling laat ik voor haar rekening, mij treft vooral de denigrerende toon van haar column. De kop, Het Noord'n, kan niet anders dan stigmatiserend zijn bedoeld. Door de verwijzing naar een dialect worden de bewoners van het noorden neergezet als anders, en zelfs als minder. Vergeten wordt dat ook in het westen dialecten gesproken worden die afwijken van het algemeen Nederlands, en dat in het noorden het algemeen Nederlands perfect beheerst wordt. Verwijzingen naar het Calimero-effect en de Winschoter cinema zijn eveneens kleinerend bedoeld. Roodnat vraagt de kunst in en om Assen, Leeuwarden en Groningen net zo onmisbaar te worden als in en om Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Onmisbaar voor wie, want de noordelijke kunst is voor de mensen in het noorden zeker zo onmisbaar als de westelijke. Hiermee verraadt Roodnat hoezeer haar stukje geschreven is vanuit een eenzijdig randstedelijk perspectief. De column is een zuiver voorbeeld van discriminatie naar regio. Roodnat richt zich tot de lezers in de Randstad, een beperkte groep abonnees, die zich net als zij vrolijk kunnen maken over deze vermeende regionale inferioriteit. Zou de redactie zich misschien wat vaker kunnen realiseren dat de NRC een krant is voor lezers van alle regio's, elk geslacht, en elke etnische achtergrond?