Spoorlijn vol ontberingen

Wie van Leeds per trein naar Carlisle reist, is helemaal in Engeland: de reiziger passeert frisse stationnetjes en victoriaanse huisjes en trekt door een ruig landschap, waar barre weersomstandigheden heer en meester kunnen zijn. Deel 10 in een serie over bijzondere treinreizen in de wereld.

In de wachtkamer van het neogotische stationnetje van Settle brandt huiselijk de open haard. Het lijkt een verwijzing naar de barre weersomstandigheden waarmee de reiziger in dit deel van Noordwest-Yorkshire altijd rekening moet houden: een wind die je omver kan blazen, sneeuw die metershoog ligt opgetast tegen de tunnelingang, en mist die zo snel de toppen in dit hooglandschap inpakt, dat wandelaars in een oogwenk alle gevoel van richting verliezen.

In bijna alle stationsgebouwen langs de spoorlijn Settle-Carlisle is de wachtkamer meer huiskamer dan wachtruimte: planten in de vensterbanken, lectuur op tafel en foto's van treinen en treinliefhebbers aan de muur. De vrouwelijke loketbediende blijkt tevens stationschef: zij komt de verwachte aankomst van de trein persoonlijk aankondigen. Veel van de tientallen reizigers lijken haar te kennen: ,,Dank je Sue!'' Later blijkt waarom: Sue's tweede baan is die van plaatselijke schaapherder.

De spoorlijn van Leeds via Settle naar Carlisle, met zijn verzorgde stationnetjes en fris opgeknapte victoriaanse seinhuisjes, mag er uitzien als een spoorlijn voor hobbyisten, in feite is het een veelgebruikte treinverbinding voor reizigers en vrachtvervoerders. Het traject mag ook het beroemdste stuk spoor van Engeland heten: Settle-Carlisle is niet alleen een wonder van spectaculair 19de-eeuws technisch vernuft in een woest landschap, het is ook de eerste lijn waar het grote Britse publiek zich zó over opwond, dat voorgestelde opheffing, in de jaren tachtig, niet kon doorgaan. De `Friends of the Settle-Carlisle-line' (3.500 man sterk) waken sindsdien nog steeds over de lijn, op alle mogelijke manieren. Zo zag ik tijdens mijn rit in oktober, een `friend'-dierenarts spontaan consult houden voor de stationskat van Garsdale: een roodharige zwerver die zijn dagen slijt in een kartonnen doos met dekentje, pal voor de potkachel. En de baas van onze B&B, in de voormalige stationswachterswoning op het eerste perron in Settle, nu een privé-woning, was bereid in zijn vrije tijd het houtwerk op de perrons een verfje te geven. Hij heeft een eenmans-schildersbedrijf.

De Settle-Carlisle-spoorlijn was nooit in de eerste plaats bedoeld als een lijn voor passagiersvervoer. De Midland Railway Company wilde een eigen traject exploiteren om niet afhankelijk te zijn van de concurrentie. Sinds ongeveer 1850 was dankzij de aanleg van het spoor een lucratief handelstraject tussen Schotland en Londen ontstaan, waar de regionale MRC ook wel geld aan wilde verdienen. Door een eigen noord-zuidlijn op de diagonaal tussen Carlisle en Leeds zou vrachtvervoer van de MRC zelf zonder gebruikmaking van de concurrentie en rechtstreeks kunnen passeren. En haar passagiers zouden niet altijd de achterlichten van hun aansluitende trein in het donker zien verdwijnen, nèt als ze hun bagage over het viaduct naar de andere kant van het station hadden moeten zeulen.

Dat de lijn er uiteindelijk kwam, had alles te maken met het doorzettingsvermogen van MRC's topman tussen 1860 en 1880, James Allport, en met diens Chief Engineer, John Sidney Crossley. De reputatie van Allport leeft tot op heden voort als die van ,,de Bismarck van de Spoorwegpolitiek''. En Crossley maakte de aanleg van de lijn fysiek mogelijk. De ingenieur verkende het hele traject dat hij in gedachten had eerst te voet. Dwars door het woeste en onherbergzame landschap van de Pennines, met hier en daar een nederzetting: langs en over de Ribble Valley, over de flank van Whernside op Blea Moor, langs de Valley of Garsdale, over de waterkering naar de top bij Ais Gill en uiteindelijk weer afdalend door het dal van de Eden en dan naar Carlisle, 72 mijl in totaal. Hij deed er een week over. Toen hij terugkwam, was hij ervan overtuigd dat het werk gedaan kon worden, inclusief de tunnels en het spectaculaire viaduct over het dal van de Ribble: een kunstwerk van meer dan 30 meter hoog over 24 bogen. Lokale steen was er meer dan genoeg. Aan lokale werkkrachten was ook geen gebrek. Maar Crossley bekende aan zijn baas: hij vreesde ,,that terrible place, Blea Moor''.

