Publiek ziet steeds minder in uitbreiding van de EU

De Europese Unie groeit. Vanaf 2004 gaat de EU-deur open voor landen uit Midden- en Oost-Europa. Wat zijn de gevolgen voor Nederland? De politieke invloed wordt minder.

Naarmate de uitbreiding van de Europese Unie met landen in Midden- en Oost-Europa dichterbij komt, brokkelt de steun onder de bevolking af. Stond vier jaar geleden nog 57 procent van de Nederlanders positief tegenover toetreding van landen als Polen, Slowakije en Bulgarije tot de Europese Unie, in de loop van dit jaar is de animo voor deze uitbreiding tot 49 procent gezakt. Dat is overigens nog altijd beduidend boven het EU-gemiddelde (38 procent). Vooral Oostenrijkers (30 procent) en Fransen (26 procent) moeten er weinig van hebben.

Tegenover de tanende publieke steun staat in Nederland brede politieke instemming met de uitbreiding. Zeker, de kentering in de publieke mening baart zorgen, maar in de grotere partijen trekt vrijwel niemand nut en noodzaak in twijfel. Het moet alleen (nog) beter worden uitgelegd. ,,Het draagvlak onder de bevolking is essentieel voor een succesvolle uitbreiding'', stelt het kabinet-Kok in Staat van de Europese Unie van half september. Een `communicatiecampagne' staat op stapel.

,,Een serieus alternatief voor de uitbreiding is er niet, als je tenminste een sterker, stabieler en welvarender Europa nastreeft'', zegt Max van den Berg, aanvoerder van de zes PvdA'ers in het Europees Parlement. ,,Voor vrijwel alle onderwerpen waaraan burgers groot belang hechten veiligheid, werk, migratie, criminaliteit, milieu, voedsel ben je steeds meer aangewezen op Europese samenwerking en afspraken. Die trein gaat onvermijdelijk door.''

Van den Berg is er niet zo rouwig om dat Nederland in het parlement van de uitgebreide Unie terugvalt van de huidige 31 volksvertegenwoordigers naar circa 25 zetels. (Het preciese aantal kent nog niemand, maar omdat het maximum aantal Europarlementariërs is vastgesteld op 700 zal het Nederlandse smaldeel als gevolg van de uitbreidng ongeveer twintig procent slinken.) ,,Die prijs is het waard'', vindt Van den Berg.

Het Europees Parlement is niet de enige plek waar Nederland, bij uitbreiding van de Europese Unie, aan formele invloed inboet. Ook in de Raad van Ministers, het orgaan dat in het Europese bestel de beslissingen neemt, zal Nederland een veer moeten laten: minder vaak voorzitter, minder stemgewicht. Nu heeft Nederland 5 van de in totaal 87 stemmen in de Raad. Die doen er vooral toe wanneer ze nodig zijn voor een gekwalificeerde meerderheid (62 stemmen, 71 procent), danwel een blokkerende minderheid.

Over een nieuwe verdeelsleutel wordt nog gesteggeld. Nederland, dat nu evenveel stemmen heeft als België, Griekenland en Portugal, wil als ,,grootste van de kleinere lidstaten'' meer stemgewicht. Maar zelfs als die claim wordt gehonoreerd wat twijfelachtig is verwatert die winst bij uitbreiding van de Unie. Of, zoals staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) vorige maand op de Europese top in Biarritz zei: ,,Bij de EU-uitbreiding moeten we allemaal inschikken.''

Ten slotte de Europese Commissie, het initiërend en uitvoerend orgaan van de Europese Unie. Behoudt elke lidstaat het recht om een Europees Commissaris aan te wijzen, of niet, omdat een Commissie met een stuk of dertig leden wel eens onbestuurbaar kon worden? Formeel zit een commissaris er niet `namens' het thuisland, maar ,,als herkenningspunt'' is de link van groot belang, zegt CDA'er en oud-Eurocommissaris Hans van den Broek. ,,Als je dat uitgangspunt loslaat, voed je de toch al bestaande argwaan en afstandelijkheid jegens de Europese zaak nog meer.''

Het is een ijzeren logica, zegt Van den Broek, dat Nederland kleiner wordt als de Europese Unie groter wordt. Daarom zal Nederland het bij zijn belangenbehartiging, méér nog dan in de Unie van vijftien, straks moeten zoeken in wisselende allianties met gelijkgestemde bondgenoten. Van den Broek: ,,Benschop noemt dat netwerken en daar ben ik het mee eens. Als je maar niet uit het oog verliest, dat juist kleinere landen belang hebben bij versterking van de Europese instellingen, de Europese Commissie voorop.'' Want alleen een sterke Commissie kan zowel de grote als de kleine lidstaten bij de Europese les houden.

Dit is het eerste artikel in een korte reeks over de gevolgen van de EU-uitbreiding voor Nederland.