Elvis als wegwijzer

De blues is een melancholiek troostlied voor mensen met geldgebrek, drankproblemen of liefdesverdriet. Er bestaan twee soorten blues: de Nobody loves me and they never will-treurblues en de I was down till I met you-geloof-hoop-en-liefde-blues. Fay Weldons (1931) nieuwste boek Rhode Island Blues doet op zijn beste momenten denken aan de betere feelgood blues. De roman bevat alle ingrediënten van een typische Weldon – scherpe humor, sterke oneliners en een flinke dosis maatschappijkritiek. Maar anders dan we van haar gewend zijn, is Rhode Island Blues wat humor en stijl betreft niet cynisch of hilarisch. Ouder worden is één van de belangrijkste thema's van deze roman en sterfelijkheidsbesef maakt Weldon bij vlagen droefkomisch en melancholiek. Dat is een verademing, een verrassing en een grote winst.

Rhode Island Blues gaat over de relatie tussen de 83-jarige Felicity en haar kleindochter Sophia (34). In de liefde hebben beide vrouwen hun porties narigheid achter de rug. Felicity werd op haar vijftiende verkracht. Het meisje dat uit de zwangerschap werd geboren, stond ze af. Sophia, op de flaptekst getypeerd als een `New Woman', heeft een relatie met een getrouwde man en voelt zich bij vlagen eenzaam. `Casual sex is all very well, but who do you spend Christmas with?' Ze huurt een detective in om de verloren tante op te speuren in de hoop zo familieleden te vinden met wie ze kerst kan vieren. Felicity is intussen een nieuw leven begonnen in bejaardentehuis The Golden Bowl, waar slimme en rijke mensen hun dagen slijten. Weldons favoriete stijlfiguur is de retorische ritmische obsessieve herhaling van een slogan, en in deze roman is het: `What do Golden Bowlers do? We live life to the full!' Het is een kritische verwijzing naar de wijze waarop oude mensen hun leven proberen zin te geven. Felicity bijvoorbeeld gelooft in de I Ching, het door new-agers omarmde boek van Chinese wijsheden, waarin getallen haar vertellen welke beslissingen ze moet nemen in de liefde. Felicity is namelijk verliefd geworden op een `jong ding', de 72-jarige William Johnson. Haar omgeving twijfelt of er wel sprake is van echte liefde. William was tweemaal eerder getrouwd en beide vrouwen gingen dood.

Behalve een spannend verhaal (`is William een seriële bigamist of een seriemoordenaar?'), biedt Rhode Island Blues ook reflectie op tal van maatschappelijke thema's, onder andere adoptie, gokverslaving, eenzaamheid, ouderenopvang, leeftijdsdiscriminatie en New Age. De roman is daardoor erg vol en zou een hoofdpijnjazz zijn geworden, ware het niet dat Weldon voldoende psychologische diepgang geeft aan wat anders stereotiepe personages zouden zijn. Prachtig beschreven is bijvoorbeeld het voorzichtige begin van een liefdesrelatie tussen twee oudere mensen. Felicity voelt zich weer onzeker als een tienermeisje, maar ze heeft nu het lichaam van een oude vrouw. Heeft het nog zin om mooi ondergoed aan te doen? `It's easy on the telephone. It's in the flesh the trouble starts.'

William neemt een opgedofte en zenuwachtige Felicity mee voor een ritje in zijn auto en samen gaan ze naar het casino. Hoewel William een gokverslaafde blijkt te zijn, blijft Felicity in hem geloven. Ook andere oude mensen worden door Weldon met melancholieke humor getypeerd. Jack, een van Felicity's vrienden, heeft `When I'm Sixty-Four' als jingle op zijn antwoordapparaat. Iedere keer als hij het hoort moet hij zuchten. Toen hij jong was, leek 64 oneindig ver weg. Nu hij tachtig is, lijkt 64 onmogelijk jong.

Zowel Felicity als Sophia zoekt houvast in de populaire cultuur. Felicity put steun uit de liedjes van Elvis Presley - `he'd put his finger on the truth'. Sophia werkt bij een filmmaatschappij en begrijpt het leven en de mensen om haar heen in termen van films en filmpersonages. Ze verzucht: `There is always cinema. To take us out of ourselves'. Sophia maakt in de roman diverse opmerkingen over het redigeren van films en vergelijkt zichzelf met de romanschijver – bijvoorbeeld bij het kiezen van het juiste slot. `A conventional happy ending became one rather less conventional but more convincing.'

Dergelijke uitspraken doen vermoeden dat Weldon een snufje postmodern vertellersbesef wil toevoegen en een soort metacommentaar op het slot van haar eigen roman zou willen geven, dat voor haar doen buitengewoon conventioneel is. Maar het blijft bij speelse verwijzingen. Liedjes en films zorgen ervoor dat de personages in Rhode Island Blues moed blijven houden in zware tijden. Rhode Island Blues is een troostroman met een optimistische boodschap: blijf volhouden, want ook als je 83 bent kan je de Grote Liefde nog tegenkomen.

Rhode Island Blues roept een van de beste tranentrekkers onder de films in herinnering, Terms of Endearment. Hartverscheurend mooi in die film is de ontluikende liefde tussen een preutse vrouw van middelbare leeftijd, gespeeld door Shirley MacLaine, en haar ruige buurman in midlifecrisis, vertolkt door Jack Nicholson. Rhode Island Blues verdient een verfilming van hetzelfde kaliber met in de hoofdrollen de huidige Shirley MacLaine en Jack Nicholson. De soundtrack moet nummers van Elvis Presley en de Beatles bevatten, en natuurlijk de blues, ja, vooral veel feelgood blues.

Fay Weldon: Rhode Island Blues. Flamingo, 326 blz. ƒ49,95