In november 1869 ging bij Settle de eerste spade de grond in en het duurde zes jaar – twee jaar langer dan voorzien – voor de eerste goederentrein over het nieuwe traject ,,the long drag'' omhoog naar Blea Moor nam. Crossley had zijn pensionering uitgesteld om het werk voltooid te zien. Na afloop was hij uitgeput en in 1878 stierf hij. In zekere zin bezweek hij net zo goed aan de gruwelijk harde aanleg van deze spoorlijn als de mannen die het fysieke werk hadden moeten doen. Nog is het mogelijk langs de lijn de laatste overblijfselen te zien van de voormalige shanty-towns (met namen als Sebastopol en Jericho), waarin zo'n 6.000 arbeiders zich een ontoereikend onderkomen bouwden om aan de Settle-Carlisle-spoorweg te werken. De ontberingen, in dat klimaat, onder die harde fysieke omstandigheden, moeten gruwelijk geweest zijn. Er is sprake van mannen en wagens en paarden die tot hun middel in de modder zakten, van ongelukken waarbij tunnelgravers onder tonnen steen werden bedolven. Mensen stierven door uitputting en door tbc, door messteken en door alcohol, en soms alleen maar door de gruwelijke kou – meer dan tweehonderd in totaal, van wie alleen al honderdvijftig bij de aanleg van de tunnel (250 m) door Blea Moor. In het naburige plaatsje Chapel-le-Dale liggen nog zo'n honderd van hen begraven.

Wij maakten de rit op de Settle-Carlisle-lijn aan de hand van een voormalig docent elektrotechniek aan de Universiteit van Leeds, Robin Goodman. Hij zegt van zichzelf dat hij geen ,,spoortreinhobbyist is van het soort dat op de kop van een perron de bouten staat te tellen'', maar verliefd op deze spoorlijn is hij wel. Hij woont in totale verlatenheid, doelbewust zo gekozen, in een van de huizen langs de lijn, die de Midland Railway Company daar in het begin voor zijn managers liet bouwen: het huis moest aantrekkelijk zijn, omdat de vrouw van zo'n manager het daar anders nooit zou uithouden.

,,Als je in de trein zit, besef je niet het enorme werk dat aan de aanleg van dit spoor is voorafgegaan'', zegt hij. ,,Op dit traject is altijd alles gedomineerd door het weer. En dat is nog steeds zo.''

Hij wijst: op een planken barrière die de sneeuw van een helling moet tegenhouden, zodat die niet op de spoorlijn schuift. Hij vertelt: de verhalen die bij deze lijn horen, gaan bijna altijd ook over de kou en vooral, over de verschrikkelijke, een mens omverblazende wind. Er is het verhaal over de hoed die van het hoofd van de opzichter het viaduct afwaaide, eronder door werd gezwiept en met orkaankracht weer op hetzelfde hoofd werd teruggedrukt. En, echt gebeurd, het verhaal over de draaitafel voor het keren (zodat ze weer de goede richting opwezen) van locomotieven, een apparaat dat zo'n honderd jaar geleden nog in gebruik was. Zo'n huilende wind stond er dat het apparaat zonder aandrijving en met lococmotief en al begon te draaien en niet meer was tegen te houden – tot de spoorwegwerkers sintels in het mechanisme gooiden om het af te remmen.

In de trein terug uit Appleby schuift de zon even spectaculair over het landschap. De toeristen en de huisvrouwen beladen met boodschappen uit de winkels van Carlisle, schurken zich behagelijk en zelfgenoegzaam in hun coupé.

INFORMATIE

De lijn is in november voor onderhoudswerkzaamheden gesloten. Info over wandelingen (al dan niet olv een gids) van elk van de stations langs de route, bij: The Settle-Carlisle Railway Development Co., Town Hall, Market Place, Settle,

North Yorkshire BD24 9EJ, Tel 00-44 1729 822007

e-mail: info@settle-carlisle.co.uk, website: www.settle-carlisle.co.uk

Dagretour Settle-Carlisle: £ 16 (kinderen half geld) Freedom of line-ticket (3 dagen onbeperkt Leeds-Settle-Carlisle): £ 30.