Natuurbehoud mag niet uitlopen op wildernis

In NRC Handelsblad van 7 november stond te lezen hoe Frans Vera vindt dat Nederland met zijn natuur zou moeten omgaan. Vera, werkzaam als ecoloog bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, vindt dat Nederland op het gebied van de natuurbescherming internationaal een slecht figuur slaat.

Ik denk dat er weinig landen zijn die per hoofd van de bevolking zoveel uitgeven aan de natuurbescherming. Dat we misschien niet zoveel bereiken, komt omdat de ruimte in Nederland schaars is, en de overheid vooral geld uitgeeft aan het opkopen van dure landbouwgrond en in veel mindere mate aan inrichten en beheer van natuurgebieden.

Vera spreekt zelfs van volksverlakkerij wanneer men de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) als puur natuur presenteert. Dit is een vreemde opmerking; ik heb nog nooit iemand horen beweren dat de EHS volledig als puur natuur zou moeten worden ingericht.

Ook niet van Vera's eigen ministerie. Bij de begrenzing van de EHS zijn naast natuurterreinen ook veel bestaande landgoederen, bossen en waardevolle cultuurlandschappen inbegrepen met de bedoeling om die als zodanig in stand te houden.

Vera stelt dat landbouwkundig gebruik leidt tot het verloren gaan van diversiteit. Dit is zeker waar voor zover het de moderne landbouw betreft, echter niet voor aangepaste vormen van landbouw. Deze leiden juist tot toename van de diversiteit.

Vera stelt voor om bijvoorbeeld de Hoekse Waard uit de landbouwproductie te nemen, en hier een groot natuurgebied van te maken. Hiermee zou weer een bijzonder cultuurlandschap waaraan Nederland juist zijn identiteit ontleent verloren gaan. Er voor in de plaats komt dan een verwilderd gebied dat kaal gevreten wordt door een steeds grotere kudde hoefdieren waarin we niet durven in te grijpen omdat de natuur zichzelf reguleert.

Vera ziet de wildernis als referentiekader van onze cultuur; een onbegrijpelijk standpunt. Onze cultuur komt immers voort uit de agrarische samenleving, die ons land haar prachtige cultuurlandschappen bezorgd heeft.

De gemiddelde recreant houdt van afwisselende landschappen waarin ook nog eens een boer aan het werk te zien is.

A.H. Schimmelpenninck is rentmeester van de Stichting Twickel te Delden