`De Amerikaanse oorlog is iets van school'

Terwijl zijn dagen als president bijna geteld zijn, legt Clinton nog een historisch bezoek af. Voor het eerst sinds 1969 bezoekt een Amerikaanse president Vietnam. Gaat hij Vietnam excuses maken? ,,Ik denk het niet.''

Ze staan er elke dag in de brandende zon of in de stromende regen: de rij Vietnamezen die naar Amerika willen. Bij het Amerikaanse consulaat aan de Le Duan boulevard in het vroegere Saigon stond enige tijd geleden ook de beeldschone Truong Thi Lin te wachten op een visum. Met haar spierwitte traditionele jurk was ze het stralende middelpunt van de rij. ,,Ik ga naar Amerika'', zei ze een paar keer opgetogen.

Haar ouders arriveerden daar jaren geleden als bootvluchteling, maar Lin probeerde de legale weg. Ze is, zoals de helft van de Vietnamezen, jonger dan 25 jaar en dus van ná de `Amerikaanse oorlog' zoals ze het conflict van eind jaren zestig, begin jaren zeventig noemt. Het deed haar weinig dat ze stond op de plek van de vroegere Amerikaanse ambassade, inmiddels gesloopt, waar vandaan op 30 april 1975 de laatste Amerikanen halsoverkop vluchtten in helikopters die van het dak opstegen. ,,De oorlog is iets van school'', zei Lin.

De wonden lijken goeddeels geheeld en de Amerikaanse president Clinton komt, zo lijkt het, op het goede moment met zijn historische bezoek dat gisteravond begon. Voor het eerst sinds 1969 - het hoogtepunt van de oorlog - bezoekt een Amerikaanse president Vietnam. De man die als student de dienstplicht ontdook en demonstraties tegen de Vietnam-oorlog organiseerde, is meer dan welkom. De demonstraties in 1968 en 1969 vormden het begin van Clintons politieke carrière, het bezoek aan Vietnam ruim dertig jaar later het einde. In de tussenliggende periode ,,ben ik gegroeid'', zei de president voorafgaand aan het bezoek.

Clinton gaf een ondubbelzinnig antwoord op de vraag of Amerika Vietnam excuses moet maken voor een oorlog die aan drie miljoen Vietnamezen het leven kostte en indirect (en nu nog) honderdduizenden slachtoffers maakte door de naweeën van het gebruik van Agent Orange, een extreem giftig ontbladeringsmiddel waarmee de Amerikanen grote delen van Vietnam veranderden in een maanlandschap: ,,Ik denk het niet.''

Vietnamezen die die oorlog niet meer bewust hebben meegemaakt, zitten niet te wachten op excuses. Zij zijn veruit in de meerderheid. Ze hebben meer op met het rood van Coca-Cola dan het identieke rood van de duizenden Vietnamese banieren die samen met gele hamers, sikkels en sterren aan elke lantaarnpaal hangen. Voor hen is, net als voor Lin die op haar visum stond te wachten, Amerika het land van de toekomst, waar alles mag en kan.

De communistische machthebbers kijken liever naar het glorieuze verleden. Tot afgrijzen van hulporganisaties als de Aziatische Ontwikkelingsbank heeft de Vietnamese regering het plan opgevat om hét symbool van Vietnamese onverzettelijkheid nieuw leven in te blazen. Het Ho Chi Minh-pad, waarlangs, ondanks permanente bombardementen van de Amerikanen, het Noorden de Vietcong in het zuiden bevoorraadde, wordt omgebouwd tot een zesbaans snelweg. Een onbegrijpelijke verspilling van geld en menskracht, zeggen ontwikkelingswerkers. De enige weg van noord naar zuid, Highway One, is grotendeels een uit de kluiten gewassen geitenpad dat schreeuwt om renovatie. Bovendien moet er zeer dringend in gezondheidszorg en onderwijs worden geïnvesteerd om Vietnam niet achterop te laten raken. Maar de regering wil met het revitaliseren van het Ho Chi Minh-pad de Vietnamezen weer trots maken.

Clintons bezoek aan dit tegelijk om- en vooruitkijkende Vietnam is ook een mengsel van verleden en toekomst. Het terugkijken is een bezoek aan een rijstveld buiten de Vietnamese hoofdstad Hanoi waar Amerikanen zoeken naar de stoffelijke resten van piloot Lawrence Evert uit Wyoming die er op 8 november 1967 neerstortte. Evert is een `MAI', een nooit teruggekeerde soldaat, Missing In Action. De bezichtiging van het rijstveld moet de aandacht vestigen op de zoektocht naar nog eens 1.991 MAI's.

Ook Agent Orange komt aan de orde in gesprekken achter gesloten deuren. Het gebruik van het gif veroorzaakt volgens Vietnam tot op de dag van vandaag geboorteafwijkingen. Amerika is niet overtuigd van het verband, maar Vietnam eist compensatie, ook voor de directe, nog levende slachtoffers van Agent Orange.

De rest van Clintons programma is op (economisch) vooruitkijken gericht met veel aandacht voor verbetering van de handelsrelatie tussen beide landen. Het gaat waarschijnlijk ten koste van de aandacht voor de mensenrechtensituatie in Vietnam die volgens Clinton ,,niet eens in de buurt komt van wat wat wij willen''.

Het Amerikaanse Congres moet nog een verdrag ratificeren waarmee handelsbelemmeringen worden weggenomen. Indien Amerikaanse bedrijven zich op grond van dat verdrag gaan vestigen in Vietnam, zullen de in Vietnam teleurgestelde en vertrokken Europese multinationals terugkeren, zo is de verwachting. Als dat Vietnam een van de krachtigste economieën in de regio maakt, is de `Amerikaanse oorlog' vermoedelijk snel vergeten.