Saenredams tinteling van licht

In 1628, op 31-jarige leeftijd, besloot Saenredam om voortaan uitsluitend nog `Perspectiven', zoals het genre werd genoemd, te schilderen. De architectuurschilderkunst was op zichzelf niet nieuw, maar de manier waarop Saenredam het deed was dat wel: hij schilderde bestaande architectuur aan de hand van gedetailleerde perspectivische tekeningen op basis van metingen die hij ter plekke had verricht.

Pieter Jansz. Saenredam (Assendelft, 1597-Haarlem, 1665) kon zich permitteren om te schilderen wat hij wilde. Dankzij een erfenis, met aandelen in de V.O.C., was hij financieel onafhankelijk; door sober te leven had hij daarmee zijn leven lang een basisinkomen. Voor zover bekend heeft Saenredam nooit in opdracht gewerkt. Zijn schilderstechniek was zeer tijdrovend, zodat hij slechts anderhalf schilderij per jaar produceerde. Die werken vonden wel hun weg naar belangrijke verzamelaars, onder wie Constantijn Huygens. Saenredam was een gerespecteerd man, deken van het Haarlemse schildersgilde en eigenaar van een omvangrijke bibliotheek en een kunstcollectie met werken van onder andere belangrijke 16de-eeuwse schilders als Jan van Scorel.

In 1636 werkte Saenredam twintig weken aaneengesloten in Utrecht, waar hij tekeningen maakte van de middeleeuwse kerken. In de jaren daarna, soms pas decennia later, werkte hij deze tekeningen uit tot schilderijen. Hiervan zijn er in totaal 21 bewaard gebleven. Het Centraal Museum heeft een indrukwekkende tentoonstelling aan het Utrechtse werk gewijd, met 15 schilderijen en 40 tekeningen afkomstig uit museale en particuliere collecties in binnen- en buitenland. Aanleiding was een uitgebreid restauratieproject van het werk van Saenredam, waartoe het museum twee jaar geleden een internationaal symposium organiseerde.

Het zegt iets over de ambitie van Saenredam dat hij een bijzonder veeleisend genre koos. Het kwam hier immers niet alleen aan op scherpe observatie, maar ook op beheersing van de ingewikkelde regels van het perspectief. Toch denk ik dat het Saenredam, meer nog dan om proporties en ruimtelijkheid, om iets anders was te doen, namelijk om de weergave van licht. De Mariaplaats en de Sint-Mariakerk, vanuit het westen uit 1662, een van de weinige exterieurs die Saenredam geschilderd heeft op een voor zijn doen ongewoon groot formaat (110,5 x 139 cm), is één wonderbaarlijke tinteling van licht. Als altijd bij Seanredam is het kleurenpalet beperkt en ingehouden, maar toch zeer sensueel. In het zonlicht gloeien het roze, lavendel en lichtgroen in de gevels naast de kerk, en trillend-zilverig is het koele blauw en wit van de lucht. Ondanks de overtuigende perspectivische illusie is de voorstelling merkwaardig plat; de blinde muur links, de Domtoren, de woonhuizen, de Mariakerk badend in het zonlicht, al deze architecturale elementen fungeren als zetstukken in een ondiep decor.

Een hoogtepunt is een klein paneel van 48,6 bij 35,8 cm, De noordelijke zijbeuk van de St.Mariakerk, gezien naar het oosten (1651), afkomstig uit een particuliere collectie in Los Angeles. In de meest subtiele gradaties van warmwit en grijs rijzen de haast transparante zuilen omhoog naar de curven van het kruisgewelf, in een betovering van diffuus licht en schaduw. Saenredam schilderde in uiterst dunne, doorzichtige lagen over elkaar, donkere grijstonen over warme lichte tonen, of lichte verflagen over een koele donkere onderschildering, in wisselende dikte. Daarbij liet hij de onderliggende lagen hier en daar open, zodat een fascinerende wisselwerking ontstaat waarin zelfs het warme bruin van het eikenhouten paneel een aandeel heeft. Heel luchtige toetsen geel en roze verlevendigen de muren. Wie dit alles ziet begrijpt dat Saenredam een jaar nodig had voor één schilderij. Hier heeft hij het licht bijna tastbaar, voelbaar gemaakt. Bij Saenredam heeft het licht meer zwaarte en meer volume dan de architectuur.

De tekeningen laten zien dat Saenredam in zijn schilderijen altijd afweek van zijn oorspronkelijk zo nauwkeurig opgemeten perspectief, bijvoorbeeld door proporties op te rekken of schuin te trekken, altijd met een grotere monumentaliteit en eenvoud als resultaat. Daarbij zag hij in het schilderij af van details als geledingen in muren, trekstangen, hekjes enzovoort. Heel mooi is dit te zien in De Sint-Antoniuskapel in de Sint-Janskerk (1645), een paneel dat, klein als het is, 41,7 bij 34 cm, een zuigende, tunnelachtige werking heeft. Saenredam wendde de architectuur aan als geleding van het schilderij, met als doel het zichtbaar maken van licht. Daarom ontdeed hij het kerkinterieur van iedere vorm van verhaal en menselijk handelen – de mensfiguren, die hij vaak niet zelf schilderde en pas werden aangebracht nadat het werk was voltooid, dienen uitsluitend om de maat aan te geven – en van iedere vorm van theatraliteit. In werkelijkheid zaten deze donkere interieurs vol met dramatische lichteffecten, maar Saenredam schildert ze in een zacht, egaal, onbestaanbaar licht.

Pieter Saenredam: schilderijen en tekeningen uit Utrecht. In het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. T/m 4/2. Dizo 11-17u. Cat. `Pieter Saenredam, Het Utrechtse werk'. 304 blz., ƒ 59,50. Tevens de studie `The paintings of Pieter Jansz. Saenredam, Conservation and Technique', onder redactie van J.R.J. van Asperen de Boer en L.M. Helmus. 128 blz., ƒ 45,-.