`Te veel slingerbewegingen'

De communicatie tussen overheid en vervoerders bij aanbestedingen zou verbeterd moeten worden, vindt organisatiedeskundige Wijnand Veeneman. In zijn proefschrift vergelijkt hij het openbaar vervoer in Nederland met die van andere landen.

De Britten kozen voor een strakke economische benadering: de overheid gaf het openbaar vervoer uit handen en nam de bijwerkingen van de concurrentie voor lief, zoals een slecht onderhouden spoor. De Zwitserse overheid bekeek de uitvoering van het openbaar vervoer met een civieltechnische blik: in het kanton Zürich, dat bekend staat als het Mekka van het Europese openbaar vervoer, werden op basis van theoretische modellen bussen en treinen in een perfect strakke dienstregeling gepland. Het bleek niet te werken. De vervoerders waren niet in staat aan het rigide model te voldoen.

In Nederland maakt de overheid volgens Wijnand Veeneman, verbonden aan de TU in Delft, te veel een slingerbeweging tussen de verschillende manieren om openbaar vervoer te organiseren. ,,Er is hier lang gepraat over de vraag in hoeverre de vervoerders zelf zouden kunnen bepalen op wat voor manier de aanbesteding plaats zou vinden. Het bleek behoorlijk ingewikkeld, maar vervolgens wordt meteen overgegaan op een aanbesteding puur op prijs en dienstregeling. Daarmee schuif je ook de goede elementen van zo'n systeem - het betrekken van de vervoerder - aan de kant.''

Nu privatiseringen en aanbestedingen van openbaar vervoer in veel Europese landen aan de orde van de dag zijn, neemt Veeneman de Nederlandse organisatie ervan onder de loep. Hij specialiseerde zich aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management in Delft op het gebied van marktwerking en openbaar vervoer. In zijn nog te publiceren proefschrift `New times available' vergelijkt Veeneman de organisatie van stadsgewestelijk openbaar vervoer in verschillende Europese landen met het Nederlandse model.

In het model dat in Nederland gekozen lijkt te worden komt de communicatie tussen vervoerders en overheid in de knoop, meent Veeneman. Deze zou verbeterd moeten worden om een beter openbaar vervoersysteem te creëren. Hoe subtieler de aanbesteding hoe subtieler ook de uitvoering van het openbaar vervoer. ,,Als je ziet hoe ruw overheden in Nederland met het openbaar vervoer omspringen is het een wonder dat het nog zo goed functioneert''.

Bij de aanbesteding van de HSL-Zuid bijvoorbeeld zullen de vervoerders de wensen van de overheid in eerste instantie uit het programma van eisen moeten lezen. De partijen zullen hier zo goed mogelijk aan proberen te voldoen om maar kans te maken op de vijftienjarige concessie. Maar dat wil niet altijd zeggen dat dat het beste is voor het openbaar vervoer. ,,De overheid heeft vaak geen idee wat er speelt'', zegt Veeneman. Simpel voorbeeld: bij de aanbesteding van de buslijnen wil de overheid dat de bussen aansluiten op het treinverkeer, en dat het ziekenhuis tijdens de bezoekuren bediend wordt. ,,Maar misschien is dat helemaal niet mogelijk.''

De communicatie in een aanbesteding zoals die van de HSL-Zuid is aan strikte regels gebonden. Alle partijen behoren op hetzelfde moment dezelfde informatie te krijgen, waardoor de communicatie tussen overheid en vervoerder sterk formaliseert en niet goed verloopt. Bovendien kunnen formele eisen nooit de praktijk omvatten, zegt Veeneman, terwijl dit wel geprobeerd wordt.

,,In Kopenhagen bijvoorbeeld werd aanbesteed op prijs en busuren, waardoor er rammelende bussen rondreden omdat dat meer winst oplevert. Vervolgens stelt de overheid dat er geen rammelende bussen mogen rijden en dat er geen kauwgom aan de stoelen mag zitten, maar er staat bijvoorbeeld niet in hoe vaak de bus van buiten gewassen moet worden. De Deense overheid heeft vier jaar geprobeerd de eisen verder te verfijnen. Dat bleek een oneindige weg.'' Uiteindelijk kwam er een beloning die gebaseerd was op de waardering van klanten. Dat bleek te werken. De vervoerder kreeg weer interesse in de wensen van de klant. ,,Dat soort subtiliteiten komt hier voorlopig niet van de grond, terwijl de leerervaring er ligt.''

Met de aanbesteding van hogesnelheidslijnen, busvervoer, trams en metro's wordt nu zoveel tegelijkertijd in beweging gezet, zegt Veeneman, dat het bijna onmogelijk is dat het allemaal goed gaat. Hij noemt het voorbeeld van vervoerders in het noorden van het land, die bussen uit de dienstregeling halen om ze elders winstgevender in te zetten. Er zijn te weinig prikkels ingebouwd, zegt Veeneman, om ervoor te zorgen dat vervoerders het wel uit hun hoofd zullen laten om de klant niet goed te vervoeren.

Vervoerders die het slecht doen hebben bovendien een probleem bij de volgende aanbesteding. ,,De overheid zou moeten zeggen: okay, hier is een fout gemaakt, dat is onwenselijk, maar dat is iets anders als meteen in een kramp schieten en alles weer helemaal anders doen''

    • Esther Rosenberg