RADIJSBOTER, ROOM EN TOASTJES

Behalve dat ze gewoon lekker moeten zijn, moeten borrelhapjes natuurlijk aan nog een andere voorwaarde voldoen. Ze moeten vooral makkelijk te eten zijn. Borrelhapjes worden meestal op een grote schaal gepresenteerd en er wordt dan alleen een klein servetje bij gegeven. Er is niets vervelenders dan een hapje pakken en dan te ontdekken dat de cracker of het stukje brood zo slap geworden is dat het hele hapje doormidden buigt en het beleg op je kleding of op het witte tapijt van de gastvrouw belandt. Hier een paar tips om dit soort gênante situaties te voorkomen. Maak borrelhapjes die slap kunnen worden pas op het allerlaatste moment en zet zo nodig kleine schaaltjes op tafel voor de gasten. Gebruik voor canapés het liefst een stevig boerenbrood. Helaas is dit soort brood niet altijd bij de warme bakker verkrijgbaar, maar gelukkig meestal wel bij een natuurvoedingswinkel.

Snijd voor de radijsboter de radijsjes bij en was ze onder de koude kraan. Hak ze fijn met een koksmes of in een keukenmachine. Zorg er als u ze in een keukenmachine hakt voor dat u ze niet te lang hakt en er een pap ontstaat. Klop de boter romig. Dit kunt u ook in de keukenmachine doen, maar schep dan wel eerst de radijsjes uit de kom als u ze in de machine hebt gehakt. Schep de gehakte radijsjes door de romige boter en breng op smaak met zout en peper. Schep er vervolgens de bieslook door. Doe de radijsboter in een kom, dek die af en bewaar tot twee dagen in de koelkast.

Smeer de radijsboter royaal over warme toost, snijd in kleine driehoekjes of vierkantjes en dien onmiddellijk op.

Giet voor de mierikswortelroom de slagroom in een middelgrote kom en klop de room stijf. Schep er een kleine beetje zout door en schep er dan de mierikswortelsaus door. Dek de kom af en bewaar tot 5 dagen in de koelkast.

Besmeer warme toost royaal met de mierikswortelroom en leg er dun gesneden gerookte zalm op. Snijd in driehoekjes of vierkantjes en dien onmiddellijk op.