De Postzegelman

Hij had zoveel bizarre verhalen gehoord in het café, zoveel rare types leren kennen en zoveel meegemaakt, vroeger in zijn provotijd en later in zijn drukkerij, dat hij er een boek van heeft gemaakt – hilarisch boek. Amsterdamser kom je ze niet tegen.

Nu zijn drukkerij 25 jaar bestaat, heeft hij het rondgestuurd aan vrienden en relaties, de eerste roman van Danny Schoen, aangenaam verzorgd door de bibliofiele uitgeverij De Buitenkant.

Daarin mogen we kennismaken met Bolle Tinus, die naast zijn uitkering voor een aanvullend inkomen had gezorgd. Hij had er alleen maar wat lijm, een beetje vloeipapier en een scherp mesje voor nodig. Kijk, actiegroepen hebben heel wat agitprop te versturen maar rijk zijn ze niet. Daarom verkocht Tinus ze postzegels voor half geld. Zelf haalde hij ze op bij het geschenkencentrum van Douwe Egberts waar mensen punten van de koffiepakjes naar toe stuurden: telkens een zak vol gebruikte postzegels die altijd slordig waren gestempeld, sommige alleen van boven, andere van onderen. Tinus hoefde dus alleen maar de ongestempelde delen aan elkaar te plakken met een vloeipapiertje. Kassa voor beide partijen.

Sjaak verkocht boekenbonnen voor de halve prijs. Zelf las hij nooit maar hij kreeg ze bij de vleet uit Hilversum, waar hij op afspraak meewerkte aan al die kletsprogramma's op de radio. Luisteraars moesten dan bellen, maar er belde nooit een hond. Sjakie zat nooit om een mening verlegen, ongeacht het onderwerp. Dus die programmamakers waren blij met hem en beloonden hem met een boekenbon van vijftig gulden.

,,Ja, die bestond echt'', lacht Danny Schoen. ,,Sjaak was een ouwe communist, het hoogste woord in het café. Op de pont van Amsterdam-Noord stond hij 's morgens vroeg altijd klaar voor die man van de VARA. Kreeg hij een boekenbon voor.''

En Tinus?

,,Die heb ik ook niet helemaal verzonnen. Bij het Komitee Zuidelijk Afrika heb ik zo'n man eens zien binnenkomen met een blik vol postzegels op vloeipapier.''

Voor dat Komitee maakte Danny vroeger drukwerk in zijn provotijd. Toen Rob Stolk, Loet van Nimwegen en hij het provo-archief hadden verkocht aan de UB, kocht Danny voor 2,5 duizend gulden een oude Zwitserse pers, een Color Metall, en zette die in het schuurtje achter de smederij van zijn vader. Mebo heette die smidse, van Metaalbouw, dus het schuurtje werd Mebo Print. Net als de drukkerij van Rob Stolk is Mebo Print een florerende zaak geworden met tegenwoordig een riant onderkomen in een voormalig Japans restaurant aan het Entrepotdok. ,,Die zaten tussen de sushi coke te snuiven'', grinnikt Schoen. ,,Toen zijn ze failliet gegaan.''

Amsterdamse avonturen lijken hem aan te kleven. In zijn boek De Postzegelman krijgen we onder meer te maken met een stel goudeerlijke oplichters, verdraagzame politiemensen met in het oog springende libido's en wat schilderachtige randfiguren.

Tinus wordt vermoord, net nu hij zo'n lucratieve deal had gesloten met een kroeggenoot, kapitein van een rondvaartboot. De aard van die deal vergt hier wel wat descriptieve discretie. Als Tinus 'm had zitten, toonde hij in ruil voor vrije consumpties zijn schrikbarend omvangrijke lid. Dat bracht de kapitein op een idee. Hij wist dat Tinus op een woonboot huisde, hoek Brouwersgracht/Prinsengracht. Hij stelde voor om, als hij daar 's avonds langsvoer met de candlelight-tour, net te doen of hij die bocht niet in één keer kon nemen en dan even vlak langs Tinus' raam te schuiven. ,,Kun jij dan niet toevallig net naakt voor het raam de krant staan lezen?'', vroeg hij hem. ,,Want er zitten 's avonds allemaal Japanse vrouwtjes in de boot en dat kan schelen in de fooi. Vrij drinken voor jou, waar ik je ook tegen kom.''

Twee avonden was het een gouden greep, maar toen was Tinus opeens wijlen. De lesbische agente moest even de frisse lucht in toen ze het lijk inspecteerde, maar de politiefotograaf had beet: hij wist dat zulke foto's op het hoofdbureau maandenlang goed waren voor gratis bakken koffie en gevulde koeken.

Zo'n boek dus.

Ook uit het ware leven gegrepen, die enorme...eh...?

,,Ja'', schatert Danny Schoen, ,,alleen was het in werkelijkheid een zak. Een timmerman en voor een paar pilzen liet hij 'm zien: zoiets.'' Zijn handen omvatten een denkbeeldige watermeloen.

In een half jaar heeft hij met benijdenswaardige fantasie alle caféverhalen en herinneringen ineengevlochten tot een bron voor een paar vrolijke dagen. Goed verteld ook, nadat een bevriende neerlandica de komma's en punten op de goede plaatsen had gezet.

Ingenieus is de kunst met de valse staatsloten. Een drukker vervalst loten met een winnend nummer en verkoopt die voor bedragen boven de nominale waarde van een ton aan lui die van zwart geld af moeten. Die hebben voor het witwassen immers wel wat over. Ze worden alleen zelf ook geflest: lees hoe.

Kent hij toevallig zo'n drukker?

,,Nou, vroeger hebben we wel eens postwissels nagemaakt, in de provotijd. Het bleek heel eenvoudig. Maar één jongen schrok zich kapot toen hij op het postkantoor zomaar duizend gulden kreeg uitbetaald. Hij rende weg en liet alles liggen: vals paspoort, rijbewijs – alles. Toen was het over. Heb ik nog vijftien maanden voor moeten zitten. Nou ja, het is verjaard, zullen we maar zeggen.''

Hij lacht, zoals hij om alles in zijn leven moet lachen. En niet zonder reden: hij heeft net zijn zaak verkocht voor een paar miljoen. ,,We zijn allemaal miljonair geworden: Rob Stolk, Loet van Nimwegen en ik, allemaal ouwe provo's.'' Zijn grote kop vol grijs haar schudt van het lachen.

Ook goed voor een lachbui: op het omslag van De Postzegelman heeft de uitgever een Beatrix-postzegel afgebeeld. ,,Nou heeft die mafkees voor de handelseditie aan de PTT gevraagd of dat eigenlijk wel mocht. Zeggen ze nee natuurlijk. Heeft hij er een sticker overheen geplakt met daarop in heel kleine lettertjes `Deze sticker mag niet verwijderd worden'. Dus dat is het eerste wat iedereen doet!''