Oproep APEC: hervat dialoog over vrijhandel

De regeringsleiders van de 21 landen van de economische samenwerkingsorganisatie APEC willen dat volgend jaar de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) over vrijhandel worden hervat. Dat staat in de slotverklaring van de top die gisteren en vandaag in het Zuid-Oost Aziatische oliestaatje Brunei is gehouden.

De slotverklaring maakt wel een voorbehoud: voordat de besprekingen worden hervat, moeten de deelnemende WTO-landen het eerst eens worden over een agenda. Deze voorwaarde is er een van de arme leden van de APEC, die menen dat het vooraf vaststellen van een agenda garandeert dat met hun belangen rekening wordt gehouden. Landen als Maleisië en Thailand willen zo voorkomen dat rijke, ontwikkelde landen hun milieu- en arbeidsnormen bij de WTO-besprekingen gaan betrekken en handelssancties opleggen als arme landen niet aan die normen kunnen voldoen.

De APEC is een elf jaar oude organisatie van landen rondom de Grote Oceaan. De 21 leden zijn goed voor de helft van de wereldhandel en voor tweederde van de wereldbevolking. De organisatie werd opgericht om tot vrijhandel in de regio te komen, totdat de Aziatische crisis in 1997 een einde maakte aan de steun van de arme APEC-leden voor vrijhandel.

Sindsdien mist de landenorganisatie volgens topondernemers in de APEC-landen Schwung. ,,APEC moet weer hard optreden, in actie komen, besluitvaardig worden'', zei Rudolph Schlais van General Motors in de marge van de top.

Rijke en arme landen koesteren evenwel een zeker wantrouwen jegens elkaar. Dit leidde tot het mislukken van de laatste WTO-top in het Amerikaanse Seattle en ook in een organisatie als APEC, waarvan arme en rijke landen lid zijn, werkt dat wantrouwen door. Minder ontwikkelde landen zeggen eerder gevaren dan voordelen te zien in globalisering en handelsliberalisatie. Een van de problemen daarbij is de steeds groter wordende `digitale kloof' tussen arm en rijk, benadrukte ook de Amerikaanse president Clinton.

Hij meent dat de ontwikkelingen in de IT als een soort vliegwiel werken waardoor landen die het ontwikkelingstempo in zaken als e-commerce en internet niet kunnen bijhouden, steeds verder achterop komen en hun economische groei in neergang zien veranderen. Zo hebben de meeste huishoudens in Singapore een computer, terwijl in buurlanden als Indonesië en de Filipijnen hooguit een computer staat in één op de honderd huishoudens.

Naarmate IT een grotere rol gaat spelen in de wereldhandel, lopen deze landen meer achterop, zo waarschuwde Clinton. Hij kreeg bijval van de Japanse premier Yoshiro Mori die beloofde het grootste deel van de vijftien miljard dollar aan ontwikkelingsgeld die Japan uitgeeft te besteden aan het verkleinen van de digitale kloof.