Burgermannetje

Eindelijk zag Geert Dales, wethouder van Financiën in Amsterdam, zijn kans schoon. In de Rietveld Academie werd afgelopen vrijdag de tweejaarlijkse Jan Bart Klasterprijs voor de Kunstkritiek uitgereikt (10.000 gulden). De gelijknamige Stichting wil de discussie over de kwaliteit van de Nederlandstalige kunstkritiek op het gebied van beeldende kunst, bouwkunst en vormgeving bevorderen.

Zo'n bijeenkomst met vrienden en collega's van de genomineerden – en de nodige kunstinstituutdirecteuren die later `vergaten' winnaar Camiel van Winkel te feliciteren –, bood Dales ten langen leste de gelegenheid om zonder onderscheid des persoons al die `tweedehands scheppers' van `ordinaire stukken in de krant' en tijdschriften – onder het motto `recensenten recenseren wat zij zelf niet presteren' – ervan langs te geven. Al jaren ergert hij zich aan de `taal van een geheim genootschap', aan `hun onvermogen orde en klaarheid te scheppen' en aan het `navelstaarderige karakter van de beeldende kunstwereld'. Die critici zijn zielige mensen, die in afwachting van een échte baan genoegen moeten nemen met een slechte honorering, die `hun tijd verdoen met introspectieve bijeenkomsten vol zelfbeklag' en die zichzelf ook nog wijsmaken `kunstenaar te zijn'. Bij debatten over de kwaliteit van de kritiek `vinden ze het blijkbaar heerlijk om te zwelgen in het eigen verdriet', aldus Dales, oud-directeur van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

De wethouder staat niet alleen. O nee, `er wordt heel veel over de kritiek geklaagd'. En in plaats van concrete voorbeelden te citeren, ging hij monter staan achter de brede rug van Gerrit Komrij, Arthur Schnitzler, Anatole France en een aantal eigentijdse academici, die zich eerder over de twijfel (gelukkig maar) bij het beoordelen van eigentijdse kunst, over de theoretisering van de kunstkritiek en over de matige inkomens (alweer) van de scribenten uitlieten.

Een aantal mensen liep de zaal uit. Anderen lieten hem begaan en applaudisseerden hartelijk toen Van Winkel hem in zijn dankwoord onder de `bekrompen burgermannetjes' rekende. Men was namelijk niet voor Dales gekomen, maar voor de inhoudelijke argumentatie van de jury, die, naar later bleek, kristalhelder uiteen kon zetten waarom Willem Jan Neutelings (Archis), Domeniek Ruyters (Metropolis M), Camiel van Winkel (boek Moderne Leegte) en Janneke Wesseling (NRC Handelsblad) waren genomineerd.

De jury schreef ook dat `inhoudelijke kunstkritiek de vrucht is van een langdurige verhouding met de kunst en van de hardnekkige ambitie om daarvan op visionaire wijze verslag te doen. En van de wil om hardvochtig te leven, in bewust intellectueel isolement (..)', waarvoor men `altijd matig gehonoreerd' wordt. Maar met de zoete voldoening bij te dragen aan een `uniek ideeën-verkeer'.

Jammer, dat dergelijk taalgebruik Dales vreemd is. En jammer ook, dat hij ondanks zijn allesbehalve matige salaris geen enkel idee wist aan te dragen. Geef hem maar de platitudes en de generalisaties waar de kunstcriticus zich verre van houdt, maar die de politicus zich wèl kan permitteren.