CASTAGNACCIO

Van het meel van tamme kastanjes bakt men in Toscane castagnaccio, een voedzame koek die 's avonds tot besluit van de maaltijd wordt gegeten; de restanten worden 's morgens bij wijze van ontbijt genuttigd of meegenomen in de binnenzak voor onderweg. Hoewel castagnaccio een piatto povero van de montanari en campagnardi uit de Pistoiese heuvels was, is dit armeluis-eten van bergbewoners en boeren uit de heuvels rond Pistoia inmiddels een Toscaanse specialiteit. Bij mijn achternicht in Florence kreeg ik ooit castagnaccio en was op slag verliefd op deze compacte kastanjekoek, die gegarneerd wordt met pijnboompitten en verse rozemarijn. Na ieder Italiaans uitstapje gingen er zakken met kastanjemeel mee naar Nederland. Nu hoeft dat niet meer want een groothandel in Rotterdam houdt 's winters kastanjemeel op voorraad. Delicatessenwinkels kunnen het daar voor u bestellen (010-455.1341). Wie eenmaal de sobere en iets bittere castagnaccio heeft geproefd, raakt eraan verslingerd of vindt er niets aan. Een tussenweg is er niet. Bereiding: Week de rozijnen 15 minuten in warm water. Vermeng het kastanjemeel met zout, rietsuiker en vanillesuiker. Klop er met een garde 3 1/2-4 dl water door tot een beslag is verkregen met de consistentie van dun pannenkoekenbeslag. Klop er rozijnen, walnoten, 3 eetlepels olijfolie en de helft van de rozemarijnnaaldjes door. Giet 3 eetlepels olijfolie in een ronde ovenschaal (doorsnede 20 cm) en laat de olie even langs de rand `rondlopen'. Giet het beslag in de schaal en bestrooi het oppervlak met de resterende rozemarijn en pijnboompitten. Sprenkel nog 1/2 eetlepel olie over het oppervlak. Geen zorgen om al die olie. Bak de castagnaccio 35-40 minuten in een voorverwarmde oven (200° C) tot het oppervlak evenveel barsten vertoont als de rode Toscaanse aarde op een zomerse dag. Laat de castagnaccio afkoelen alvorens te serveren.