Toegankelijke onderwereld

De onderwereld bestaat en ik ben er geweest. De weg er naartoe is iedere sterveling aan te raden, want hij loopt door een wereld vol wonderen.

Ten westen van Napels, ingeklemd door oude vulkanen, ligt de Golf van Pozzuoli. Aan de westelijke rand van de baai, zelf het overblijfsel van een caldera, ligt Baia, eertijds kuuroord van Romeinen. Wie daar de heuvel oploopt ziet aan de horizon de Vesuvius. Overal in het landschap liggen heuvels verspreid in halve, concentrische cirkels, resten van kratermonden en getuigen van een uitzonderlijk vulkanische activiteit. Zo rees er, in de zestiende eeuw – geologisch gesproken nog geen minuut geleden – aan de kust bij Pozzuoli in een paar dagen een honderdveertig meter hoge heuvel op, de Monte Nuovo.

In een van de bastions van het Castello di Baia, op een bruine rots boven zee, zijn archeologische vondsten uit de omgeving tentoongesteld. Centraal staat een beeldengroep afkomstig uit een Romeinse eetzaal. Het fraaist is een scène uit Homerus' Odyssee. Odysseus en zijn roerganger Baias – naar wie inderdaad het kuuroord is vernoemd - voeren de cycloop Polyfemus dronken. De herculisch gespierde kameraad van Odysseus heeft een wijnzak op zijn knie liggen, en houdt die vast met een hand waarvan de duim buitengewoon levensecht een kuiltje in de zak drukt. De kop van de held is door de zee aangetast, de romp is praktisch ongeschonden. Kop en romp vertellen het geologische verhaal van Pozzouli.

Naar verluidt gaan op deze plek, en uniek op aarde, aard- en zeebodem als een wip op en neer. Soms daalt de bodem zodat gebieden aan zee onderlopen, soms stijgt het land en trekt de zee zich terug. Tussen 1982 en 1984 is de kust bij Pozzuoli op sommige plekken twee meter hoger komen te liggen. In het haventje zijn de veranderingen in land- en zeeniveau duidelijk te zien. Boven de nieuwe kade ligt de oude. De bolders waaraan de boten tot voor kort afmeerden staan ruim twee meter boven de zeespiegel. Ooit moet de eetzaal van de villa waarin Odysseus en zijn vriend de eenogige reus dronken voerden, zijn gedaald. Odysseus' kompaan zakte tot zijn hals in de modder; schelpen, krabbetjes en wieren namen bezit van zijn hoofd.

De eerste sporen van de hel vinden we achter Pozzuoli, een paar kilometer landinwaarts. Daar ligt de Solfatara, een oude kraterbodem waaruit nog steeds gloeiend hete wolken opstijgen. De stenen zijn geel van de zwavel en de geur van rotte eieren achtervolgt de wandelaar. Dit gebied heet de `Campi Flegrei', naar het Griekse phlego, branden. Wie een voorproefje wil nemen van het Vagevuur, er staan nog twee stenen `zweethokjes' uit oude tijden. Hun naam, `grotta della cane', herinnert aan de praktijk van streekbewoners uit vroeger eeuwen, die om reizigers te vermaken honden naar binnen wierpen. De dieren raakten bewusteloos door het hete, giftige gas. Werden ze echter op tijd weer naar buiten getrokken, dan kwamen ze weer bij. Men schijnt het te hebben gepresenteerd als een wonder van dood en leven.

Ten noorden van Baia ligt, verscholen achter een heuvel, een donker kratermeer: Lago Averno. In de Oudheid werd aan dit meer de ingang tot de Hades toegedacht. De onderwereld blijkt toegankelijk. Een smal paadje kronkelt door laag struikgewas naar de voet van de heuvel, waar een poortje een donkere gang afsluit. Voorgegaan door een gids met een olielampje, betreed ik deze door mensenhanden gemaakte grot, die kaarsrecht zo'n honderd meter de heuvel in verdwijnt, om in een ruime kamer te eindigen.

Halverwege gaat een smal en laag gangetje naar beneden. Ook dat gangetje loopt dood en wel op een onderaards stroompje met verrassend helder water. Dat water blijkt een onderaards riviertje, dat door gaten en kieren ook in de grote achterste kamer terechtkomt. Daar vormt het een vrij diepe poel. De Romeinse dichter Vergilius zou hier zijn geweest en zijn inspiratie hebben opgedaan voor de Hades en de rivier die het dodenrijk scheidde van de wereld der levenden, de Styx.

De gids gebaart naar een smalle plank, waarover ik deels lopend, deels kruipend, achter in de ruimte kan komen. Op de muren zijn nog vaag mozaïeken te onderscheiden. Het water in de ruimte stroomt langzaam, maar onmiskenbaar, en verdwijnt door een laag gat in de muur.

Vergilius liet de hoofdpersoon van zijn grootste werk, het epos Aeneïs (boek VI, vers 384 vv.), verder gaan waar de moderne bezoeker moet stoppen. Hij beschrijft hoe Aeneas dieper in de Hades een vurige rivier langs de muren van de stad der verdoemden zag kolken. Die door hoge muren omringde stad mocht de held niet bezoeken, maar hij hoorde gekerm, zweepslagen, gerammel van kettingen. Verderop lag het Elysium, waar de gelukzaligen zich voor eeuwig konden vermaken met worstelwedstrijden, zang en dans. Vergilius beschrijft de onderwereld zo fantasierijk en gedetailleerd dat Dante hem eeuwen later in zijn Divina Comedia zou vragen hem door het Inferno te gidsen. Voor de gewone sterveling is een reis naar Napels voldoende.

Pozzuoli en Baia zijn per trein bereikbaar vanuit Napels (vanaf het Stazione Cumana).

De Solfatara is dagelijks geopend 8u30 tot een uur voor zonsondergang. Het archeologisch museum in het Castello di Baia is open di t/m zo 09u tot een uur voor zonsondergang.

De thermen van Baia zijn dagelijks open op dezelfde tijden.

    • Siward Tacoma