De ramp en de gevolgen voor het imago

De doden van de skiramp in Kaprun zijn geborgen. De wintersportplaats rouwt, maar vraagt zich ook af wat het effect zal zijn op de belangrijkste bron van inkomsten, het toerisme.

,,Het liep ons koud over de rug. Wij weten wat Kaprun te wachten staat'', zegt Heinz Waltzer. Hij is ambtenaar in het ruim 700 inwoners tellende Oostenrijkse dorpje Galtür vlakbij de grens met Zwitserland. In februari 1999 werd dit Tiroolse skioord getroffen door lawines waarbij 38 mensen om het leven kwamen.

Het dorp is omringd door steile bergen met hoogtes van gemiddeld 2700 meter. De bergtoppen zijn nu niet te zien; Galtür is gehuld in een grijze nevel. Het sneeuwt en Waltzer laat, diep weggedoken in zijn parka, de maatregelen zien die het dorp heeft genomen om lawines op een afstand te houden. Vernielde huizen, hotels en pensions in de zogenoemde rode zone zijn afgebroken; binnen de groene zone zijn ze weer opgebouwd. De nieuwe muren zijn extra dik, tot tachtig centimeter, en de ramen aan de bergzijde extra klein zodat de kans dat de sneeuw naar binnenkomt kleiner wordt. Grote aarden wallen versterkt met stenen moeten als buffers de lawines opvangen. En het Tiroolse dorp heeft de meeste weerstations per vierkante kilometer ter wereld. ,,Iedere sneeuwvlok wordt geregistreerd'', zegt Waltzer quasi serieus. De investeringen bedroegen zo'n 8,8 miljoen gulden, vertelt de ambtenaar terwijl hij zijn parka uitschudt en het gemeentehuis weer binnenstapt. Niets laat Galtür aan het toeval over, zelfs op het gemeentehuis is een bord met `Achtung Dachlawine' geschroefd. Waltzer lacht en wijst naar boven. ,,Het dak is nogal steil en in de winter wil er eens wat afschuiven.''

Voorlopig hebben de maatregelen nog niet geholpen. De skiërs mijden Galtür. ,,In het winterseizoen 1999/2000 waren er 150.000 toeristen minder dan in het seizoen 1997/1998; dat is eenderde minder'', zegt Waltzer. ,,We hebben het imago van een lawinegevaarlijk dorp gekregen.'' Volgens hem is dat niet terecht, de voorlaatste grote lawine dateert uit 1689 waarbij tweehonderdvijftig mensen omkwamen. ,,Maar wanneer je goede imago naar de knoppen is dan kost het jaren en jaren om dat weer op te bouwen.''

Om toeristen te lokken zou Galtür de tarieven van skiliften, hotels en pensions kunnen verlagen. Een economische wet leert dat je de prijs kunt verlagen om de vraag te vergroten. ,,Het is niet wenselijk om met de omliggende dorpen en gebieden een prijzenslag uit te vechten'', zegt . Gerhard Weiter van de plaatselijke VVV. ,,Zo gaan we hier niet met elkaar om.''

Met een zorgvuldige geregistreerde pr-campagne probeert Galtür zich nu te profileren als een `eigenzinnig dorp'. De vlakbij gelegen Jamtalgletsjer wordt niet geëxploiteerd voor het massatoerisme ,,want zolang wij leven, blijven de bergen voor de mensen behouden zoals ze zijn'', aldus de folder `Galtür; het eigenzinnigste vakantiedorp in Oostenrijk'.

Kabelbanen ,,en dat soort zaken'', zo meldt de folder verder, ,,staan de echte natuurbelevenis in de weg.'' Wie naar de top wil, moet dat op eigen benen doen met behulp van berggidsen. ,,Die brengen u misschien niet helemaal zo snel naar de top van de berg als een kabelbaan, maar wel net zo veilig.''

In de statistieken van het Oostenrijkse bureau voor toerisme is de lawineramp van februari 1999 trouwens niet terug te vinden. Het aantal buitenlandse bezoekers steeg met drie procent ten opzichte van het seizoen 1997/1998 en dat past volledig in de trend. Het merendeel, 52 procent, van de Nederlandse wintersporters gaat trouwens naar Oostenrijk. Het toerisme is een belangrijke bron van inkomsten en draagt voor ongeveer zeven procent bij aan het bruto nationaal produkt.

Veel dorpen in Oostenrijk zijn daardoor van arme boerengehuchten verworden tot mondaine skioorden. Zo ook Kaprun. Het dorp in de deelstaat Salzburg is het beroemdste zomerskigebied van Europa. Zo'n 600.000 mensen skiën jaarlijks op de gletsjer van de Kitzsteinhorn, onder wie ongeveer 12.000 Nederlanders.

,,Het Galtür-effect zou rampzalig zijn voor onze regio'', zegt de burgemeester van Kaprun, Norbert Karlsböck. Maar hij verwacht niet dat het aantal toeristen met eenderde zal verminderen. ,,In Galtür werd een compleet dorp getroffen, in Kaprun gaat het om één tunnel.'' Geschrokken door zijn eigen woorden, haast hij te zeggen: ,,Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er is gebeurd.'' En: ,,Kaprun heeft voor altijd een litteken.'' Maar vanaf morgen kan er weer worden geskied op de Kitzsteinhorn. Ook VVV-directeur Hans Wallner is niet somber over de economische gevolgen van de ramp. ,,De hotels staan op dit moment leeg, maar we zitten nog in het voorseizoen. Er zullen altijd mensen zijn die de Kitzsteinhorn nu zullen mijden, maar ik verwacht dat hun aantal gering zal zijn.''

De zaterdag uitgebrande skimetro en de gondelliften brachten per uur 3.000 mensen op een hoogte van 2.500 meter. Door het uitvallen van de skimetro daalt de capaciteit naar 1760. ,,De wachttijden worden langer'', verzucht een skiër uit München. ,,Je gaat nu geen pret maken op een plaats waar zoveel mensen de dood vonden.'' Maar hij komt met kerst weer terug. ,,De `Kitz' werkt als een magneet. Het zijn de mooiste skipistes die ik ken en de liften zijn veilig. Ik meed de tunnel altijd al. Te eng.''

De opvatting van de Duitser zou naadloos passen in de pr-campagne waarvoor burgemeester Karslböck en VVV-directeur Wallner afgelopen woensdag naar Salzburg reisden. Ze hadden spoedberaad met hun collega's uit de regio onder leiding van de Oostenrijkse staatssecretaris voor Toerisme, Mares Rossman. Volgens de uitnodiging van Rossman was het doel van de bijeenkomst ,,het zeker stellen van het imago dat Oostenrijk een veilig land is voor het uitoefenen van de wintersport''. De reclamecampagnes worden daar nu nog meer op afgestemd. Het imago is ook belangrijk voor het volgende ,,grote project'' van VVV-directeur Wallner: de organisatie van de wereldkampioenschappen mountainbike in 2002. De komende weken staan de afrondende besprekingen met potentiële sponsors op het programma. Wallner moet ze van één ding overtuigen: Kaprun is veilig.